Economie

Gemeenten worstelen met de huisvesting van arbeidsmigranten

22 maart 2019 06:14 Aangepast: 22 maart 2019 06:15
Het Labour Hotel in Waalwijk Beeld © Kafra Housing

De vraag naar buitenlandse werknemers neemt toe in de krappe arbeidsmarkt, en dat bezorgt Nederlandse gemeenten hoofdpijn. Want er is nu al een tekort aan huisvesting voor arbeidsmigranten, en dat tekort groeit.

Nederland telt 450.000 tot 500.000 arbeidsmigranten. Daarvan heeft ten minste één op de vijf geen geschikte woonruimte, zegt Johan van der Craats van het Expertisecentrum Flexwonen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek schat dat er tot 2023 jaarlijks ongeveer 70.000 mensen naar Nederland komen die kort na aankomst werk vinden. Ruim twee derde daarvan komt uit andere EU-landen. "Gemeenten en bedrijven beginnen de ernst van de situatie in te zien", zegt van der Craats. Volgens hem werken weliswaar steeds meer gemeenten aan huisvesting voor deze groep. "Maar het huidige tempo is veel te langzaam. Er mogen wel drie tandjes bij."

Illegaal in een vakantiepark

Op dit moment wonen nog veel arbeidsmigranten in huizen die eigenlijk bestemd zijn voor lokale starters op de woningmarkt. Anderen wonen illegaal op een vakantiepark, terwijl de gemeente een oogje toeknijpt.

"De omstandigheden zijn niet ideaal", zegt Frank van Gool, ceo van uitzendbureau Otto Workforce. Zijn bedrijf is een van de grootste uitzendorganisaties voor arbeidsmigranten in Europa. Alleen al in Nederland zet hij elke dag tussen de 11.000 en 12.000 buitenlanders aan het werk.

'Gemeenten hebben weinig te winnen'

De huisvesting voor deze mensen bouwt zijn bedrijf in principe ook zelf, via dochterbedrijf Kafra. Dat zijn meestal zogenoemde Labour-hotels, complexen waarin tientallen, soms honderden arbeidsmigranten kunnen wonen in studio's, met daarin ook gemeenschappelijke voorzieningen zoals wasserettes en fitness- en ontspanningsruimtes.

Daarvoor heeft hij wél toestemming nodig van de gemeente, en daar loopt Van Gool vaak tegen problemen aan: "Zij stellen geen locaties beschikbaar. Iedereen wil goede huisvesting, maar als het op de uitvoering aankomt dan is de houding: not in my back yard."

"Veel gemeenten denken dat niets te winnen valt bij huisvesting voor arbeidsmigranten", zegt ook Harald Wiersema van Holla Advocaten. Hij staat ondernemers bij die woningen voor arbeidsmigranten willen realiseren. "Als een politieke partij stemmen wil winnen, kan ze beter huur- en koopwoningen voor lagere inkomens laten bouwen."

Bezwaar van de buurt

Wiersema wijst erop dat bewoners regelmatig bezwaar maken, als locaties voor huisvesting worden aangewezen door de gemeente. Omwonenden zijn bijvoorbeeld bang voor verkeersdrukte, onveilige situaties of andere overlast. "Dat maakt gemeenten terughoudend. Ze branden hun vingers er liever niet aan."

De Brabantse gemeente Altena kreeg deze week nog te maken met bezwaar van een groep ondernemers in Werkendam, tegen de huisvesting van 17 arbeidsmigranten op hun bedrijventerrein. Wethouder Matthijs van Oosten (CDA) snapt de bedenkingen bij de logiesfunctie op het bedrijventerrein. Maar hij benadrukt dat juist ook ondernemers op dit terrein profiteren van arbeidsmigratie.

Verdringing op de woningmarkt

Veel arbeidsmigranten in de gemeente wonen in reguliere woningen, wat het voor inwoners moeilijker maakt een geschikt huis te vinden. Het gemeentebestuur wil dat graag veranderen, maar worstelt met de vraag hoe dat het beste geregeld kan worden.

Het startte vorig jaar een pilot waarmee het aanbod van huisvesting vergroot moet worden. Ondernemers mogen een jaar lang arbeidsmigranten huisvesten op een alternatieve locatie, met de mogelijkheid tot een jaar verlenging.

Investering niet terug te verdienen

De praktijk blijkt echter weerbarstiger dan de theorie. Initiatiefnemers van huisvesting moeten namelijk veel investeren. De korte looptijd maakt dat zij hun investeringen niet kunnen terugverdienen, en dat schrikt af. Daarnaast blijft er weerstand vanuit de omgeving, ondanks dat het een proef is en om tijdelijke initiatieven gaat.

Toch is Van Oosten ervan overtuigd dat de oplossing gezocht moet worden in opvang buiten de reguliere woningmarkt. Althans, voor de mensen die hier minder dan drie jaar blijven. Hij kijkt daarbij met een schuin oog naar de gemeente Waalwijk, een gemeente die al langer bezig is met het vraagstuk.

Keihard nodig voor bedrijven

Waalwijk kent veel logistieke bedrijven die buitenlandse krachten goed kunnen gebruiken, waaronder het distributiecentrum van Bol.com. Wethouder Ronald Bakker (VVD) opende daar afgelopen juni, op een industrieterrein aan de rand van de stad, een complex voor de huisvesting van vierhonderd arbeidsmigranten.

In december versoepelde Waalwijk daarnaast de regels voor de minimale afstand tussen grootschalige campussen voor arbeidsmigranten, van 1200 meter naar 500 meter.

Uren in een busje

"Er wordt jarenlang gesproken over de problemen, maar het blijft altijd bij het opstellen van rapporten", stelt Bakker. Hij is niet bang dat zijn beleid tot onvrede onder de Waalwijkse bevolking leidt. De arbeidsmigranten die relatief kort blijven worden zo veel mogelijk opgevangen in complexen vlakbij de bedrijven waar zij werken.   

"Op deze manier krijg je aan de ene kant meer rust in de woonwijken en minder druk op de woningvoorraad. Aan de andere kant hoeven de medewerkers niet uren in een busje heen en weer gereden te worden na een lange werkdag", zegt Bakker. "Goed voor de inwoners, arbeidsmigranten, bedrijven en het verkeer in en om Waalwijk."

'Er is draagvlak als je goed communiceert'

Van der Craats van het Expertisecentrum Flexwonen noemt Waalwijk een voorbeeld voor andere gemeenten. "Maatschappelijk verzet kan een initiatief maken of breken’, zegt hij. "Maar als je goed communiceert met de omwonenden, dan draagt dat ook in belangrijke mate bij aan het draagvlak."

Ook uitzendbaas Frank van Gool benadrukt dat gemeenten niet hoeven te vrezen voor langdurige bezwaarprocedures van omwonenden, als ze maar goed communiceren. "Betrek ze bij de bouw van de huisvesting, in plaats van hen achteraf voor het blok te zetten." 

Zelf maakt Van Gool bij de bouw van huisvestingscomplexen gebruik van klankborden, zodat omwonenden suggesties kunnen doen. "Als je echt luistert naar de inwoners, dan neem je niet alleen de scepsis weg, maar krijg je er ambassadeurs voor terug."

`