Economie

Leefbaar Rotterdam wil minder halalslagers: 'Dit is discriminatie'

20 maart 2018 11:41 Aangepast: 22 april 2018 10:54
Beeld © ANP

Leefbaar Rotterdam wil af van wat de partij de 'niet-Nederlandse monocultuur' in de winkelstraten van 'migratiewijken' noemt. Dat betekent minder halalslagers, belwinkels en shishalounges en meer zaken met een traditioneel Nederlands aanbod. Dat kan alleen niet zomaar, zegt een advocaat.

Wethouder Joost Eerdmans, lijsttrekker van partij, pleit voor een nieuwe vestigingswet. Daarmee moeten gemeenten meer te zeggen krijgen over welke winkels waar komen. Zo wil Eerdmans in Rotterdam tegengaan dat sommige straten, zoals hij zegt, 'een geheel on-Nederlands karakter krijgen'.

"Op sommige plekken in Rotterdam-Zuid moet je verrekte goed kijken of je nog wel Nederlands ziet of hoort in het straatbeeld", zei hij vorige week tegen de Volkskrant.

Niet effectief

De meeste ondernemers hadden tot 2007 een vestigingsvergunning nodig om een winkel te beginnen. Wetgeving was er om 'eendagsvliegen' te voorkomen. Maar die wet bleek niet effectief en werd in 2007 opgeschort.

Bij gebrek aan nationale wetgeving hanteren gemeenten sindsdien hun eigen beleid waar het gaat om het vestigen van winkels. Niet elke locatie is geschikt voor elke vorm van detailhandel, zo blijkt.

Discriminatie

Door de formulering die Leefbaar Rotterdam gebruikt, lijkt de partij te willen selecteren op etniciteit.

"Halalslagers weren met als doel voorrang te verlenen aan typisch Nederlandse detailhandel is discriminatie en in strijd met de grondwet", stelt Arjan Loo, advocaat ruimtelijke ordening bij Poelmann van den Broek advocaten.

Type winkel

In een reactie zegt Leefbaar Rotterdam dat er weliswaar wordt gepleit voor meer Nederlandse ondernemers, maar dat het hen niet gaat om de etniciteit van de ondernemer. Het gaat volgens de partij om het type winkel. Hoe dat juridisch moet worden ingekleed wil de partij niet nader toelichten.

In theorie zou de gemeente Rotterdam het aantal halalslagerijen kunnen beperken, zoals de gemeente Amsterdam het aantal toeristenshops limiteert. Maar dan moet de partij wel met goede redenen komen, weet Loo.

Halt aan nutellashops

Amsterdam riep vorig jaar een halt toe aan de vestiging van nieuwe winkels die alleen gericht zijn op toeristen, zoals ticketverkopers en nutellashops. Volgens de gemeente leidt de hoge dichtheid van toeristenwinkels tot verschraling van de binnenstad.

Om in te kunnen grijpen maakt Amsterdam gebruik van een zogenoemd voorbereidingsbesluit. Daarmee kan het bestemmingsplan van het centrum op termijn worden aangepast.

Bestemmingsplan

In het bestemmingsplan wordt vastgelegd wat de bestemming van de grond is. Bijvoorbeeld of de grond bedoeld is voor woningen, horeca of winkels. Past een winkel niet bij die bestemming, dan kunnen de winkelplannen van een ondernemer geweigerd worden.

"Gemeenten kunnen in een toelichting bij het bestemmingsplan bijvoorbeeld aanvoeren dat ze het oorspronkelijke karakter van een centrum willen behouden of dat ze invloed willen uitoefenen op de doorstroming van het verkeer", aldus Loo.

Meer zeggenschap

Rotterdam kan via zo'n bestemmingsplan ook meer zeggenschap over het winkelaanbod krijgen. Dat gebeurde vorig jaar ook al toen de vestiging van winkels alleen werd toegestaan in aangewezen winkelcentra. De reden hiervoor was om leegloop van centra en wildgroei van winkels te voorkomen.

Maar lang niet alle redenen die gemeenten aanvoeren, kunnen ook door de beugel van het Europees recht. Uit een uitspraak van het Europese Hof van Justitie over een bestemmingsplan van Appingedam bleek begin dit jaar dat vestigingsbeleid niet alleen niet discriminerend mag zijn, maar dat ook dat de ingreep van de gemeente noodzakelijk moet zijn.

Niet verder dan nodig

"Van het Hof mogen de maatregelen niet verder gaan dan nodig", zegt Loo. Een gemeente moet altijd kiezen voor de minst bezwaarlijke maatregel. Als er een andere oplossing mogelijk is, moet daarvoor worden gekozen.

Het tegengaan van leegstand of verpaupering kunnen goede redenen zijn, maar het beleid moet goed onderbouwd zijn. "Het liefst met cijfers", zegt Loo. Veel Nederlandse gemeenten verslikken zich hierin en motiveren hun regels onvoldoende, zegt hij. "Het Europees recht kent dan behoorlijke obstakels."

Geen schijn van kans

Dat is niet anders voor de wijzigingen die Leefbaar Rotterdam wenst ten aanzien van het winkelaanbod in wijken met vooral mensen met een migratie-achtergrond. Volgens Arjan Loo zal ook de Nederlandse rechter vragen om een goede motivatie en kijkt deze altijd naar de achterliggende reden.

Loo: "Als daarbij onderscheid tussen afkomst of religie een rol van betekenis speelt, maakt zo'n nieuwe vestigingswet geen schijn van kans."

`