Jaap van Deurzen

De familie Mees

21 mei 2017 06:00

Dit wordt een niets-aan-de-handstukje. Ik doe een keer een 'Edith Schippertje': niets te melden! Sorry, dat heb je weleens. Misschien wel een prelude op de aanstormende komkommertijd met vaste onderwerpen als: de verkoop van het eerste haringvaatje; de zoveelste hittegolf; de vierdaagse. Het zijn heerlijke constanten in de kikkerlandmedia.

En ik heb goed nieuws: we hebben hoog bezoek. In het onooglijke, driehoekige houten hutje op ons balkon is een pimpelmeespaartje neergestreken. Het is onze Airbnb-plek, maar dan gratis. 

"Het lijkt alsof ik met een verwaarloosde zwerver samenwoon. Alles staat in het teken van onze pimpelmezen."

Ik sluip als een dikke dief door het huis. Op straffe van tien stokslagen heeft mijn lief me bevolen me stilletjes te verplaatsen. Het is een potsierlijke pantomime. Onze overburen staan met bolle ogen te staren naar de nieuwe choreografie van ons dagelijks bestaan. Is de beste man toch nog tegen een posttraumatische stressstoornis opgelopen vanwege alle ellende die hij heeft gezien, zie je ze denken.
 
Mijn favoriete duck-slippers zijn met een brede boog in de Brabantiabak beland. Die klepperen te veel op het parket, vindt vrouwlief. Het is een verdachte actie, want ze haat die dingen. Zelf loopt ze met een ontplofte, pluizige pruik door het pand, omdat ze de föhn niet wil gebruiken. Het lijkt alsof ik met een verwaarloosde zwerver samenwoon. Alles staat in het teken van onze pimpelmezen. 

Ook onze conversatie hebben we aangepast. In het pre-mezentijdperk vloog er nog weleens verbaal vuurwerk over en weer. Dat werkt bevrijdend. Maar de verbalisering van onze ergernisjes heeft nu subtielere vormen. We spreken elkaar aan in de derde persoon. "Haalt de Poepieloepie nog even de afwasmachine leeg? Ga ik straks aan de strijk", zegt ze vals. 

"We zijn van oorsprong stadsmensen. Geen idee hoe het seksleven van pimpelmezen in elkaar steekt."

Ik ben, na een intens lange rit naar het noorden, op mijn kont blijven zitten. Normaal gesproken zou ik dit werk weigeren, met het nodige gejengel als gevolg. Maar de familie Mees prevaleert. "Dat wil de Poepieloepie wel doen hoor, Fluitenkruidje!" kweel ik opgewekt. Voor onze relatie zijn de gevederde vrindjes een zegen. 

Ik drink al bijna een week geen bier. De krat staat onder het Pimpel-Penthouse en dat stukje balkon is gebombardeerd tot gedemilitariseerde zone. Wee het gebeente…

We zijn van oorsprong stadsmensen en hebben geen benul hoe het seksleven van pimpelmezen in elkaar steekt. Dus vragen we ons af wanneer ma Mees uit de veren moet om bezwangerd te raken van pa. Zijn al die eitjes straks gewoon bevrucht? We kakelen maar wat aan. "Kijk, hij gaat erin!" "O, nu komt-ie er weer uit!" blèren we om beurten achter de luxaflex. En dat zesduizend keer op een dag. Met de precisie van een F16-piloot lanceren ze zichzelf in het piepkleine gaatje van het pimpelmezenhok. 

"Misschien lag er een vechtscheiding aan ten grondslag, of waren ze gewoon verongelukt."

We hebben ze vaker op bezoek gehad. Toen liep het slecht af. Op een gegeven moment kwamen ze niet meer opdagen. Misschien lag er een vechtscheiding aan ten grondslag, of waren ze gewoon verongelukt. Toen we het kooitje openmaakten, staarden we naar vier dode minimezen. Het leek op een verstild zangkoor uit een cartoon. De snaveltjes wijd geopend, wachtend op de worm die nooit kwam. Hongersnood pal voor onze deur.

Dit gaat ons niet weer gebeuren. Vandaar onze voorzorgsmaatregelen. Dit wordt een mooie zomer.

Jaap van Deurzen