Pieter Klein

De nachtmerrie van iedere ouder

02 december 2015 15:52

Zaterdagmiddag hoorde ik het voor het eerst, via m'n vriendin, die een vriendin had gesproken die het weer van haar kinderen had gehoord. Er was 's nachts een meisje van 16 vermist in de plaats waar ik woon. Enkele uren later was haar lichaam gevonden, op het spoor, enkele kilometers verderop op de rails die langs mijn achtertuin lopen. Haar school is de school van mijn kinderen, om de hoek. Ik probeerde het te verdringen, buiten te sluiten, alsof het niet bestond, alsof het niet gebeurd was. Ik wilde niet toestaan dat het me raakte. Het raakte me; ik werd er beroerd van.

's Avonds was er mail van de school, over een 'verdrietig bericht'. Ik dacht: snel, alert. Zouden ze hier draaiboeken voor hebben? Het meisje van 16 uit havo 4 kreeg een naam: Dascha Graafsma. En daarna een gezicht, toen ik het toch wilde weten en haar foto zag op Facebook. Een meisje zoals er hier dagelijks velen voorbij trekken, op weg naar school. Vrolijk, uitdagend soms, puberig, soms bedeesd. Meisjes met geheimen, op weg naar volwassenheid. Een meisje zoals de vriendinnen van mijn dochter, net iets jonger nog, van de afdeling 'frisfeesten'. Ik zag de laatste tweets van haar vader René. Eerst die noodkreet in de ochtend om hulp, na de vermissing. Daarna die tweet met deze zes woorden: "Dascha is gevonden. Ze is overleden."

"Een uit de hand gelopen grap of stom incident? Een ongeluk?"

Die twee zinnen spookten de rest van het weekeinde door mijn hoofd. Wat was er in godsnaam gebeurd? Het is de nachtmerrie van iedere ouder. Zelfdoding? Wat gebeurt er in het hoofd van een meisje van 16, als er iets is gebeurd wat je niet weet? Was er iets met drank, (party-)drugs, al dan niet bewust ingenomen? Een uit de hand gelopen grap of stom incident? Een ongeluk? Of, nog erger: een misdrijf, en alles wat je je daarbij kunt voorstellen? Dascha was uren vermist, sinds ze 's nachts om twee uur voor even de club verliet waar ze met twee vriendinnen was. Ze liet haar jas hangen, en werd drie uur en drie kwartier later, alleen op gympen, in een zwarte broek en in een wit shirt, geraakt door de eerste trein, bij een onbewaakte spoorovergang. Haar telefoon – met vele gemiste oproepen en berichten – onvindbaar.

Zondagavond las ik de noodkreet van haar vader, over de 'onverklaarbare' dood van zijn dochter, in die koude, regenachtige rotnacht. Ouders weten niet wat ze niet weten, wat de diepste zielenroerselen kunnen zijn van hun kinderen, de incidenten die hen kunnen ontregelen. Maar ik geloofde hem toen hij schreef: "Wie haar ook kent, stelt: dit kan niet waar zijn, alsof Dascha zelf het leven niet meer wilde.'' Hij vroeg om hulp, om informatie over die laatste uren, om te kunnen begrijpen wat er met zijn dochter was gebeurd. Ik was geëmotioneerd, en twitterde in een impuls zijn verzoek rond. Misschien omdat zelfdoding en depressie een onderwerp is dat ik met me meezeul. Misschien omdat ik zelf vader ben. Misschien omdat ik alle plekken in dit drama ken.

"We zouden toch voorzichtig zijn met berichtgeving over dit soort drama's; wat lokt het uit?"

Bij RTL Nieuws doen we ons best om terughoudend te zijn bij (mogelijke) zelfdoding, en bij familiedrama's. Ik schreef er eerder over: 'Vandaag even geen zelfmoord'. Maar na de oproep was me al duidelijk – dit wordt nieuws, en dit krijgt een eigen dynamiek. Iets na 22:00 uur sprak ik m'n collega Matthijs Voortman, eindredacteur van onze online-redactie. Journalistieke dilemma's in overvloed. We kunnen het niet beoordelen. We zouden toch voorzichtig zijn met berichtgeving over dit soort drama's; wat lokt het uit? En: we kunnen toch niet iedere keer als iemand een oproep doet, daarin meegaan? Als je de catalogus volgt van menselijk leed, van grote en kleine drama's in onze samenleving, dan weet je dat dan het einde al snel zoek is...

We besloten de politie te bellen, om op basis van meer informatie ons besluit te objectiveren. "Ze gaan niet uit van een misdrijf", meldde Matthijs even later. We zuchtten allebei. "Laten we het toch doen. Die ouders hebben recht op duidelijkheid", zei ik. "Maar toets het vooral nog bij iemand anders als je denkt dat ik het niet zuiver zie.'' We publiceerden.

De volgende ochtend kwam de discussie terug: willen we er op tv uitgebreider aandacht aan besteden, aan de oproep van de vader? Sommigen opperden: moeten we die arme ouders niet tegen zichzelf in bescherming nemen – ze zijn net hun dochter kwijt. Misschien zitten ze in een ontkenningsfase, en kúnnen ze het gewoon nog niet geloven... De term voyeurisme viel ook; hoe kies is het om zo dicht bij het grootste verdriet van mensen te komen? Welk redelijk doel dient het om daar de schijnwerpers van een tv-camera op te zetten? Zeker omdat de politie op maandag volhardde in de lezing die uitging van zelfdoding. Dan móeten ze iets weten, dachten we, mogelijk via een getuigenis van de machinist. Toen de politie beloofde tóch nader onderzoek te zullen doen, vonden we daarin de journalistieke rechtvaardiging om er in Editie NL en Half Acht over te berichten.

"We identificeren ons met de ouders, het gezin, de familie, de vrienden, de school..."

Was het het juiste besluit? Ik weet het niet zeker, ik denk van wel. We doen verslag van een klimaattop, over terreur in Parijs, over Syrië en de geopolitieke gevolgen. We willen ook berichten over wat er in onze samenleving gebeurt. Ook omdat je voelt dat zovelen meeleven met de dood van een 16-jarig meisje, en wat dat allemaal teweegbrengt. We identificeren ons met de ouders, het gezin, de familie, de vrienden, de school, en denken waarschijnlijk aan onze eigen angsten, aan het loslaten van kinderen die (straks) hun vleugels uitslaan, of aan eigen verdriet. Er zullen weinig berichten zijn die de afgelopen dagen zoveel gedeeld zijn op social media en door zoveel mensen besproken.

Een doorslaggevend journalistiek criterium vond ik zelf dat de zaak te snel afgesloten leek, aangemerkt als zelfdoding of een verschrikkelijk ongeluk, geen misdrijf, en dus klaar, onderzoek afgesloten. Alsof het daarmee klaar is voor ouders, broers, zussen, een vriend. Alsof niet alles in het werk moet worden gesteld om hen antwoorden te geven. Te vertellen wat wél en niet achterhaald kan worden. We hebben recent meer voorbeelden gezien, zeggen experts, en zij dringen erop aan om zo veel mogelijk onderzoek te doen, zo mogelijk bewijs veilig te stellen, omdat dat nabestaanden helpt bij de verwerking, en andere opties uitsluit. Ik zou me daarom kunnen voorstellen dat de politie, justitie en andere betrokken organisaties zich toch nog eens buigen over hun werkwijze. Of is het geen kwestie van prioriteiten? Gaan oplossingspercentages voor het gerechtvaardigd verlangen van nabestaanden?

Ondertussen hoop ik voor de nabestaanden van Dascha dat het nader onderzoek – door de politie, door de door de familie ingeschakelde patholoog-anatoom – iets oplevert. Iets, alles wat helpt een niet te bevatten dood te doorgronden en aanvaarden. Om daarna, met het verdriet, verder te kunnen leven.

Pieter Klein

​​Meer op rtlnieuws.nl:

'Niemand zag het aankomen': hoe herken je iemand die depressief is?

Heb jij hulp nodig?
Stichting 113Online: 0900 0113
Openingstijden: 24 uur, 7 dagen per week