Columns

Stelen van je kinderen

20 januari 2016 06:00

Veel ouders doen het: sparen voor hun kinderen. Voor later, voor een studie of een rijbewijs. Ook ik zet elke maand een bedrag op een rekening voor mijn kinderen. Tegen de tijd dat ze 18 zijn, kan dat een flinke spaarpot opleveren.

Maar wat nou als je op een gegeven moment zelf krap komt te zitten? Je verliest je baan, de hypotheek is nog maar moeilijk op te brengen, de auto gaat stuk en de kinderen hebben een nieuwe fiets nodig – blijf je als ouder dan van het potje af? Natuurlijk, zul je zeggen: daar kom je niet aan, hoe hoog de nood ook is. Maar lang niet iedere ouder kan die verleiding weerstaan

"Voor de wet geldt: eens gegeven blijft gegeven."

Toch is zo'n greep in de kas niet vrijblijvend. Als ouder kun je niet zomaar zeggen: "Eh, bij nader inzien heb ik het geld toch zelf nodig." Zelfs niet als je er iets mee wilt aanschaffen voor je kinderen, en ook niet als je denkt dat je kind het aan verkeerde dingen gaat besteden.
 
Dat ondervond een vader in Leeuwarden. Hij haalde het spaarpotje van zijn 18-jarige dochter om die reden leeg. De rechter oordeelde dat zijn ouderlijke bezorgdheid ongefundeerd was. De 12.000 euro moest terug naar zijn dochter. Ook een jongen in Zwolle kwam erachter dat zijn vader, voordat hij 18 werd, het spaarpotje op zijn naam met bijna 5000 euro had leeggehaald. Hij eist het met succes terug via de rechter. 

Voor de wet geldt dus: eens gegeven blijft gegeven. Hoezeer sommige ouders misschien ook denken dat het geld (ook) van hen is. Ouders zijn alleen de beheerders van het geld – totdat kinderen meerderjarig zijn. Een soort bewindvoerders.

"Niemand houdt toezicht, niemand weet hoe vaak dit gebeurt."

Maar anders dan bewindvoerders van mensen met schulden, of mensen die onder curatele staan, hoeven ouders niet jaarlijks te rapporteren aan de rechtbank. Niemand houdt dus toezicht, niemand weet ook hoe vaak ouders een greep in de spaarpot van hun kinderen doen. De voorbeelden die ik beschrijf zijn openbaar, omdat de rechter eraan te pas moest komen en er dus een uitspraak ligt die voor iedereen in te zien is. 

Tussen die uitspraken zit er eentje die verder gaat dan een ruzie om een spaarpotje. Het heeft meer weg van diefstal. Niet van spaargeld, maar van een nabestaandenuitkering van 210.000 euro van een moeder die omkwam bij de vliegramp op Tenerife, 27 maart 1977.

Het geld was voor haar twee dochters van 7 jaar. Omdat zij minderjarig waren, kreeg hun vader het beheer. De ouders waren gescheiden, dus hij had er geen recht op. Toch eigende hij het zichzelf toe, en hield dat geheim voor zijn dochters.

"Het vermogen van kinderen zou beter beschermd moeten worden."

Pas 30 jaar na de ramp kwam een van de dochters erachter. Ze moest zes jaar lang procederen, tot aan de Hoge Raad, om haar geld terug te krijgen. Daar kwam een lange en pijnlijke loopgravenoorlog met haar eigen vader aan te pas.

Eigenlijk zou zoiets niet nodig moeten zijn. Het vermogen van kinderen zou beter beschermd moeten worden.

Bart van den Berg