Miljarden verschil

Nederland en EU steggelen al jaren over onze bijdrage aan Brussel

14 oktober 2020 17:31 Aangepast: 14 oktober 2020 17:36
Premier Mark Rutte in Brussel. Beeld © ANP

Nederland en de Europese Unie zijn het al decennialang oneens over hoeveel Nederland nu eigenlijk netto overmaakt aan de EU. Volgens de Nederlandse regering zijn we jaarlijks veel meer kwijt aan Brussel dan de Europese Commissie zegt.

En dan gaat het niet om een paar miljoentjes of zelfs honderden miljoenen, maar om miljarden. De Algemene Rekenkamer onderzocht wat we nu precies kwijt zijn aan de EU, en hoe het kan dat er in Brussel zo anders over onze rekening wordt gedacht dan in Den Haag.

5,5 of 2,9 miljard

De Nederlandse regering komt uit op een nettobedrag van 5,5 miljard euro per jaar. Dat bestaat uit de afdrachten minus het geld dat we via allerlei programma's weer terugkrijgen. Maar volgens de Brusselse rekenmethode is het nettobedrag 'slechts' 2,9 miljard euro. 

Nogal een groot verschil dus. Dat zit hem in de manier waarop de afdracht aan- en de inkomsten uit Brussel worden berekend.

Nederland kijkt ernaar als een boekhouder. Hoeveel geld maken we over, en hoeveel komt er weer terug? Het saldo daarvan is onze netto-afdracht. Simpel, en dan kom je uit op 5,5 miljard in 2019.

'Douaneheffingen zijn geen afdrachten'

De Europese Commissie kijkt daar anders tegenaan. Zij zeggen namelijk dat een deel van wat wij meerekenen als afdracht, helemaal geen afdracht is. Specifieker: de douaneheffingen.

Omdat er heel veel goederen van buiten de EU via Nederland de EU binnenkomen, int Nederland jaarlijks miljarden aan heffingen die het over moet maken aan de EU. 20 procent daarvan mag Nederland houden om de gemaakte kosten te dekken.

De EU zegt daarover: die douaneheffingen moet je niet meetellen in je afdracht, dat is namelijk geld dat Nederland namens de EU int. Trek je dat bedrag van de jaarlijkse afdracht af, dan betalen we netto opeens een stuk minder.

Drie grote posten

Los van dat meningsverschil tussen Brussel en Den Haag, dat inmiddels als enkele tientallen jaren bestaat, is het redelijk helder wat we afdragen en weer terugkrijgen. De afdrachten bestaan uit drie grote brokken:

  • De afdracht op basis van onze btw-opbrengsten
  • De afdracht op basis van de omvang van de economie (bni)
  • En de eerder genoemde douanerechten

Het afdrachtenlijstje ziet er in de praktijk wel wat complexer uit, vooral omdat Nederland en een aantal andere landen die vonden dat ze te veel betalen, kortingen hebben bedongen.

Zo krijgt Nederland zelf een flinke jaarlijkse korting op de afdracht die gebaseerd wordt op de grootte van de economie (bni-afdracht). Tegelijkertijd betaalt Nederland ook weer wat extra om de kortingen van andere landen (vooral het VK toen ze nog lid waren) te compenseren.

De directe inkomsten uit Brussel zijn een stuk lager. Het geld dat Nederland wel ontvangt uit Brussel komt binnen in vijf categorieën:

  • Concurrentie en werkgelegenheid
  • Cohesie (steun aan armere regio's)
  • Natuurlijke hulpbronnen (landbouwsubsidies)
  • Veiligheid en burgerschap
  • Administratie (vergoedingen voor Europese instellingen)

Al met al zorgt het ervoor dat Nederland strikt genomen aanzienlijk meer betaalt aan de EU dan het er in directe betalingen voor terugkrijgt. Of je nu de definitie gebruikt van de EU of van de Nederlandse regering: Nederland blijft een nettobetaler.

Rekenmethode maakt flink verschil

Zelfs volgens de berekening van de Europese Commissie was Nederland vorig jaar de op een na grootste nettobetalers, afgezet tegen de grootte van de economie. Alleen Duitsland betaalde meer. Maar in de jaren daarvoor schommelden we in de middenmoot van betalers.

De Rekenkamer ziet daar een groot verschil met de Nederlandse meetmethode. Als die voor alle landen wordt gehanteerd, was Nederland namelijk in de gehele periode tussen 2014 en 2020 de grootste nettobetaler van de club.

Kortingen niet geschrapt

Dat verschil van inzicht is een belangrijke reden dat Nederland zich de afgelopen maanden met hand en tand heeft verzet tegen een verhoging van de meerjarenbegroting van de EU. Daarover zijn de regeringsleiders het een paar maanden geleden al eens geworden, maar het Europees Parlement is nog altijd niet aan boord.

Als de begroting wordt aangenomen zoals de lidstaten hem hebben bedacht, ziet het ernaar uit dat Nederland niet eens zo heel veel meer af gaat dragen. Dat komt vooral omdat de kortingen voor Nederland niet worden geschrapt, terwijl de Europese Commissie dat eigenlijk wel wilde.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Europees parlement zegt nee tegen deal begroting EU

Sterker nog: van de douaneheffingen mogen we straks een kwart houden, waar dat nu nog 20 procent is. Daarvan profiteren vooral Nederland en België: twee kleine landen met grote zeehavens waar veel spullen de Unie binnenkomen.

Dat zorgt er uiteindelijk voor dat de afdracht aan de EU volgens het ministerie van Financiën en het ministerie van Buitenlandse zaken de komende jaren met zo’n 100 miljoen euro stijgt.

Niet blindstaren

Hoewel het belangrijk is inzicht te hebben in wat we betalen en wat we terugkrijgen uit Brussel, waarschuwt Rekenkamerlid Ewout Irrgang er in de Volkskrant voor dat we ons niet op de bedragen moeten blindstaren. 

"Een eenkennige blik op EU kan erdoor worden versterkt. De toegevoegde waarde van de EU laat zich immers moeilijk aflezen uit deze overzichten. Het gaat daarbij veel meer om vragen als; wordt onze economie sterker en gezonder door de EU, kunnen we prettiger leven, wonen, werken, reizen en zijn we veiliger?"

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van