RTLZ

Prins Bernard en zakenpartners kregen dwangsom

12 januari 2019 08:33 Aangepast: 12 januari 2019 16:23
Prins Bernhard tijdens Koningsdag.

De gemeente van Amsterdam heeft Prins Bernhard jr. en zijn zakenpartners vorig jaar een dwangsom opgelegd voor het overtreden van de verhuurregels. Ook VVD-Kamerlid Wybren van Haga kreeg een sommatie. In beide gevallen ging het om de verhuur van panden aan te grote groepen, zonder vergunning.

Dat schrijft Het Parool na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. Voor de dwangsom kregen beiden bovendien meerdere waarschuwingen dat ze niet voldeden aan de regels. 

Bernhard jr. bezit als privépersoon en via zijn bv's waaronder Pinnacle bv een kleine zeshonderd panden, waarvan ruim driehonderd in de hoofdstad. Van Haga bezit meer dan honderd huizen, vooral in Amsterdam en Haarlem.

Eerdere waarschuwing

Grootvastgoedbezitter prins Bernard en zijn zakenpartners vertelden de krant en de gemeenteraad van Amsterdam in 2017 dat ze niets wisten van de overtreding. Hun argument was dat de verhuur van vastgoed is uitbesteed aan een derde partij, zo lieten zij in november van dat jaar weten via een woordvoerder.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Pandjesprins Bernhard jr. wordt mede-eigenaar Mediapark

Maar nu blijkt dat de 'pandjesprins' en zijn partners reeds op 19 juni 2017 een aangetekende brief van de gemeente ontvingen. Daarin werden zij gewaarschuwd dat een van hun panden werd verhuurd aan zes personen, zonder vergunning.

In december 2017 kregen vastgoedbeleggers nog meer aangetekende brieven over verhuur aan te grote groepen. Omdat zij vervolgens niet in actie kwamen, ontvingen ze eerst een 'voornemen' tot een last tot dwangsom, een soort laatste waarschuwing. Daarna volgde de last onder dwangsom, voordat de vergunning eind mei alsnog werd verstrekt.

Van Haga kreeg ook bericht

Ook  VVD-Kamerlid Wybren van Haga kreeg een sommatie van de Amsterdamse gemeente. Ook Van Haga verhuurde een pand aan een te grote groep van zes personen en werd dringend verzocht om daar een einde aan te maken.

Begin 2018 kwam de positie van Van Haga in opspraak - wat een direct risico zou zijn voor de meerderheid van de coalitie in de Tweede Kamer. De integriteitscommissie van de VVD kreeg echter op 22 februari te horen dat alles was opgelost en besloot later dat Van Haga mocht aanblijven. Volgens het Parool blijkt nu dat het het VVD-Kamerlid een dag eerder, op 21 februari, nog een brief van de gemeente kreeg waarin stond dat hij in overtreding was.

Politieke partijen maken zich al lange tijd  zorgen over de sterke opkomst van particuliere beleggers op de huizenmarkt in grote steden. Zij drijven zo de prijzen op, wat zeer ongunstig uitpakt voor veel huurders en starters, voor wie het onmogelijk is om nog een woning te kopen.

`