Ga naar de inhoud
Yeşim Candan

Taboe: homo-acceptatie binnen de islam

Een toevallige samenloop van omstandigheden? Feyenoord-aanvoerder Orkun Kökçü weigerde zondag tegen AZ de regenboogkleurige OneLove-band te dragen. Ongeveer op hetzelfde moment eiste de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema dat moskeeën in ons land een lhbtq-verklaring ondertekenen om zo het geweld tegen homo's, lesbiennes, transgenders en biseksuelen te veroordelen. Toeval bestaat niet, zeg ik altijd. Maar het goede hieraan is in elk geval dat een discussie op gang is gebracht over homoseksualiteit – in de voetbalwereld én binnen de islam.

In het (betaald) voetbal is zo'n discussie hard nodig, als je het mij vraagt. In de eredivisie zouden, statistisch gezien, enkele tientallen spelers homo moeten zijn. Maar hier openlijk voor uitkomen doen ze niet. Met de OneLove-aanvoerdersband in het betaald voetbal hoopt de KNVB een signaal af te geven. Een signaal voor verbinding, ongeacht afkomst, kleur, of seksuele geaardheid, dus een statement tégen alle vormen van discriminatie. Omdat het 11 oktober internationale uit-de-kast-komdag was, was het statement specifiek gericht op homoacceptatie.

"Als in de voetbalwereld homoseksualiteit al zo'n groot taboe is, kun je je voorstellen dat dit in de islamitische gemeenschap nog vele malen groter is."

Dat was precies de reden waarom Feyenoord-aanvoerder Kökçü de 'regenboogband' niet wilde dragen – om religieuze beweegredenen, gaf hij aan. Ook Excelsior-captain Redouan El Yaakoubi droeg hem niet: die liep rond met een alternatieve versie van de OneLove-band. Bij Sparta had de Marokkaans-Nederlandse aanvoerder Adil Auassar de regenboogband wél gewoon om.

Dit is precies waar de schoen wringt. Als in de voetbalwereld homoseksualiteit al zo'n groot taboe is, kun je je voorstellen dat dit in de islamitische gemeenschap nog vele malen groter is. Ik ken te veel verhalen van Turkse en Marokkaanse gay-mannen die óf alles stiekem doen en door hun hele familie verstoten zijn, óf een second life leiden. Iets dat binnen meerdere streng-religieuze gemeenschappen gebeurt overigens, laten we bijvoorbeeld de stellingname van christelijke scholen inzake homoseksualiteit vooral niet vergeten.

Natuurlijk was het fantastisch geweest als Kökçü het wel had aangedurfd, vanuit zijn rol als aanvoerder. Dat hij juist had laten zien dat homo-zijn binnen de voetbalwereld en cultuur oké is. Maar hij wilde dat niet. Kökçü heeft waarschijnlijk gehandeld vanuit de mannelijke, dominante groepsdruk in zijn gemeenschap, waardoor de prijs voor het dragen van de OneLove-band voor hem te hoog was. Voor hem voelde het veiliger en verstandiger om hem niet te dragen.

"Jonge homoseksuele moslims staan vaak alleen: ze kunnen niet terecht bij familie, en al helemaal niet in de moskee."

Inclusiviteit betekent ook respect hebben voor zijn keuze. Niemand is gebaat bij dwang. Voor veel homoseksuele moslims is het geloof een groot dilemma. Jonge homoseksuele moslims staan vaak alleen: ze kunnen niet terecht bij familie, en al helemaal niet in de moskee. Dus dat we dan ineens verwachten dat de moskeeën een verklaring gaan tekenen in het voordeel van lhbtq-community én dat alle Turkse en Marokkaanse aanvoerders in Nederland zo'n band gaan dragen, is voor nu een brug te ver.

Gelukkig gebeuren op dit gebied ook genoeg goede dingen. De onlangs uitgebrachte film El Houb gaat over homoseksualiteit in de Nederlands-Marokkaanse gemeenschap. De eerste film ooit over dit onderwerp. Hiermee wil de filmmaker ook het gesprek over dit omstreden onderwerp binnen zijn gemeenschap aanzwengelen. Een mooie stap vooruit in deze discussie. Het dragen van een regenboogbandje is in de toekomst hopelijk voor steeds minder moslims een issue.

Yeşim lanceerde de term 'bicultureel' in de Nederlandse taal als alternatief voor 'allochtoon' en vindt een tweede cultuur een kracht en een meerwaarde voor het bedrijfsleven.