Eveline Rethmeier

Terug naar Moria

25 december 2015 18:39

Als we door de heuvels richting de oude gevangenis Moria op Lesbos rijden, ben ik wat zenuwachtig. Twee maanden geleden reed ik hier ook naartoe. In de hozende regen met ruitenwissers die sneller zwiepten dan met het blote oog waarneembaar was. Wat ik daar aantrof, was met geen pen te beschrijven. Al moet ik hier nu toch een poging doen. Duizenden mensen die zonder enige opvang in de stortregen stonden te wachten voor een hek. Dat al dagen dicht zat.

Thumbnail

"Lang niet iedereen wordt binnengelaten in de oude gevangenis"

'Moria' Op Lesbos is een begrip. De oude gevangenis is omgebouwd tot een asielzoekerscentrum. Maar daar wordt lang niet iedereen binnengelaten. Mensen uit landen die weinig kans maken op een vluchtelingenstatus moeten langer wachten. Iedereen die met de boot vanuit Turkije op Lesbos aankomt, wordt na een paar uur bijkomen en wat warme dekens daarheen gebracht.

Eind oktober waren die grijze dekens vaak het enige wat ik van de meeste mensen zie. Om nog enigszins beschut te zijn tegen de regen hebben mensen ze als afdakjes boven hun hoofd gespannen. Anderen hebben met plastic zeilen geïmproviseerde tentjes gemaakt. Maar niets is bestand tegen de hoeveelheid regen die toen viel. Ook niet mijn paraplu, mijn poncho, of de kleren die daaronder zitten. En ik sta er maar een uurtje. Hooguit. En deze mensen al vier dagen, vertellen ze me. In de hoop dat het hek ooit open gaat.

"Moeders van kleine kinderen gebaren dat ik ze mee moet nemen. Maar dat kan niet"

Ondertussen groeit de rij. Want bussen blijven vanaf de stranden nieuwe vluchtelingen afzetten met de boodschap dat ze in de rij moeten aansluiten. Vluchtelingen rennen massaal op me af om te vertellen hoe lang ze hier al staan, hoe koud ze het hebben en de wens liever te sterven dan zo te moeten leven. Als de lens van de camera beslaat en we nergens nog een stuk droge stof hebben, sprint ik snel terug naar de auto door de modderstroom. Moeders rennen mij met hun kleine kinderen achterna. Als ik de deur van de auto open doe, proberen ze hun doorweekte kroost op de achterbank te zetten. Ze gebaren dat ik ze mee moet nemen. Maar dat kan niet. Het zijn er te veel. Het zou zelfs gevaarlijk worden, als ik zie dat zelfs taxi's niet meer durven te stoppen. 

Thumbnail

Als we terug in de auto zitten zwijgen de cameraman en ik. We beloven elkaar plechtig dat we met geen woord zullen klagen over onze natte kleren, omdat wij nu naar het hotel kunnen rijden voor een warme douche en een droog pak. Die nacht droom ik over de wanhopige blikken van de moeders die hun kinderen liever aan een wildvreemde geven dan langer in de regen met ze te staan. De volgende dag ben ik snipverkouden en ga met koorts terug naar huis. Dat uurtje in de regen bleek voor mij te veel, terwijl die mensen er waarschijnlijk nog steeds staan. Blijkbaar groeit je weerstand in dit soort situaties. En staan deze mensen op overlevingstand.

"De sfeer is goed. Dat komt door de vrolijke en energieke vrijwilligers, veelal Nederlanders"

Als ik nu op de middag voor kerst opnieuw de heuvel op rijd, schijnt in ieder geval de zon. Ik zie tentenkampen en hulpverleners en vluchtelingen gezamenlijk het terrein schoonkammen. Wat een verschil. De situatie is nog steeds behelpen, omdat deze groep mensen niet het officiële centrum in mag en wacht op een stempel om verder te reizen naar Athene. En wanneer die stempel komt… Dat is niet altijd duidelijk. Maar door de vrolijke en energieke vrijwilligers, veelal Nederlanders, is de sfeer goed. Honderden mensen staan rustig in de rij voor de tent waar maaltijden worden uitgedeeld door vrijwilligers die voor de gelegenheid zelfs een kerstmuts hebben opgezet. De kindjes spelen onderling en krijgen soms een aai over hun bol.

Thumbnail

"De hel op aarde is omgetoverd tot een plek waar iedereen een beschutte plek heeft om te slapen en te eten krijgt"

Ik ben realistisch, en ik weet dat het probleem van de gigantische stroom aan bootjes hiermee niet is opgelost, maar het is een wereld van verschil. Met heel weinig middelen heeft deze groep vrijwilligers de hel op aarde die ik in oktober zag, omgetoverd tot… zeker geen hemel, maar een plek waar iedereen een beschutte plek heeft om te slapen en te eten krijgt. Een plek waar ik toch met een heel ander gevoel vandaan rijd. En dan heb ik het niet over mijn droge kleren.

Eveline Rethmeier