Jeroen Akkermans

Alsof ik niet in Boetsja ben

19 april 2022 05:59

Het regent in het verse massagraf. Een plastic zeil houdt een arm droog die boven het zand uitsteekt. Een paarse slipper drijft in een plas. De lichamen worden met de hand uitgegraven en op een zware deur omhoog getakeld. Op het hoogste punt draait de ijzige wind aan het geïmproviseerde plateau. Een lijk wordt uit de modder getrokken met de handen nog op de rug gebonden. Ik trek de capuchon over mijn natte hoofd, alsof ik niet in Boetsja ben.

Het lichaam van een slachtoffer in Boetsja Het lichaam van een slachtoffer in Boetsja

De groene voorstad van Kiev is één van de symbolen van haat en geweld in deze oorlog. Russische troepen hebben Boetsja, geliefd om de frisse lucht, ruim een maand bezet gehouden. Achter gesloten deuren zijn de bezetters op strooptocht gegaan. Burgers zijn bestolen, gegijzeld en vermoord. De priester die ik bij het massagraf sprak, vertelde over schotwonden in het hoofd van sommige lichamen. Executies.

"Bij één van de haltes in Boetsja stond een huis met voor de deur de verbrande lichamen van een familie."

Ik wilde niet in Boetsja zijn, maar ik moet niet zeuren. Ik wist wat me te wachten stond. Tijdens een eerder bezoek werd ik eerder al samen met cameraman Han Pannevis en tientallen journalisten in bussen naar de onheilsplek gevoerd. Een persreis noemen ze dat. Bij één van de haltes in Boetsja stond een huis met voor de deur de verbrande lichamen van een familie. Er lag een zwartgeblakerd kind tussen. Op dit macabere podium werden vragen gesteld en beelden gedraaid, waarna de lijken terug in de zwarte plastic zak gingen.

Han zegt dat de beelden te gruwelijk waren. Hij focuste daarom op een hand of voet in een poging het leed voor jouw ogen te verzachten. "Je kunt de kijkers niet opzadelen met een verbrand hoofd waarvan de mond het uitschreeuwt." Dat ben ik met hem eens. Jouw terechte afschuw mag niet te groot worden, want we willen niet dat je je gezicht afwendt van wat hier aan de orde van de dag is en van ellende liever een kop koffie zet.

"De ontkenning laat niet lang op zich wachten. In Boetsja zouden acteurs aan het werk zijn geweest."

De zelfcensuur heeft kartelranden. Want wie zijn wij om te bepalen dat een voet kan, maar een laatste schreeuw uit de hel niet? De organisatoren van de persreis hebben geen medelijden met jou: laat de oorlogsmisdaden maar zien in al hun gruwelijkheid. Die opstelling doet niets af aan het onnoemelijke verdriet in Boetsja, maar met tranen vang je geen oorlogsmisdadigers.

De ontkenning laat niet lang op zich wachten. In Boetsja zouden acteurs aan het werk zijn geweest. Oorlogsmisdaad? Laat het Kremlin niet lachen. Ontkenning van oorlogsmisdaden is een effectieve strategie om verantwoording te ontlopen. We maken het de oorlogsmisdadiger ook makkelijk. Verdediging van mensenrechten is zware kost, om moe van te worden. Na verloop van tijd raakt de juridische strijd voor de buitenstaander zijn urgentie en emotie kwijt en krijgt zo een uitzichtloos karakter.

"Het is ons werk om ook het verhaal van Boetsja te vertellen, hoe gruwelijk ook."

De eerste belangrijke stap om de doodlopende straat van gerechtigheid te doorbreken is het snel in kaart brengen van de misdaden, ja, tot in de vezels. Ooggetuige zijn is het werk van een journalist, om de hoek en ver van ons bed. Een brandweerman blust branden en we zouden het vreemd vinden als hij bij felle uitslaande branden niet thuis geeft. Hetzelfde principe geldt voor journalisten. Het is ons werk om ook het verhaal van Boetsja te vertellen, hoe gruwelijk ook. Wij zijn in de regel snel ter plaatse, onderzoekers zie je meestal pas aan het front als alle sporen van een oorlogsmisdaad zijn gewist en vergaan.  

Maar nu zie ik een mogelijke opsteker. Ik heb in de loop van bijna dertig jaar soms aan oorlogsverslaggeving gedaan, maar nog nooit heb ik binnen twee weken na oorlogsmisdaden een 'war crimes prosecutor' op de plaats delict aan het werk gezien. Tot ik in aan het massagraf in Boetsja stond.

Onderzoekers bij het massagraf in Bucha. Onderzoekers bij het massagraf in Bucha.

Zelfs de hoogste aanklager van het Internationaal Strafhof, Karim Khan, nam poolshoogte en stelde vast dat het om een plaats delict gaat. Zoiets klinkt voor de hand liggend, maar zulke woorden scheppen verplichtingen. In Boetsja is meteen een begin gemaakt met een internationaal onderzoek, zoals je dat zelden ziet in oorlogstijd. Het opgraven van burgers die in de haast begraven werden kan cruciaal zijn in de strijd tegen straffeloosheid.

Maar het hof heeft de schijn tegen. Het Internationaal Strafhof in Den Haag is na de bloedige oorlog in het voormalige Joegoslavië in het leven geroepen om een eind te maken aan de straffeloosheid onder oorlogsmisdadigers. Dit is in twintig jaar zelden gelukt. Inderdaad, vrij uitzichtloos dit.

Ook mijn persoonlijke ervaring met de bunker in Den Haag was niet best. Het hof is pas zeven jaar na de dood van Stan Storimans (was dat niet die cameraman die ooit met elf Georgische burgers door een clusterbom uit een Russische Iskanderraket in Georgië werd gedood?) met een vooronderzoek naar de toedracht begonnen. Nu, bijna veertien jaar later, is de zaak-Storimans doodgebloed.

"Wat Rusland in Georgië uitvrat, gaat Rusland en het hof dus blijkbaar niets aan. Het is maar dat je het weet en niet vergeet."

Bij het Mensenrechtenhof in Straatsburg hoeft sowieso niemand uit Boetsja aan te kloppen. Sinds Rusland uit de Raad van Europa is gegooid, kunnen Russische oorlogsmisdadigers niet meer in Straatsburg ter verantwoording worden geroepen. De zaak-Storimans is al nagenoeg afgeserveerd: "Alle gebeurtenissen tijdens de actieve fase van de oorlog vallen niet onder de jurisprudentie van de Russische Federatie." Het hof gaat daarom geen schendingen van mensenrechten tijdens de oorlog in 2008 onderzoeken (de strijd duurde 'slechts' vijf dagen). Wat Rusland in Georgië uitvrat, gaat Rusland en het hof dus blijkbaar niets aan. Het is maar dat je het weet en niet vergeet.

In Oekraïne hebben de Russen zojuist de aanval op de frontlinies in Oost-Oekraïne geopend. Van president Poetin geen kwaad woord over de soldaten van de 64ste Motorbrigade, de bezetters van Boetsja. Integendeel, hij heeft de eenheid zojuist zelfs geprezen en bevorderd om 'heldendom, weerstand en grote moed' in Boetsja.