RTLZ

Voorlopig nog geen pensioenakkoord: 'Stevige gesprekken nodig'

09 november 2018 15:19 Aangepast: 09 november 2018 16:19

Na jaren van moeizame onderhandelingen is een pensioenakkoord nog steeds niet in zicht. Maandag is er weer topoverleg tussen minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en de sociale partners, maar tot een akkoord komt het dan waarschijnlijk niet. Er zijn nog altijd een paar flinke hobbels te nemen.

Het sluiten van een akkoord is geen kwestie van dagen. Waarschijnlijk gaat het nog flink langer duren, zegt een bron die op de hoogte is van voortgang van de onderhandelingen tegen RTL Z. Dat komt doordat de partijen het over een hoop dingen nog steeds oneens zijn, zegt hij. 

'Maandag nog geen akkoord'

Ook de hoofdonderhandelaar van FNV, Tuur Elzinga is niet optimistisch. "Wij zijn er nog lang niet. Als dit het is, is er maandag nog geen akkoord", zegt hij tegen Radio 1. Hij benadrukt dat er op verschillende punten nog stevige gesprekken nodig zijn.

Minister Koolmees wilde er niets over kwijt. "Ik zeg nooit iets over lopende onderhandelingen. Ik ben hard bezig", zei hij tegen RTL Z. 

De onderhandelingen over een nieuw pensioenstelsel duren inmiddels al tien jaar. Over wat het nu uiteindelijk gaat opleveren circuleren een hoop geruchten. Veel partijen willen af van het huidige systeem, dat in 2020 op de schop zou moeten.

Het probleem:

Het systeem dat we nu hanteren is eigenlijk niet meer te handhaven. De arbeidsmarkt is anders dan jaren geleden, minder mensen zijn in loondienst en het is niet meer vanzelfsprekend om lang bij dezelfde werkgever te blijven.

Er zitten weliswaar miljarden in de pensioenpotten, maar niet genoeg om aan alle verplichtingen in de toekomst te voldoen. Het is nu zo geregeld dat er een vast pensioen wordt beloofd en dat iedere werknemer evenveel bijdraagt aan het pensioenfonds, ongeacht leeftijd.

Dat was vroeger een eerlijk systeem, omdat vrijwel iedereen jarenlang in loondienst was en op dezelfde manier pensioen opbouwde. Dat is inmiddels niet meer zo. Bovendien betalen jongere werknemers nu relatief veel premie omdat hun inleg langer belegd kan worden door het pensioenfonds en uiteindelijk meer waard wordt.

Dat moet veranderen en dus onderhandelen de werkgevers, werknemers en het kabinet al jaren. We zetten de grootste obstakels en onderhandelpunten op een rijtje.

De rekenrente:

Pensioenfondsen moeten rekenen met een fictieve rente, om te bepalen hoeveel geld ze in 2018 in kas moeten hebben om ook in 2048 pensioenen te kunnen uitkeren. Hoe lager die rente, hoe meer geld ze moeten vasthouden. Dat geld rendeert minder en wordt dus niet zo snel meer waard.

Met een hogere rente hoeven pensioenfondsen minder geld in kas te houden. Gevolg daarvan is dat ze meer kunnen uitkeren. 

De rekenrente is belangrijk, omdat pensioenfondsen nu een vast bedrag aan pensioen beloven, aan het einde van de looptijd. Dat maakt dat ze voorzichtig moeten zijn. Zij kunnen niet rekenen met een flexibele, losse rente. Dat kan wel als het uit te keren bedrag flexibeler wordt gemaakt. Dan wordt het bedrag hoger als het goed gaat met het fonds en lager als het niet goed gaat. Bij een niet gegarandeerd pensioen is een strenge rekenrente ook niet nodig.

Nu is het zo: zit het tegen, dan moeten werkenden meer inleggen. Straks zou het kunnen zijn: zit het tegen, dan krijgen gepensioneerden minder pensioen uitgekeerd. Het voordeel is dat het verhogen van de pensioenen makkelijker wordt voor de fondsen. De verplichtingen voor de toekomst worden minder strikt, waardoor ze makkelijker geld kunnen uitgeven.

De AOW-leeftijd:

Vakbonden willen al heel lang dat de AOW-leeftijd langzamer omhoog gaat. De werkgevers zijn het daar inmiddels mee eens. Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aangeboden om die stijging minder snel te laten gaan, maar dat geldt alleen voor de stijging naar 67 jaar. Die zou in plaats van in 2021 vanaf 2025 plaatsvinden.

Maar de vakbonden zeggen: daar heeft maar een kleine groep plezier van. Zij willen dat voor een langere periode afspreken. Daarnaast blijft staan dat op 1 januari 2019 de AOW-leeftijd naar 66 jaar en vier maanden gaat. "Er gaapt nog een hele kloof tussen wat de minister wil doen om eerder stoppen met werken mogelijk te maken, en wat wij willen", zegt Elzinga. 

De zware beroepen:

Er is al lang discussie over de zware beroepen. Als je bouwvakker of stratenmaker bent is het lastiger om langer door te werken. Ondanks mooie beloftes is er weinig terechtgekomen van het zoeken naar ander zinvol werk. Dat is ook lastig, want als je een leven lang in de bouw hebt gewerkt, is het moeilijk om op latere leeftijd nog om te scholen naar een kantoorbaan.

Volgens de Volkskrant is het kabinet wat betreft bovenstaande punten bereid om de boete op vroegpensioen aan te passen. Daardoor kunnen bedrijven werknemers die een zwaar beroep hebben of langer dan 45 jaar hebben gewerkt makkelijker met pensioen laten gaan. Er werd al becijferd dat de kosten om deze groep eerder met pensioen te laten gaan meevallen.

Het lijkt er nu op dat het kabinet daarin deels mee wil gaan, als ze in ruil daarvoor het pensioenstelsel kunnen aanpassen naar een stelsel waarin de hoogte van het uiteindelijke pensioen niet vaststaat. "Als die boete naar beneden gaat, blijft het nog steeds een boete", zegt Elzinga op Radio 1. "Waarom moet er een boete staan op eerder stoppen met werken als je dat met elkaar kan afspreken?"

Het Zzp-vraagstuk:

Er komen steeds meer zzp’ers in Nederland en in toenemende mate kunnen zij op latere leeftijd lastig rondkomen. 61 procent van de gepensioneerden met alleen AOW geeft aan dat ze lastig rondkomen. Een kwart van de zzp’ers heeft niets geregeld voor na de pensioendatum.

Er komt een enorm armoedeprobleem aan als die groep zzp’ers geen pensioen hebben. Staatssecretaris Jetta Klijnsma gaf al aan na te denken over een verplicht pensioen voor zzp'ers. Daar zitten zzp'ers zelf weer helemaal niet op te wachten. 

`