Vrijhandelsverdrag TTIP

Vrijhandel VS-EU: TTIP in 7 vragen

02 februari 2015 00:44 Aangepast: 16 september 2015 14:26

Vandaag begint in Brussel de achtste ronde van onderhandelingen over TTIP, het Transatlantic Trade and Investment Partnership – een stel overeenkomsten tussen de VS en Europa die de handel tussen de twee grootste handelsblokken van de wereld moet vergemakkelijken. Hella Hueck praat u bij.

De weerstand tegen het verdrag is groot. De nieuwe regering in Griekenland heeft afgelopen week gezegd het verdrag niet te ratificeren. Dinsdag komen de Britten protesteren in Brussel. Waar gaat het verdrag over en wat betekent het voor Nederland? Antwoord op de zeven belangrijkste vragen.

1. Zit minister Ploumen – die het TTIP-verdag in haar portefeuille heeft – de hele week in Brussel?
Nee, geen enkele regeringsleider onderhandelt mee deze week. In het Verdrag van Lissabon (2009) is vastgelegd dat de Europese Commissie gemachtigd is te onderhandelen over handelsverdragen. We hebben in 2013 een breed mandaat aan de commissie afgegeven over TTIP. Deze week zijn het dus de ambtenaren die elkaar ontmoeten.

2. Wat gaat er besproken worden in Brussel?
In theorie van alles. Van chemie en landbouw tot aan high-tech, de scheepsbouw en de financiële sector. In het mandaat is alleen de audiovisuele sector uitgesloten, naar verluidt omdat de Fransen hun filmindustrie willen beschermen.   

Het doel van het verdrag is zo veel mogelijk handelsbelemmeringen tussen de VS en Europa weg te nemen. Import- en exporttarieven zijn al behoorlijk gestroomlijnd. De gesprekken gaan daarom vooral over het  gelijkschakelen van regelgeving, wettelijk voorwaarden en standaarden voor producten. Een voorbeeld dat vaak genoemd wordt is een crashtest voor de auto-industrie. Nu moeten autoproducenten twee verschillende crashtesten doen om hun auto aan beide kanten van de oceaan de markt op te krijgen. In Europa moet een auto met 64 km per uur tegen een muur opknallen om te kijken hoe de auto zich houdt,  in de VS met 56 km. Het zou natuurlijk een stuk makkelijker zijn er als er één test zou komen. De Duitse auto-industrie zegt dan ook uit volle borst ‘ja’ tegen TTIP. Best mogelijk dat hier stappen gezet kunnen worden, maar afspraken in andere sectoren dan de auto en machinebouw zullen een stuk problematischer zijn. 

3. Welke sectoren zijn een mijnenveld?
De chemiesector en de landbouw staan samen met stip op 1. De Amerikanen zijn grote producenten van (hormoon)vlees. 70 procent van alle kip in de VS is met chloor ontsmet. En het telen en verkopen van genetisch gemodificeerde producten zoals maïs is in de Verenigde Staten geen probleem. De Amerikanen zouden graag toegang hebben tot onze supermarkten. Maar in Europa staat het ‘voorzorgsprincipe’ hoog in het vaandel. Dat komt erop neer dat wij pesticiden, chemicaliën of het gebruik van nanotechnologie in producten niet toelaten als niet onomstotelijk vast is komen te staan dat het géén schade oplevert voor mens en milieu. Better safe than sorry. Amerikaanse bedrijven vinden het principe verkapt protectionisme. Maar als we Amerikaanse standaarden erkennen, worden hogere Europese standaarden waardeloos. 

De kans dat het tot een wederzijdse erkenning van standaarden komt in deze sectoren, lijkt zeer klein. Europa heeft een heel andere cultuur als het gaat om gemodificeerd voedsel. Wij zien het al snel als gerotzooi met voedsel en moeten er weinig van hebben (hoewel we in het genmaïsdebat laatst hebben gezien dat genetisch gemanipuleerde mais door Europa niet definitief is afgewezen). De Duitse Europarlementariër Bernd Lange zei vorige week tegen de Luxemburgse pers dat hij denkt dat wederzijdse erkenning van standaarden in de chemie niet mogelijk is

Het is te verwachten dat Europees Parlement goed op het vinkentouw blijft zitten. Het EP heeft geëist dat het handelsverdrag geen negatieve effecten mag hebben voor Europese standaarden. Het parlement heeft ook nog een troef in handen: aan het einde van de onderhandelingen hebben de parlementariërs de laatste stem in de goedkeuring van het verdrag. 

4. Wat levert het verdrag ons op?
Daar hebben we nog te weinig feiten over. Het Nederlandse bedrijfsleven is vooralsnog erg stil over TTIP, dus hebben we nog te weinig een idee van wat het de Nederlandse economie kan opleveren of kosten. Kritiek op TTIP is ruimschoots voorhanden, het zou goed zijn als we ook wat meer inzicht krijgen in eventuele economische voordelen van het verdrag.

We hebben wel een reeks rapporten waaruit we wat kunnen afleiden. Volgens het onderzoek van Ecorys uit 2012 (gedaan in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken) levert TTIP de Nederlandse economie zo’n 1,4 tot 4,1 miljard euro op, afhankelijk van hoever het akkoord gaat. Het gaat dan om 0,5 procent extra groei per jaar vanaf 2027. De sectoren die volgens het rapport het meest kunnen profiteren zijn landbouw, chemie (de sectoren waar het dus niet zo vlot), de hightechindustrie, postdiensten en de financiële en maritieme sectoren.  

In november vorig jaar kwam de Amerikaan Jeronim Capaldo met een een heel ander verhaal naar buiten: het verdrag zou Nederland juist groei en banen kosten. Dat leidde tot Kamervragen. Afgelopen woensdag kwam minister Ploumen met een reactie op zijn werkdocument. Het antwoord komt er kort gezegd op neer dat we ons niet te veel van dat rapport moeten aantrekken omdat Capaldo niet het beste model gebruikt en verkeerde aannames doet

De gewone burger ziet zo door de bomen het bos niet meer. Maar één ding staat als een paal boven water: de verwachte groei of krimp van het TTIP-verdrag is niet indrukwekkend. Een half procentje meer of minder groei vanaf 2027 (en dat is nogal ver weg) moet niet de kern zijn van het debat of we erin moeten stappen of niet. Het moet erom gaan of we afspraken kunnen maken die handel makkelijker maken, maar tegelijkertijd onze democratie, voedselveiligheid, privacy en milieu niet op het spel zetten.

5. Gaat ISDS er komen?

Thumbnail

Vijftien jaar heeft het Canadese bedrijf Gabriel Resources gewacht op een vergunning om in Roemenië een grote goudmijn bij Rosia Montana te ontginnen. Maar ze kregen ‘m niet. De Roemeense bevolking wilde niet dat er gewerkt wordt met de giftige stof cyanide om goud te winnen. In 2000 had het lekken van cyanide al een keer tot een natuurramp geleid in Roemenië. Voor de Canadezen is het werken met cyanide standaard. De Roemenen gingen in Boekarest dagen de straat op om de vergunning tegen te houden. Uiteindelijk blokkeerde het parlement de vergunning. Gabriel Resources wil nu de schade van 4 miljard dollar verhalen op de Roemeense overheid.

In het mandaat van de TTIP-onderhandelingen is clausule voorzien (een ISDS, 'Investor State Dispute settlement') waarbij investeerders zoals Gabriel Resources via arbitrage hun gelijk kunnen proberen te halen. Zo’n procedure gaat dan buiten de nationale rechter om. De Europese burger heeft laten weten helemaal niets in ISDS te zien. 150.000 reacties kreeg de Europese Commissie op een consultatie over ISDS. 97 procent wilde het niet. Nederland heeft overigens heel veel bilaterale verdragen met andere landen die óók zo’n clausule kennen. Volgens Cecilia Malmström hebben alle EU-landen 1400 van dit soort overeenkomsten afgesloten, waarvan sommige zelfs teruggaan tot de jaren 50.

Deze week zal ISDS niet besproken worden. Dat gebeurt pas in de laatste fase van de onderhandelingen. Maar van tafel is de omstreden clausule dus ook zeker niet. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft laten onderzoeken wat de risico’s van zo’n clausule zijn, en of de staat meestal aan het kortste eind trekt in dit soort procedures.

Thumbnail

Wie zijn positieve bril opzet, zegt: de staat wint vaker in de arbitrage (43 procent) dan de grote bedrijven (31 procent). Maar in ruim een kwart van de gevallen rolt er een schikking uit de bus. Je kunt dus ook zeggen dat een bedrijf dat een overheid voor de arbitrage daagt, in 57 procent van de gevallen wint - óf er in ieder geval een schadevergoeding uit weet te slepen. 

Zo'n ISDS-clausule zou eigenlijk niet nodig moeten zijn in een verdrag tussen twee democratische, stabiele machtsblokken. De gang naar de nationale rechters zou bedrijven voldoende waarborgen moeten bieden op een goed proces. Mocht er een ISDS-clausule komen, dan zullen de uitspraken en schikkingen van de arbiters op z’n minst openbaar gemaakt moeten worden. Burgers hebben het recht te weten wat de redenering van de arbiter is om schadevergoeding toe te kennen. en ook hoe hoog de vergoeding is. Het gaat tenslotte om belastinggeld.   

6. Heeft ons eigen parlement niets meer over dit verdrag te zeggen?
Dat is nog niet helemaal duidelijk. Als het tot een verdrag komt, wordt de verdragstekst in ieder geval voorgelegd aan het Europese Parlement en de Europese Raad. De inmiddels vertrokken Eurocommissaris De Gucht zag TTIP als alléén een bevoegdheid van de Europese Commissie. De meeste lidstaten (waaronder Nederland) zijn het daar niet mee eens en zien TTIP als een ‘gemengd akkoord’, wat betekent dat ook de nationale parlementen hun goedkeuring moeten geven. Doorgaans worden dit soort verstrekkende verdragen voorgelegd aan de nationale parlementen. Maar De Gucht heeft daar geen uitsluitsel over gegeven

Overigens is de nieuwe Eurocommissaris Malmström van plan flink door te stomen als het verdrag er komt. In een interview met een Oostenrijkse krant zei ze: “Het is traditie binnen de EU dat verdragen voorlopig in werking treden als de raad de onderhandelingen afgesloten heeft en het Europees Parlement zijn goedkeuring heeft gegeven. Als een staat nee zegt, wordt de inwerkingtreding natuurlijk meteen stopgezet.”

7. Komt TTIP er?
Uiteindelijk waarschijnlijk wel. Maar een datum is niet te noemen. De Amerikaanse president Obama en oud-voorzitter van de Europese Commissie Barroso hebben in juni 2013 met veel bombarie aangekondigd dat ze een groots handelsakkoord zouden gaan afsluiten, en het zou een blamage zijn als de Verenigde Staten en Europa er samen niet uitkomen. Maar het verdrag zal minder terreinen bestrijken dan van te voren gehoopt.

RTL Z / Hella Hueck

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore