Ga naar de inhoud
Jos Heymans

Eindelijk hebben ook wij een nationale veiligheidsraad

We hebben er lang op moeten wachten, maar sinds deze week heeft ook Nederland een nationale veiligheidsraad. Het werd tijd. Een beetje land heeft er een, met voorop wereldmachten als de VS, Rusland en China. En dichter bij huis: Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Denemarken. Ja, zelfs België heeft een nationale veiligheidsraad.

Het CDA vroeg er al om in 2001, vlak na de aanslagen van 11 september. Drie jaar later stemde de Tweede Kamer in ruime meerderheid voor de oprichting van een nationale veiligheidsraad, maar het kabinet voerde die wens nooit uit. Vijf jaar geleden adviseerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de oprichting van een veiligheidsraad. Het heeft daarna nog vijf jaar geduurd voordat het er van kwam.

De veiligheidsraad bestaat uit de minister-president (voorzitter), de vicepremiers en de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Economische Zaken en Klimaat en Veiligheid en Justitie. Ze bespreken bedreigingen van de nationale veiligheid, zoals oorlogsdreiging, terrorisme, economische veiligheid, cyberaanvallen, radicalisering, en besluiten welke maatregelen worden getroffen.

'Maar de vraag waar het om draait, bleef uit: hebben we wel zo’n raad nodig?'

Mark Rutte kondigde de NVR groots aan, vrijdagmiddag op zijn persconferentie na afloop van de ministerraad. Het was het eerste onderwerp van zijn statement, maar de belangstelling van de journalisten ging meer uit naar het aankomend regeringsexcuus voor het slavernijverleden. Slechts één journalist had een vraag over de Nationale Veiligheidsraad.

Maar de vraag waar het om draait, bleef uit: hebben we wel zo’n raad nodig? We hebben immers jarenlang zonder gekund. Er is een Nationaal Crisis Centrum, waar betrokken bewindslieden bijeenkomen als dat nodig is, zoals gebeurde bij het neerhalen van MH17 en eerder bij de vuurwerkramp in Enschede. De afhandeling werd gelegd in handen van de verantwoordelijke vakminister. In de NVR is het de bedoeling dat in gezamenlijkheid wordt besloten. De hele raad draagt de politieke verantwoordelijkheid om de dreiging teniet te doen.

'Het zou weer een extra overlegorgaan worden en we hebben er al zoveel'

In het verleden hebben talrijke deskundigen, van topambtenaar tot topmilitair, van wetenschapper tot beleidsmaker, zich gebogen over de vraag of de instelling van een nationale veiligheidsraad nodig was. We hebben immers al de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (maar die is tamelijk machteloos door het vetorecht van de permanente leden), het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie, waarvoor de regeringsleiders gezamenlijk verantwoordelijk zijn, en de NAVO als defensieschild. En zonder een nationale raad bleek de binnenlandse veiligheid sowieso al een speerpunt van het kabinetsbeleid.

De deskundigen vonden een NVR dan ook niet nodig. Het zou weer een extra overlegorgaan worden en we hebben er al zoveel. Het advies om ervan af te zien, kwam in 2015, een periode waarin de hang naar verkleining van de overheid (minder bewindslieden, minder ministeries, minder ambtenaren) werd omarmd. Bovendien is er al de Raad Veiligheid en Inlichtingen (RVI), een club van vijf ministers die opereren aan de hand van informatie van de AIVD en MIVD. De nationale veiligheidsraad is iets groter opgezet en gaat over meer dan alleen terrorisme en militaire veiligheid. Maar voor een deel overlappen de twee elkaar.

'Karien van Gennep had wel graag in de raad gezeten. Zij beschouwt armoedebestrijding als essentieel voor de binnenlandse veiligheid.'

In de Nationale Veiligheidsraad ontbreekt opvallend genoeg de minister van Infrastructuur en Waterstaat; het zijn beleidsterreinen waarbij de nationale veiligheid cruciaal is. Voor zover bekend heeft Mark Harbers, de verantwoordelijke minister, niet geklaagd dat hij niet is uitgenodigd. Karien van Gennep (Sociale Zaken) had wel graag in de raad gezeten. Zij beschouwt armoedebestrijding - een deel van haar portefeuille - als essentieel voor de binnenlandse veiligheid.

Toch hoeft geen enkele bewindspersoon zich gepasseerd te voelen. De nationale veiligheidsraad is geen op zichzelf staand gezelschap maar een onderraad, waar onderwerpen worden voorbesproken. Besluitvorming ligt uiteindelijk altijd bij de ministerraad, waar de discussie naar verwachting dunnetjes wordt overgedaan.