Olieprijzen

Olielanden ruziën over opvoeren productie en dat merken we aan de pomp

06 juli 2021 15:14 Aangepast: 06 juli 2021 15:16
Premier Mohammed bin Rashid van UAE en kroonprins Mohammed bin Salman van Saudi Arabië eerder dit jaar. Beeld © Getty

De mislukte onderhandelingen tussen de Opec en andere belangrijke olieproducerende landen over een hogere olieproductie zorgt voor de hoogste olieprijs in drie jaar tijd. Vijf vragen over het gesteggel van steenrijke oliestaten dat ons veel geld kost.

Die hoge prijs merk je als autobezitter namelijk ongetwijfeld aan de pomp: op sommige locaties ligt de prijs voor een liter benzine al boven de 2 euro.

Waarom is de prijs van olie (en daarmee van benzine) zo hard gestegen de laatste tijd? 

Het antwoord is les één van economie: de vraag stijgt, maar het aanbod niet. De vraag naar olie en gas is fors toegenomen, nu we over het hoogtepunt van de coronacrisis heen zijn en economisch herstel inzet.

We rijden weer meer met de auto, durven een vliegreis weer aan en veel bedrijven draaien weer op volle toeren. Daar is veel extra olie en gas voor nodig. Als het aanbod niet met de vraag meegroeit, stijgen de prijzen. En dat aanbod neemt niet toe. Want dat is de afspraak van olieproducerende landen. 

Wie gaat er over die olieprijs?

De prijs wordt op de oliemarkten bepaald. Heel belangrijk daarbij is wat de grote olieproducerende landen bereid zijn in de markt te zetten. Ze overleggen daarover met elkaar.

Voornaamste gesprekspartner zijn de olieproducerende landen die zijn verenigd in de zogenaamde Opec+. Dat zijn de dertien landen die in het ruim 60 jaar oude oliekartel Opec zitten (zoals Saudi Arabië, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten), aangevuld met tien andere belangrijke olieproducerende landen, zoals Rusland en Mexico. Samen goed voor zo'n 40 procent van de wereldolieproductie. 

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook

Onderzoek: met groene energie in plaats van olie en kolen had ABP 25 miljard meer verdiend

De Verenigde Staten, Canada en Iran (ook grote olielanden) zitten niet in dit overleg.

Waar ruziën de landen nu over?

De Opec+ was van plan om de olieproductie tussen augustus en december geleidelijk aan op te schroeven, met 2 miljoen vaten per dag. Ieder olieland zou een stukje van die extra productie voor zijn rekening mogen nemen.

De Verenigde Arabische Emiraten (met onder meer Dubai en Abu Dhabi) vinden echter dat ze te weinig krijgen. Ze hebben miljarden in extra productiefaciliteiten geïnvesteerd en willen die nu ook gaan gebruiken. Saudi-Arabië, het machtigste land in de Opec, wil de Emiraten echter niets extra's geven.

 

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Oliegrootmachten gaan meer oppompen, maar toch stijgt de olieprijs

De vrees bestaat dat ook andere landen dan meer willen produceren en zo het hek van de dam gaat. Door het plots toenemende aanbod zou net als vorig jaar de prijs weer in kunnen storten.

Hoe gaan ze dit geschil oplossen?

Vooralsnog blijft een oudere afspraak staan, waarbij de productie beperkt blijft. Die afspraak is gemaakt nadat de olieprijs vorig jaar ongekend laag was. De prijs lag in april vorig jaar onder de 25 dollar. De Amerikaanse olieprijs was kort zelfs negatief.

De olieproducerende landen hebben na het mislukte overleg van de afgelopen dagen geen nieuwe afspraak gemaakt voor een vergadering. En dat voorspelt niet veel goeds. Volgens olieanalist Hans van Cleef van ABN Amro zijn er drie scenario's mogelijk.

Olieprijs 

De olieprijs stijgt en daalt afhankelijk van vraag en aanbod en de internationale politieke situatie. De prijs voor een vat Brent-olie was in de jaren 2012-2014 meer dan 100 dollar. Daarna volgde een scherpe daling tot 50 dollar, waarna er met pieken en dalen weer omhoog werd gegaan. Tot begin vorig jaar, toen de prijs zakte tot onder de 25 dollar. Op moment van schrijven kost een vat (159 liter) ruim 76 dollar (iets meer dan 64 euro).

"Een: ze bereiken door bilaterale gesprekken toch nog een overeenkomst ergens in de komende weken. Wat ook kan gebeuren, is dat de huidige productiebeperkende afspraken blijven staan. En het kan ook nog zo zijn dat, net als begin vorig jaar, ieder voor zich gaat produceren."

In het eerste geval zal er een beperkte extra olieproductie komen, keert de rust terug en dalen de prijzen wat. In het tweede geval zullen de olieprijzen blijven stijgen. Het gevaar daarbij is dat dat, naast gemopper bij de pomp, voor onrust op effectenbeurzen gaat zorgen, inflatie aanjaagt en de groei van de wereldeconomie raakt.

In de derde situatie gaat ieder land zoveel mogelijk oppompen en zullen prijzen fors zakken.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook

Energierekening per 1 juli flink omhoog: bekijk hier hoeveel

Een scenario waarbij iedere oliestaat voor zich lekker veel gaat produceren, is op korte termijn aantrekkelijk. Want dan dalen ook de benzineprijzen. Maar op lange termijn is dat niet goed. Er wordt volgens Van Cleef dan te weinig geïnvesteerd in extra productie omdat de prijzen grillig blijven. "Een stabiele prijs is beter voor investeringen."

En aan de pomp?

Als er niets verandert, zullen met het aantrekken van de economie ook de benzineprijzen blijven stijgen dit jaar. Oliemaatschappijen berekenen gestegen grondstofprijzen razendsnel door aan de klant.

Een troost wellicht: als je deze dagen tankt heb je wel een record te pakken, zo meldt United Consumers. Zowel de benzine- als dieselprijs zitten nu op het hoogste niveau ooit. LPG was in 2014 nog een fractie duurder dan nu.

RTL Z First Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de Z First nieuwsbrief

Wil jij elke ochtend als eerste op de hoogte zijn van wat er speelt op economisch gebied? Schrijf je dan nu in voor de Z First nieuwsbrief

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van