Economie

Israël in rijtje technologische supermachten met goedkoopste maanlanding

11 april 2019 06:22 Aangepast: 11 april 2019 09:56
Initiatiefnemer Morris Kahn, links, met op de achtergrond de maanlander. Beeld © SpaceIL

Als alles goed gaat, landt vanavond het Israëlische ruimtetoestel Beresheet, oftewel Genesis, op de maan. Daarmee komt Israël in een illuster rijtje. Alleen de VS, Rusland en China gingen de Israëli's voor. Opmerkelijk: het land doet het voor een historisch laag bedrag.

De Israëlische initiatiefnemers hebben 88 miljoen dollar (ruim 78 miljoen euro) in het project gestoken. Dat staat in schril contrast met de kosten van het Apollo-project, waarmee de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA in 1968 als eerste een maanlanding realiseerden. Dat programma kostte 25 miljard dollar, gecorrigeerd voor inflatie zou dat het astronomische bedrag van 118 miljard dollar zijn.

Uiteraard is het geen eerlijke vergelijking, want voor het Apollo-programma moest veel meer ontwikkeld worden dan de 600 kilo zware maanlander van Israël. Dat is de lichtste ooit, melden de initiatiefnemers zelf. De landing staat voor vanavond gepland.

Raket van Musk

Onder het Apollo-programma viel verder ook de ontwikkeling van raketten, om überhaupt op de maan te komen. Dat doet de stichting, SpaceIL, niet zelf. Zij laten zich vervoeren door een raket van SpaceX, het ruimtevaartbedrijf van miljardair Elon Musk. 

Een vracht laten vervoeren door zijn Falcon 9 kost minimaal 62 miljoen dollar, staat op SpaceX' eigen site. Maar dat hebben de Israëli's niet betaald, vertelt Jeroen Rotteveel, oprichter en directeur van ruimtevaartbedrijf ISIS, dat staat voor Innovative Solutions In Space. Het Israëlische bedrijf zelf reageert niet direct op vragen van RTL Z.

"Het was een gedeelde lancering, er werd ook een satelliet mee in de ruimte gebracht. Dan deel je ook de kosten, dat wordt vaker gedaan", vertelt Rotteveel. "Stel, dat ze daar nog 30 miljoen voor betalen, dat is een schappelijke prijs om er te komen. Bij NASA gaat het toch om andere bedragen." 

Astronaut James B. Irwin aan het werk tijdens een van de Apollo-missies. Astronaut James B. Irwin aan het werk tijdens een van de Apollo-missies.

'Sterk gemanaged'

Ondanks dat het dan misschien niet een heel groot project is, is het volgens hem 'best wel knap', dat de maanlanding, als die lukt, voor dit bedrag lukt. "Israël is toch een redelijk westers land met vergelijkbare kosten en ook de leveranciers waar ze materialen van hebben zijn niet goedkoop, weet ik", legt hij uit. "Een strak gemanaged project." 

Dat de maanlanding vele malen goedkoper is dan vroeger, heeft volgens Rotteveel ook te maken met technologische vooruitgang uit andere industrieën. "De miniaturisering van elektronica en batterijen, dat heeft ook een impuls gegeven aan de ruimtevaart", zegt hij.

Borstgeklop

Dat ook grote landen als China en de VS zich weer met de ruimtevaart naar de maan bezighouden, heeft volgens hem een lange- en korte termijnreden. "Mensen zijn explorers, die hebben de drang om verder te kijken, om antwoorden te krijgen op fundamentele vragen zoals hoe ons zonnestelsel eruit ziet. Maar dat is voor in de verre verre toekomst."

Op de korte termijn gaat het volgens Rotteveel om 'borstgeklop'. "Laten zien wie de technologische supermacht is. En in de strijd passen ook andere high tech landen als Israël en India", analyseert hij. 

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Bemande vlucht naar Mars: project van de lange adem

Het gaat om gewicht

Een van de redenen voor het verschil in kosten tussen de Israëlische missie en het NASA-project is het gewicht, legt Barry Zandbergen uit. De Beresheet weegt zo'n 600 kilo, de Apollo maanlander die door de Amerikanen ontwikkeld werd voor de eerste vluchten naar de Maan woog tot ongeveer 16000 kilo. Omdat de Amerikaanse maanlander een bemand toestel was, is het ook veel complexer dan de Beresheet.

Dit is te vergelijken met hoe een Delftse kleine satelliet zich verhoudt tot een baksteen. "Een baksteen is vele malen goedkoper dan een technologisch hoogwaardige satelliet", legt de universitair docent van de TU Delft uit.

De veel lagere massa van Beresheet in vergelijking met de Apollo-maanlander maakt ook dat de lancering veel goedkoper kan omdat ook de draagraket kleiner kan uitvallen. De gewichtsverhouding van de lading die een draagraket kan vervoeren tot het totale eigen gewicht van de draagraket is ongeveer 1 op 100. Voor 600 kilo is dus een veel minder zware en daarmee goedkopere raket nodig.

Aan het ontwerp van de Israëlische maanlander is ook te zien dat er keuzes zijn gemaakt met gewicht als belangrijk argument, vertelt Zandbergen. "Er zitten geen zonnepanelen op, dus de stroom komt uitsluitend van batterijen. Dat beperkt dan wel de duur dat het actief kan zijn tot enkele dagen", zegt Zandbergen.

Inspiratie? Of gewoon leuk

De lancering door Musk’s SpaceX hoeft helemaal niet zo duur te zijn, voegt Zandbergen nog toe. "Misschien hebben ze wel korting gekregen, daar krijg je nooit inzicht in. De Falcon 9 heeft nog niet veel naar de maan geschoten, dat is wel een ambitie van Elon. Het kan dus goed dat hij hieraan meedoet, puur om te laten zien dat hij het kan en zich daarmee te kandideren voor NASA." Dat is dan voor beide parijen een win-win.

Zandbergen is er niet helemaal over uit waarom de Israëli’s aan het project meedoen. Het is natuurlijk wel inspirerend voor de kinderen daar, die zien: he, dat kunnen wij ook", aldus Zandbergen. "Maar 88 miljoen dollar is een groot bedrag, alleen om kinderen te motiveren. Maar misschien vindt hij het gewoon leuk om te doen", verwijst hij naar de drijvende kracht achter het project, de miljardair Morris Kahn die 27 miljoen dollar doneerde.

Die is zelf heel duidelijk over zijn motivatie: Israël op de kaart zetten als wereldmacht op het gebied van ruimtevaart. De Joodse staat viert dit jaar de 70ste verjaardag. 

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Binnenkort met een lift de ruimte in? Reken er maar niet op  

Business-case

Die trend, waarbij bedrijven samenwerken met overheden herkent Jeroen Rotteveel als trend in de hedendaagse ruimtevaart. "Het verschuift van overheden die bedrijven als leveranciers hebben naar bedrijven die samenwerken met overheden. Investeerders zien wel een business-case, ze mikken op een spacebase-economy", vertelt hij. "Dat is een ruimte-economie, met semi-permanent bewoonde kolonies in de ruimte. Het is een hele hele lange termijnvisie, maar ze nemen nu risico om alvast een positie te veroveren voor als het zover is."

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`