Ga naar de inhoud
Jos Heymans

De ondoorzichtige benoeming van Balkenende

Het was geen donderslag bij heldere hemel vorige week, maar de benoeming van oud-premier Jan Peter Balkenende tot minister van Staat was toch een lichte verrassing. Het komt ook niet zo vaak voor een benoeming tot minister van Staat, alleen in uitzonderlijke gevallen. Dat schrijft althans de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) op zijn website.

Maar zo uitzonderlijk is het niet. In de afgelopen tien jaar werden zes politici minister van Staat. In 2012 was PvdA'er Herman Tjeenk Willink de eerste in de vier kabinetten Rutte. Op 22 juni 2018 werden zelfs drie politici tegelijk benoemd: Sybilla Dekker (VVD), Winnie Sorgdrager (D66) en Jaap de Hoop Scheffer (CDA). En zes maanden later kreeg ook Piet Hein Donner deze eretitel. Rutte is nogal scheutig met dit soort benoemingen.

Het is volkomen ondoorzichtig hoe deze erebaantjes, want meer dan dat is het niet, worden vergeven. Omdat de procedure nergens wordt beschreven, is het onduidelijk wie een kandidaat voordraagt. Het is alleen helder dat de ministerraad ermee moet instemmen. Uiteindelijk volgt de benoeming door de koning en wordt de minister-president belast met de uitvoering van dat besluit. Die zal dan ook wel, althans dat wordt vermoed, de voordracht doen.

"Waarom werden Ruud Lubbers en Wim Kok wel minister van Staat en Dries van Agt niet?"

Ook is het niet duidelijk hoe je minister van Staat kunt worden. Er zijn geen criteria waaraan je moet voldoen. Het lijkt sterk op een vriendendienst, een ouwe-jongens-krentenbroodhandelwijze, waarbij persoonlijke voorkeuren van het staatshoofd ook een rol spelen. Want waarom werden Ruud Lubbers en Wim Kok wel minister van Staat en Dries van Agt niet? In een interview met het Nederlands Dagblad zei een zwaar teleurgestelde Van Agt wel vermoedens te hebben, maar die wil hij niet uitspreken.

Ook Balkenende heeft jarenlang geklaagd dat hij maar niet werd voorgedragen als minister van Staat. De toenmalige koningin Beatrix had niet zoveel op met Balkenende, maar uiteindelijk is het dankzij Rutte en een soepele Willem-Alexander toch nog goed gekomen. Het is trouwens slechts een eretitel, waaraan niet te veel waarde moet worden gehecht. Je wordt er niet voor betaald, je mag geen vergaderingen van de ministerraad bijwonen, je wordt hooguit af en toe door de koning of door individuele ministers in specifieke staatszaken geraadpleegd.

De benoeming is voor het leven, tenzij de titel je wordt ontnomen. Dat overkwam Gijsbert Karel van Hogendorp in het begin van de 19e eeuw, omdat hij kritiek had op de financiële handel en wandel van koning Willem I. En Wilhelmina ontnam oud-premier De Geer zijn titel, omdat hij in de oorlog had gepleit voor vrede met nazi-Duitsland.

"Met een baantje voor Melkert aan de andere kant van de oceaan konden de Fortuynisten wel leven. Weg is weg."

Het politieke handjeklap komt vaker voor, zeker voor banen die ertoe doen. In 1998 kandideerde het tweede paarse kabinet VVD-leider Bolkestein voor de post van Eurocommissaris vanwege de prettige samenwerking in het eerste kabinet-Kok. En Ad Melkert die in 2002 hoopte premier te worden, kreeg een baantje bij de Wereldbank als troost voor de verloren verkiezingsstrijd. Dat kon alleen omdat LPF-leider Mat Herben, de grote winnaar van de verkiezingen, over zijn hart streek. Eigenlijk had de LPF een bloedhekel aan de PvdA'er, maar met een baantje voor Melkert aan de andere kant van de oceaan konden de Fortuynisten wel leven. Weg is weg.

Benoemingen binnenskamers zijn in de politiek aan de orde van de dag. Thom de Graaf werd in 2018 vicevoorzitter van de Raad van State. Hij had de juiste juridische achtergrond, een behoorlijke politieke staat van dienst, maar zijn benoeming kwam vooral voort uit zijn lidmaatschap van D66. Die partij was aan de beurt voor een hoge benoeming.

"Andersom werkt het ook. Martin Bosma zal nooit voorzitter kunnen worden. Niet vanwege een gebrek aan kwaliteit."

Die overweging speelde ook een rol bij de voordracht van Frans Timmermans als Eurocommissaris, de PvdA moest weer eens wat krijgen. En Vera Bergkamp werd voorzitter van de Tweede Kamer, omdat dat tussen VVD en D66 zo was bekokstoofd. Andersom werkt het ook. Martin Bosma, een van de vicevoorzitters van de Kamer, zal nooit voorzitter kunnen worden. Niet vanwege een gebrek aan kwaliteit, integendeel, maar omdat hij lid is van de PVV. Die partij wordt dat niet gegund.

Omdat deze ingebakken procedures niet zullen veranderen, is het slechts wachten op het moment dat Johan Remkes wordt benoemd tot minister van Staat.