Jeroen Akkermans

Ondergronds in Oekraïne

24 januari 2022 06:14

Mijn geboortedag was er één om nooit te vergeten. Het vroor dat het kraakte, de Elfstedentocht was net verreden en mijn moeder had een zware bevalling. Ik ben geboren in 1963, tijdens de strengste winter van de vorige eeuw, zeggen ze. Vorige week heb ik mijn verjaardag wat stil en ingetogen gevierd.

Temperatuur is net zo betrekkelijk als het nieuws. Hoe bar de koppen ook zijn; het kan altijd strenger, ellendiger en gemener. Relativeren hoort bij het journalistieke vak. Ik kan het me niet veroorloven om te blijven hangen in de ellende die ik onderweg tegenkom, tegelijk moet het nieuws me ook raken.

Ik ben tot vervelens toe nieuwsgierig naar hoe en wat mensen doen en waarom. Telkens verbaast het mij hoe relativerend slachtoffers kunnen zijn over het lot dat hen getroffen heeft. Ik noem het overlevingsdrift. Juist als het lot je slecht gezind is, heeft het bij de pakken neerzitten geen zin. Ik bewonder elk sprankje optimisme in pessimistische tijden, zoals vorige week in Oekraïne.

Tijdens beschietingen zijn twee granaten voor de kelder ontploft, ze waren net binnen. Ondergronds voelen ze zich veilig.

Het land ligt aan de kloof tussen oost en west en kopt al eeuwenlang met slecht nieuws. Sinds kort heeft de buurman 127.000 soldaten aan de grens verzameld. Hij laat zeggen dat zijn manschappen netjes achter de heg blijven staan. Maar stel je voor dat jouw buurman de achtertuin heeft ingepikt, een bar heeft geopend in de garage en de tuin heeft laten omsingelen door gewapende mannen. Geloof je hem als hij zegt dat je je geen zorgen hoeft te maken? Het is een vraag voor in een talkshow en het antwoord is voor de bühne.

Olga en Alexandr leven samen onder het podium. Het echtpaar woont al acht jaar in de kelder van de buren, aan de frontlinie. Hun huis is bij beschietingen zwaar beschadigd geraakt. Een renovatie heeft geen zin zolang er een kans op beschietingen bestaat. De zwaarste gevechten zijn geluwd maar het dorp ligt op een kruitvat. Tijdens beschietingen zijn twee granaten voor de kelder ontploft, ze waren net binnen. Ondergronds voelen ze zich veilig.

Olga laat de kelder zien waar zij al acht jaar met haar man Alexandr woont. Olga laat de kelder zien waar zij al acht jaar met haar man Alexandr woont.

Ook veiligheid is relatief. Het enige lijk dat ik deze keer aan de frontlinie zie liggen wordt onder een auto vandaan getrokken. Het oversteken van een drukke straat kan gevaarlijker zijn dan het oversteken van een mijnenveld. Alexandr wuift de risico's weg, want 'je moet toch eten?'

De winkel ligt in het naburige dorp, op zes kilometer loopafstand. Hij neemt meestal de sluiproute door het mijnenveld, want die is een stuk korter. Zolang hij zich precies aan de route houdt is er niets aan de hand. Maar zodra het sneeuwt vergist hij zich wel eens. Toch weigert hij in de winter een omweg te maken. "Ik wil niet dat mijn tenen eraf vriezen." Op de winderige straat aan het front kan het kouder zijn dan de koudste winter ooit in Nederland.   

Waarom trekken de achterblijvers niet weg? Het antwoord van bewoners komt steeds op hetzelfde neer. Ze zijn al oud, dit is hun thuis en waar kunnen ze heen?

Ik sta wat bedremmeld in de benauwde kelder. Het kolenoventje spuwt vuur. Zijn vrouw Olga lijkt me niet iemand om ruzie mee te maken, haar stem klinkt scheller dan het luchtalarm. Ze ziet mijn ongeloof. Ik denk dat ik het geen dag in de ondergrondse eenzaamheid kan uithouden, maar Olga zegt gedecideerd dat elk mens in staat om te overleven. "Als zoiets bij jullie gebeurt, zou u er ook aan wennen. Een mens past zich altijd aan."

Het dorp is bijna van de buitenwereld afgesloten. Soldaten houden een oogje in het zeil en af toe komen vertegenwoordigers van hulporganisaties langs. Waarom trekken de achterblijvers niet weg? Het antwoord van bewoners komt steeds op hetzelfde neer. Ze zijn al oud, dit is hun thuis en waar kunnen ze heen? Van de staat krijgen ze geen enkele hulp, afgezien van een miserabel pensioentje. Ik vraag Alexandr of hij niet moe is van het leven in de kelder. "Jawel. Maar we hebben geen keus. Moet ik mij verhangen of zo? Er zijn mensen die slechter leven dan wij." Bij het afscheid zwaait Alexandr ons uit.

Als ik volgend jaar weer mijn verjaardag vier, hoop ik dat we allebei in vrede leven. Was het maar vanzelfsprekend.  

Bekijk het bezoek van Jeroen Akkermans aan Olga en Alexandr in deze video: 

Olga en Alexandr wonen in verlaten dorp aan de frontlinie in Oekraïne

Ooit woonden er 1000 mensen in het dorpje Opytne in het oosten van Oekraïne. Maar na de oorlog in 2014 zijn er nog 33 inwoners over.