Kwart minder vis

Brexit-afspraken over visserij maken niemand blij (ook de Britten niet)

28 december 2020 19:30 Aangepast: 28 december 2020 19:35
Nederlandse vissers mogen een kwart minder vis vangen dan voorheen. Beeld © Getty Images.

Door de brexitdeal mogen Europese vissers een kwart minder vis vangen dan voorheen. Dit gaat de Nederlandse overheid miljoenen kosten. De rekening loopt op van 23 miljoen euro in 2021 naar 38 miljoen euro vanaf 2026. Het kabinet hoopt een deel daarvan te kunnen verhalen op de zogeheten Brexit Adjustment Reserve.

Dat is een pot van de Europese Unie waar 5 miljard euro in zit. Dat geld is bedoeld om de economische en sociale gevolgen van de brexit te helpen opvangen in de lidstaten en sectoren die het zwaarst getroffen zijn. 

Minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken gaf vandaag een toelichting aan de Kamercommissie voor Europese Zaken. "Er is 600 miljoen euro gereserveerd voor de door de visserijdeal getroffen landen. Het is de Nederlandse inzet om daar een heel stevig deel uit te krijgen, die in lijn is met de schade die de Nederlandse vissers hebben opgelopen."

Akkoord

Op 24 december werd op de valreep een overeenkomst tussen de EU en Groot-Brittannië gesloten. Er moesten handelsafspraken gemaakt worden nu de Britten op 1 januari uit de EU vertrekken.

De onderhandelingen zaten maandenlang muurvast en een no-dealscenario was dichtbij. Het laatste heikele punt waarop de onderhandelingen bleven steken was de visserij.

Quota

De partijen konden het lange tijd niet eens worden over hoeveel vissers uit de EU na 1 januari nog in Britse wateren mogen vissen en tegen welke voorwaarden. Op het laatste moment is hier toch overeenstemming over bereikt.

Volgens het akkoord krijgen Europese vissers nog zeker 5,5 jaar toegang tot de Britse wateren. Maar de vangstquota gaan omlaag. Ze mogen een kwart minder vis vangen dan voorheen.  Met name vissers uit Urk, Zeeland, Katwijk en Texel lijden hieronder. Zij vangen in de Britse wateren veel haring, markreel, tarbot en tong.

Overgangsperiode

In totaal wordt voor de gehele Europese Unie zo’n 1,6 miljard euro aan vangstrechten overgedragen aan het Verenigd Koninkrijk.  Het gaat om een overgangsperiode van 5,5 jaar. Daarna zal opnieuw worden onderhandeld.

Dat leidde tot vragen van verschillende politieke partijen. De investeringen die vissers doen, bestrijken veel langere periodes. "Wat gaat het kabinet doen om de Nederlandse vissers meer toekomstperspectief te bieden", vroeg Stieneke van der Graaf (ChristenUnie) aan minister Blok.

Kabeljauwoorlogen

Ze had ook vragen over de onderhandelingen die straks volgen. Wat als er geen nieuw akkoord komt? "Gaan we terug naar de kabeljauwoorlogen", verwijzend naar een conflict over visrechten tussen IJsland en het Verenigd Koninkrijk in het midden van de 20ste eeuw.

Blok gaf toe dat het akkoord niet goed was voor de Nederlandse vissers. "Ik kan het niet mooier maken dan het is. Maar het is minder erg dan het had kunnen zijn. U heeft ongetwijfeld ook de percentages gezien die aan het begin van de brexitonderhandelingen circuleerden."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Handelsdeal na Brexit stapje dichterbij: 'Bijna akkoord over visserij'

Vangstquota 'veel te laag'

De Britse premier Johnson wilde eerst vissers uit de EU het recht om in Britse wateren te vissen helemaal afnemen. Vissers van buiten het VK zouden dan een vergunning aan moeten vragen om er te mogen vissen, en zich houden aan Britse regelgeving. 

Met het huidige akkoord lijken dan ook zowel de Nederlandse vissers en hun Engelse concurrenten niet blij te zijn. De Britse Nationale Federatie van Vissersorganisaties zegt tegen Reuters dat de sector is opgeofferd door premier Johnson. Die zou te veel concessies hebben gedaan, om de handelsdeal te redden. De Britse vissers vinden hun vangstquota veel te laag.

Teleurstelling

Ook de Nederlandse visserijsector reageerde teleurgesteld op het visserijakkoord. "De visserij betaalt een hoge prijs voor deze deal", aldus directeur Pim Visser van VisNed, dat de belangen van de kottervissers vertegenwoordigt.

"Er mag minder vis gevangen worden in het Kanaal, waar Nederlandse en Franse vissers nu beide vissen. Dat zal de spanningen doen oplopen" verwacht Visser.

Gerard van Balsfoort, voorzitter van de Redersvereniging voor de Zeevisserij, is ook teleurgesteld over de gedaalde quota. Hij benadrukt dat de toekomst onzeker is, nu over 5,5 jaar weer onderhandeld wordt. "Ondernemers moeten kunnen investeren in schepen en nieuwe visserijtechnieken, met een lange tijdhorizon. Maar die horizon is nu teruggebracht tot 5,5 jaar, terwijl we gevraagd hebben om een brexitdeal voor minstens 25 jaar."

De huidige regels

Eind december vervallen de huidige visrechten, vergunningen en quotaregels. 

Op dit moment gelden de oude regels van voor de brexit nog. Een van die regels is gemaakt in de jaren 70 en gaat over de toegang tot zogeheten territoriale wateren. Dat zijn stukken van de zee die bij een specifiek land horen.  

In de afspraken uit de jaren 70 is toegezegd dat Europese vissers toegang hebben tot elkaars territoriale wateren om te vissen. Aan de hand van die afspraken wordt jaarlijks ook bepaald hoeveel elk land dan van elke vissoort mag vangen. 

Zo vangen Nederlanders 80 procent van de haring en makreel in Brits water en ook de blauwe wijting wordt voor 70 procent in Britse wateren gevangen. 

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Op de valreep brexitdeal: 'Kerstcadeau op allerlaatste moment'

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van