Hoog ondanks dalende olieprijs

Benzine lijkt wat goedkoper, maar is juist buitensporig duur

23 april 2022 11:14 Aangepast: 23 april 2022 11:40
Een tankstation in Groningen. Beeld © Novum RegioFoto

Sinds de accijns op benzine begin deze maand werd verlaagd met 17,3 cent, is de prijs van een litertje ongelood behoorlijk gedaald. Maar ongemerkt is de benzine eigenlijk juist nu extreem duur. Gecorrigeerd voor de accijnsverlaging betaal je zo 10 tot 15 cent per liter meer dan je mag verwachten. Dat blijkt uit een analyse van RTL Z.

Gemiddeld kost een liter Euro95 zo'n 2,07 euro deze week. Een behoorlijk verademing in vergelijking met de 2,38 euro die er op 10 maart werd betaald, toen de prijs aan de pomp piekte.

Experts over stijgende prijs: logisch

Over de reden voor die sterk gestegen prijs leek iedereen het wel eens: de olieprijs gierde namelijk omhoog begin maart. Benzine wordt nu eenmaal van olie gemaakt, dus 1+1=2. Daar kwam nog eens bovenop dat de euro minder waard werd ten opzichte van de dollar.

Ook dat is pech voor de tankende mens, want olie wordt afgerekend in dollars. Als de euro minder waard wordt ten opzichte van de dollar, betekent dat dus dat olie hier nóg duurder wordt. En benzine dus ook.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Prijsalarm: benzine nu 2,43 euro, grondstoffen schieten omhoog

Toch blijkt die verklaring niet het hele verhaal te zijn. Op 8 maart piekte de olieprijs, op zo'n 127 dollar per vat. Daarna daalt de prijs snel.

Op 16 maart wordt op de internationale markt alweer minder dan 100 dollar voor een vat betaald, maar aan de pomp betaalde je nog steeds 2,31 euro. Ruim 20 cent meer dan op 10 maart, toen de olieprijs zelfs nog een fractie hoger was.

Komt het door de zwakke euro?

Sinds de piek van de olieprijs op 8 maart, lopen de olieprijs en de benzineprijs flink met elkaar uit de pas, terwijl ze daarvoor zo sterk met elkaar verbonden waren. Maar waarom?

De rode draad in de reacties van drie experts die wij vroegen naar de verklaring: de euro-dollar-koers. "De olieprijs wordt afgerekend in dollars, dat moet je ook meenemen", zegt Paul van Selms van consumentenorganisatie United Consumers. "Ik denk dat dat een groot deel van het verschil verklaart", zegt ook energie-econoom van ABN Amro Hans van Cleef.

Toch blijkt dat niet hele de verklaring. In bovenstaande grafiek is de olieprijs afgezet tegen de benzineprijs. Om te kijken of de experts gelijk hebben, is de olieprijs omgerekend in euro's, op basis van de dagkoersen, en de benzineprijs is gecorrigeerd voor de accijnsverlaging.

De prijs aan de pomp is weergegeven alsof de accijnsverlaging (plus de btw daarover) al op 1 januari is doorgevoerd. Op die manier kun je de prijzen voor en na de accijnsverlaging eerlijk vergelijken.

Niet de wisselkoers

Duidelijk is te zien dat, ook als je de olieprijs in euro's neemt, de lijnen opeens een andere kant op gaan, waarbij de benzineprijs op een extreem hoog niveau blijft, terwijl de olieprijs per saldo flink is gedaald.

Als het niet de wisselkoers is, wat zorgt er dan voor dat je nu gerust 10 tot 15 cent meer kwijt bent per liter, bij dezelfde olieprijs? (kleine herinnering: dit is dus gecorrigeerd voor de accijnsverlaging.)

Raffinage

Van Selms benadrukt dat er ook andere redenen kunnen zijn dat de prijzen uit de pas zijn gaan lopen. Bij de totstandkoming van de benzineprijs speelt namelijk meer mee dan alleen olie. Een gebrek aan raffinagecapaciteit als gevolg van de oorlog kan een verklaring zijn, zegt van Selms. Of kleinere voorraden. "Soms is de olieprijs-relatie niet te leggen."

"Het zou kunnen dat raffinaderijen een wat grotere marge aanhouden omdat er capaciteit is weggevallen", zegt van Cleef. De econoom hoort ook geluiden dat de raffinagekosten wat omhoog zijn gegaan, dat zou het wat duurder maken om van olie benzine te maken.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Iedereen compenseren door btw- en accijnsverlaging? Dom plan, vinden economen

Tim Schoenmakers, jurist bij de Belangenvermenging Tankstations (BETA), wijst ook op andere factoren dan de olieprijs die de uiteindelijk prijs aan de pomp bepalen, zoals de transport- en raffinagekosten. De gestegen energieprijzen zouden volgens Schoenmakers een verklaring kunnen zijn waarom de ontwikkeling van de benzineprijs en de olieprijs uit de pas zijn gaan lopen. "Het maken van brandstof uit olie kost veel energie. Als energie duurder wordt, dat wordt ook de benzine duurder."

Pomphouders worden rijk?

Een andere voor de hand liggende verklaring voor het fenomeen zou zijn dat de pomphouders simpelweg meer marge zijn gaan maken, maar volgens Schoenmakers is dat niet aannemelijk.

Tankstations maken afspraken over een vaste korting die zij krijgen ten opzichte van de adviesprijs die de leveranciers afgeven, legt hij uit. "De gemiddelde ondernemer heeft het te doen met de prijs waarvoor hij beleverd krijgt. Dat heeft hij niet voor het kiezen." Uiteindelijk bepalen ze zelf voor hoeveel ze de benzine weer verkopen, maar dat kan niet te veel afwijken van de concurrentie, want dan verkoop je niks meer. En samen prijsafspraken maken, dat is verboden.

Ook Van Cleef gelooft niet zo in die verklaring. "We hebben er heel vaak naar gekeken", zegt hij over eerdere periodes waarbij de olieprijs en de benzineprijs uit elkaar liepen. "Het is nooit gebleken dat ze meer gingen verdienen."

Een combinatie

Een eenduidige verklaring voor de ontkoppeling van de benzineprijs en de olieprijs blijkt er dus niet te zijn. Een combinatie van stijgende kosten, wisselkoerseffecten, onzekerheid en capaciteitsverlies door de oorlog lijken het recept voor blijvende pijn aan de pomp.

Maar, zo voegt Van Selms nog toe, ook aan de pomp worden prijzen sneller verhoogd dan verlaagd. "Aanbieders zullen prijsverhogingen een-op-een doorvoeren, want dat is margeverlies. Prijsdalingen zullen ze zo lang mogelijk mee wachten."

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van