RTLZ

Weer aan de slag na heftig incident: 'Praat en schakel zo nodig hulp in'

19 maart 2019 18:45 Aangepast: 20 maart 2019 01:10
Vlag half stok op het 24 Oktoberplein, de dag na het schietincident. Beeld © ANP

Paniek in een tram in Utrecht maandag. Zwaar bewapende agenten voor kantoordeuren. Scholen die de deuren moesten sluiten. Na het schietincident mochten sommige werknemers niet direct naar huis, en wisten zij soms niet wat te doen. Hoe ga je hier als bedrijf mee om? "Iedereen zou hier eigenlijk een protocol voor moeten hebben."

De tramchauffeurs in Utrecht namen gisterochtend allemaal weer plek achter het stuur. Gepraat wordt er wel over het schietincident van maandag, waarbij drie mensen om het leven kwamen en drie ernstig gewond raakten.

Toch wilde iedereen gisteren weer aan het werk, laat woordvoerder Fabian Wegewijs van U-OV weten. "Er ligt een protocol voor dit soort situaties. Medewerkers zijn opgevangen en er is nazorg voor wie daar behoefte aan heeft." Meer wil hij er nu niet over zeggen, omdat de gebeurtenissen nog vers zijn.

Vast op kantoor

Naast de direct betrokkenen, zat bij veel mensen in Utrecht de schrik er goed in. Zeker toen werd aangeraden binnen te blijven en de jacht op de vermeende dader(s) nog gaande was.

Buren appten elkaar dat ze vastzaten op kantoor en onder geen enkel beding naar buiten mochten. Winkeliers gingen op hun gevoel af en sloten deuren of schakelden extra beveiliging in. Scholen hielden kinderen ook na schooltijd in de lokalen.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Geen enkele relatie tussen Gökmen T. en slachtoffers Utrecht

Draad oppakken en verder?

"Het was een dagje wel. De rust gaat vandaag wederkeren", mailde de schoolleiding van een basisschool gisterochtend naar alle ouders. Maar niet voor iedereen is het een kwestie van de draad oppakken en weer verder, zegt Mirjam Sleijster.

Zij is bedrijfsmaatschappelijk werker en heeft als zelfstandige kleine en grote organisaties in Midden-Nederland als klant. "Of het nu om zo'n incident gaat, een overlijden op de werkvloer of een zwaar ongeluk van een collega, daar moet wel over gepraat worden", zegt Sleijster.

Dat raadt ook Carla Auer aan, eigenaar van de Trauma Nazorg Groep. Zij geeft momenteel een training aan de brandweer in Utrecht. Auer: "Doorgaan met werken is niet goed. Je kunt beter bij elkaar zitten, net als veel scholen in Utrecht die de dag klassikaal zijn gestart om over het incident te praten."

Belangstellenden omhelzen elkaar bij de bloemen op het 24 Oktoberplein in Utrecht. Belangstellenden omhelzen elkaar bij de bloemen op het 24 Oktoberplein in Utrecht.

'Huilen mag, opproppen niet goed' 

Is zo'n gesprek moet iedereen zijn gevoelens dan kunnen delen. "Mensen mogen bang zijn, huilen, het afschuwelijk vinden. Opproppen is niet goed", aldus Auer.

Erkenning van gevoelens en aandacht van een leidinggevende zijn belangrijk, vertelt Sleijster. "Mensen zijn over het algemeen veerkrachtig en de impact op langere termijn valt meestal mee."

Auer is het daarmee eens. "Zeker voor mensen aan de buitenkant, de scholen, mensen in kantoren, is het dan ook vaak wel klaar. Je moet het ook niet groter maken dan het is", vult ze aan.

Hulp inschakelen

Voor sommige mensen kan zo'n heftige gebeurtenis een dip wel versterken, bijvoorbeeld voor mensen die toch al iets te veel op hun bordje hadden, zegt Seijer. "Opschalen en hulp inschakelen van een externe partij is dan geen slecht idee. Laat mensen verder zelf aangeven waar ze behoefte aan hebben."

Veel grote bedrijven waarmee ze werkt, hebben wel een protocol liggen voor hoe om te gaan met trauma's op de werkvloer. Ook kleine bedrijven raadt zij aan om dit te doen.

Eerst koffie, dan de emoties

Voor hulpverleners is de situatie wel anders. Daarvoor start een heel ander traject, weet Auer. "De brandweer gaat na een heftige gebeurtenis eerst als team met elkaar zitten. "Hulp bestaat dan in eerste instantie uit verzorgen, met koffie, broodjes en het naar huis brengen van mensen bijvoorbeeld." 

De eerste 72 uur na een incident zijn er bewust nog geen een-op-eengesprekken. Maar als de adrenaline thuis eenmaal gezakt is, krijgen de hulpverleners die daar behoefte aan hebben, de kans om een crisissituatie opnieuw te bespreken.

Auer: "In het begin ben je te overdonderd en kun je een situatie nog geen plaats geven. Dat komt later en voor wie dat nodig heeft, is er dan altijd een-op-eenbegeleiding."

`