Economie

Hoe zit het? Gaan we er nou op vooruit of niet?

21 februari 2019 17:50 Aangepast: 22 februari 2019 10:29
Minister van Economische Zaken Eric Wiebes Beeld © Archieffoto ANP

Er kwam deze week een stortvloed van kritiek over het Planbureau voor de Leefomgeving heen. Het ministerie van Economische Zaken gebruikte oude cijfers van PBL, waardoor de energierekening volgens het CBS hoger uitvalt dan het kabinet heeft gezegd. Toch zegt het Centraal Planbureau op zijn beurt weer dat hun koopkrachtberekeningen blijven kloppen en gaan we er volgens minister Wiebes nog steeds op vooruit. Hoe kan dat dan?

Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Planbureau, Centraal Bureau voor de Statistiek... Logisch dat het je begint te duizelen. We gaan het hier stap voor stap proberen uit te leggen. En ja, dat is soms best ingewikkeld.

Wat ging er mis?

Dat de energierekening toch hoger uitvalt dan verwacht kwam doordat het kabinet in hun voorspellingen rekende met verouderde cijfers. Het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) deed in 2017 een voorspelling over ons energieverbruik en de kosten van energie. Die voorspelling kwam alleen niet uit. Wij blijven meer energie gebruiken dan voorspeld en het is ook nog eens duurder. Het gevolg: een hogere energierekening dan het kabinet ons voorspiegelde, ophef en een boze oppositie.

Aangezien het kabinet ook zei dat 96 procent er in 2019 op vooruit zou gaan, beginnen mensen ook aan die voorspelling te twijfelen. Het lijkt namelijk logisch dat als de energierekening hoger uitvalt dan verwacht, de financiële vooruitgang lager uitpakt dan verwacht. Of erger, dat we er helemaal niet op vooruit gaan.

Waarom gaan we er volgens Wiebes dan toch op vooruit?

Toch valt dat volgens minister Wiebes van Economische Zaken wel mee. Aan de koopkrachtplaatjes zal volgens hem weinig veranderen. Voor de voorspelling van de vooruitgang in koopkracht maakt het kabinet namelijk helemaal geen gebruik van het PBL maar van het CPB, het Centraal Planbureau. Zij berekenen in economische ramingen hoeveel we er op voor- of op achteruitgaan. En het CPB rekent op een andere manier en bovendien ook nog eens met andere cijfers dan de verouderde cijfers van het PBL.

Het CPB berekent namelijk de koopkrachtontwikkeling. Kortom hoeveel huishoudens meer of minder te besteden krijgen. Daarvoor kijken ze naar de hoogte van het inkomen, de hoogte van belastingen die je van dat inkomen moet betalen en hoe duur dingen als boodschappen, de huur en energie zijn. Om te voorspellen hoe de koopkracht zich gaat ontwikkelen moet je dus in beeld brengen hoeveel de lonen stijgen, de belastingen hoger of lager worden en hoeveel de prijs van levensonderhoud omhoog of omlaag gaat.

Heeft Wiebes gelijk?

Hoeveel de prijzen gaan stijgen of dalen wordt berekend met de inflatie. Patrick Koot werkt mee aan de economische ramingen van het CPB: "Wij kijken voor de inflatie dus eigenlijk naar de prijs van alles. We nemen de stijging van de energierekening dus wel mee, maar tellen die samen met de stijging van al het andere bijvoorbeeld ook boodschappen, openbaar vervoer en de huren. Alleen de energietarieven hebben dus maar een kleine invloed op de totale inflatie."

Het CPB berekende op die manier dat de inflatie dit jaar 2,4 procent zal gaan zijn. Dat was dus ook de voorspelling waar het kabinet hun 96 procent op baseerde. En dat inflatiecijfer blijft, ook met de hogere energierekening, redelijk in stand. Koot: "In de cijfers van het CBS –waarin zij de energietarieven berekende met recentere cijfers– komt de inflatie voor januari uit op 2,2 procent. Hoewel de energierekening dus hoger uitvalt, zal er iets anders zijn dat is meegevallen."

Vooralsnog lijkt Wiebes dus gelijk te hebben. Hoewel de energierekening hoger uitviel, zijn de inflatie en daarmee dus ook de koopkrachtplaatjes nog steeds redelijk volgens verwachting.

Is het dan eind goed al goed?

Klopt de voorspelling van 96 procent dan helemaal? Nou nee, er is toch een kleine slag om de arm. "Inflatie is gewoon een van de grootste onzekerheden in de ramingen. Hoewel we in de berekening voor inflatie uitgingen van een forse prijsstijging op energie is de exacte impact ervan nog niet geheel duidelijk. Dat zijn we nu aan het berekenen voor de het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart. Dan gaan we echt zien hoeveel we erop vooruit gaan", aldus Koot.

Ook Wiebes blijft voorzichtig. Eerder deze week zei hij al dat het kabinet terughoudender had moeten zijn over de energierekening en ook vandaag maakte hij een voorbehoud. "Vooralsnog is niet evident dat deze energierekening de koopkrachtcijfers zou hebben verstoord. Maar nogmaals, dat gaan we zien in maart, bij de CEP, en dat is zeer binnenkort."

`