Ga naar de inhoud
Archief

Hoe Mart Visser zijn eigen hokjesgeest doorbrak

Mode-ondernemer en kunstenaar Mart Visser ontwerpt net zo makkelijk kleding voor de Margriet-lezeres als voor een topvrouw in een Nederlandse boardroom. Recent opende hij zijn eigen alles-onder-een-dak modeimperium.

Goed, de locatie heeft een iets andere allure dan het vorige onderkomen in de Amsterdamse Museumpleinbuurt. Daar bestierde hij een salon in een even luxe als krappe villa, pal tegenover het Van Goghmuseum. Maar Mart Visser, bijna vijftig met pretogen, is duidelijk gelukkig met zijn nieuwe pand op een bedrijventerrein. Vijf keer zo veel ruimte, dat is ook fijn.

Miniatuurvoorbeeld

Bovendien: de uitbreiding was nodig. Het modebedrijf is de afgelopen vijfentwintig jaar uitgegroeid van een eenmanszaak tot een onderneming met een miljoenenomzet en veertig man personeel. Het bekendst is zijn haute couture collectie met de tweejaarlijkse modeshows. Rondom dat prominente maatwerk heeft hij een reeks divisies opgezet. Voor defensie en luchtvaartmaatschappijen ontwerpt hij uniformen en bedrijfskleding. Hij maakt confectie die verkocht wordt via keten Promiss en de eigen webshop. En hij verkoopt prêt-à-porter en couture essentials, ook online.

Visser omringt zich binnen zijn bedrijf met oude getrouwen en familieleden. Zijn broer runt sinds een jaar of vier de webwinkel. Zijn creatief partner Annemieke van Beek kent hij nog van de vakopleiding. Hij ontvangt in de salon op de eerste verdieping, waar binnenkort de eerste coutureklanten worden geholpen. Achter de glazen wand leggen klusjesmannen beneden de laatste hand aan wat de grote showroomhal moet gaan worden met plek voor driehonderdvijftig gasten.

Je bent net verhuisd.
“Het is nog niet klaar.”

Dat is te zien. Wat was de aanleiding?
“Ik sta aan de vooravond van een brand new bedrijf, een stap de andere kant op. Maar met de gegevens die er al waren.”

Wat waren die gegevens?

Je verkoopt je online collectie ook via Promiss, vroeger via V&D. Werd je in couturekringen dan als een 'sell-out' gezien?“Ik was gisteravond bij een verzamelaar. Ze wilde graag een wand vol met mijn artwork (Visser maakt schilderijen en

"Ik heb mezelf veel te veel een hokjessyndroom opgelegd"

beelden red.). In haar kast hangt een prêt-à-porter jas, meerdere. En nu wilde ze iets van mijn couture. Een andere coutureklant heeft interesse in een schilderij van mij. Vroeger had je al die kaders. Dat is allemaal aan het wegvallen. Het stroomt en vloeit en gaat. Ik ben er achter gekomen dat ik mezelf veel te veel een hokjessyndroom heb opgelegd.”

“Ja, totaal.”

En is dat verschil tussen hoog en laag nu weggevallen?
“Ja, ik vind dat we nu in een bere-interessante tijd leven. Een van de meest interessante tijden ever. Alles komt samen.”

Als je nu met de start van je carrière vijfentwintig jaar geleden vergelijkt: wat is dan het grootste verschil?
“Toen ik begon was er een hele gevestigde generatie. Van Edgar Vos, Max Heymans, Frans Molenaar en Frank Govers. Ik kwam daar als jonge huppel tussen die daar tegenaan schopte met een heel ander concept voor haute couture. Ik hoorde daar helemaal niet en bleef er een beetje tussen hangen, als loner.”

Miniatuurvoorbeeld

Je had geen generatiegenoten die dezelfde weg insloegen?
“Nee, die kwamen pas twaalf jaar later. Met Percy Irausquin, Jan Taminiau en Claes Iversen. Maar die zagen mij weer als establishment. Ik weet nog dat ik benaderd werd door de modeacademie in Arnhem. Ik dacht goh wat leuk, misschien kan ik er les gaan geven. Bleek dat ze een nieuw atelier gingen openen en funding nodig hadden. Daarom werd ik gebeld. Niet omdat ze wilden dat ik kennis kwam delen.”

"Ik ben een open boek, dat scheelt"

Couture aan de man, of vrouw, brengen lijkt erg ingewikkeld. Hoe slaagde je daar toch in? 
“Harrods of Chanel, alle brands die high end design verkopen zijn in wezen je directe concurrentie, het gaat erom wat je extra biedt. Maar uiteindelijk is het heel eenvoudig: ze mogen je, of ze mogen je niet. Natuurlijk moet je een handschrift en een stijl hebben en ambachtelijk werk afleveren. In mijn geval eenvoud en mooie materialen. Maar het valt of staat met wie je bent en hoe je het merk naar buiten brengt. Ik kan het goed uitleggen, ben een open boek. Dat scheelt.”

Het is een netwerkbusiness?
“De krenten uit de pap heb ik nog steeds. Er is ook groot verloop hoor. Toen ik begon werkte ik voor vrouwen bij multinationals. Die waren toen veertig maar zijn inmiddels de zestig gepasseerd en wonen ergens in Portugal. Die lopen niet meer in een avondjurk.”

Heb je fans die je al die tijd trouw zijn gebleven?

"Werken met retailers was niet mijn cup of tea"

“Ja. Afgelopen winter heb ik een show overgeslagen omdat we het jubileum vierden en al de overzichtstentoonstelling hadden; een trouvaille! Toen hoorde je wel gemor. Het is voor velen ook een meet and greet, hè?”

Je hebt lang confectiekleding via V&D verkocht. Was dat gewoon een extra inkomstenbron?
“Tot 2006 verkocht ik dat vooral via retail. Ik voelde dat daar iets aan het veranderen was.”

Dat liep terug?
“En dat ligt natuurlijk altijd aan jouw collectie. Maar die detaillist merkte natuurlijk het eerst de verandering. En dat was de opkomst van online. Bovendien: werken met die retailers, dat was niet mijn cup of tea.”

Miniatuurvoorbeeld

Was de samenwerking erg bewerkelijk?
“Ik werk graag consumentgericht, en niet retailgericht. Dat gaat alleen maar over geld. Bam bam bam. Ik zei: koop nou die gele, daar verkoop je die zwarte mee. Zet dat in je etalage. Maar nee, hoor. Alleen de hardlooppakketten. Ik werd daar zo moe van.”

Vond je de retailers waar je mee werkte ook conservatief?
“Zeer. Je bent zo goed als je laatste collectie. Ik kon het niet aan om wéér naar de Modefabriek te gaan, om die communicatie aan te gaan. Terwijl de

"Je bent zo goed als je laatste collectie"

reacties van de klanten in de winkelstraat hartverwarmend waren.”

Hoe ontstond de samenwerking met V&D?
“Ik werd benaderd na een coutureshow door Mark McKean, de CEO destijds van V&D. En die zei: wij gaan samenwerken.”

Wat waren je eerste gevoelens daarbij?
“Niet doen! Maar ik voelde ook dat het rammelde in de winkelstraten. Dus toen dacht ik: misschien ligt de toekomst wel in zo’n warenhuis. En ik moet zeggen: wat ik daar van geleerd heb! De klant komt de roltrap op, kijkt naar links, dan naar rechts en daar blijft de blik hangen. Precies daar stonden mijn

"Ik heb flink geld verloren aan V&D"

shop-in-shops. De best verkopende vierkante meters.”

Maar toen ging V&D failliet.
“Ik heb daar flink geld aan verloren. Onze grootste omzet online ging via V&D. Maar toen zij failliet gingen, ben ik online wel zelf uit gaan proberen. Ik heb online eerst schoenen uitgeprobeerd tijdens mijn V&D-contract, toen ze failliet gingen kon ik daarvandaan direct door. Zag ik dat een mevrouw drie paar uit dezelfde serie bestelde, schreef ik er een briefje bij.”

Je bent daarna met Promiss in zee gegaan.
“Ik doe meet and greets voor hen van Schagen tot Winterswijk en weer terug. Met twee modellen erbij en zij nodigen hun beste klanten uit. Dat is dus echt een warm bad.”

En je komt nog eens verder dan de vertrouwde Grachtengordel-achtige omgeving?
“Ik geef eerlijk toe dat ik dat te laat heb opgepakt. Als je echt in den lande gaat, ontdek je zo veel prachtige, mooie, luxueuze plaatsjes. Emmen, Groningen: daar zitten ook prachtige vrouwen met geweldige banen.”

Miniatuurvoorbeeld

Is online nu belangrijk?
“Heel belangrijk. Het is geweldig. Je kunt zo precies zien wat wel en niet werkt. Vlak voor de nieuwsbrief de deur uitgaat, voeg ik er vaak nog wat aan toe. Als het regent, is het wel leuk om naar onze paraplu’s te verwijzen, toch?”

Je zal in de vijfentwintig jaar ook wel eens in en uit de mode geraakt zijn. Hoe ben je daar mee omgegaan?
“Er is een groep die met mee is gegroeid, sommigen haken af, anderen komen er bij. De vraag is natuurlijk: wat is mode? Ik ben er heel trots op dat ik al die tijd goed lopende labels heb.”

"Op de één of andere manier sta ik er nog steeds"

En wat is het geheim?
“Ik denk dat ik een duidelijk handschrift heb. En tegelijk innovatief ben. Op de een of andere manier sta ik er nog steeds.”

Heb je altijd heel erg om je heen gekeken, wat anderen doen?
“Ik was altijd op anderen gericht maar nu niet meer. Ik vind dat er weinig interessants gebeurt. Het is heel extreem, en ik zie dat echt niet terug in wat mensen werkelijk dragen. Terwijl ik wel tussen alle lagen zit.”

Wat vind je bijvoorbeeld van zoiets als Vetements? Een knalgele trui waar DHL op staat?
“Iedereen rent er achteraan. Maar verfraait dat nou uiteindelijk een vrouw? Ik denk het niet. Wat ik wel leuk vind is dat bijvoorbeeld zo’n Gucci dat alles door elkaar mixt. Het kan niet op. Het wordt alleen maar raarder. Maar het wisselt. De recente collectie van Marc Jacobs getoond in NY: totale over the

"Ik begrijp niets van wat Raf Simons nu voor Calvin Klein doet"

top eighties-feeling, maar wel nieuw. Terwijl ik dan weer niets begrijp van wat Raf Simons nu voor Calvin Klein doet.”

Wat is je grootste les na een kwart eeuw ondernemen?
“Het gaat niet meer over geld. Geld is een middel, vrijheid. Wat ik geleerd heb is dat je moet delegeren. Ik wil graag creëren en het presenteren. Al het andere moeten anderen doen. Ik kan het niet hoor. Maar ik moet het loslaten. Alle ruimte voor de creatie. Die moet je blijven voeden.”

Mart Visser en de comeback van V&D.nl
Na het faillissement van V&D in 2015 nam Coolcat-ondernemer Roland Kahn de naam over. Deze wordt, zo vertelt Visser, weer nieuw leven ingeblazen. Hij is voornemens kleding te gaan verkopen via het nieuw te lanceren webwarenhuis. “V&D bestond meer dan honderd jaar. Het is zo’n grote naam als warenhuis. Ik hoor nog steeds van mensen die de winkel missen.”

Tekst: Matthijs van der Pol
Beeld: Mart Visser en ANP

Dit is een artikel van