Ga naar de inhoud
Olaf Koens

Bang voor het verleden omdat het op het heden lijkt

"Ga maar even zitten", zei de beveiliger. "Drink wat thee, ik bel even iemand en dan gaan we het regelen", klonk het. Het moet een jaar of zeven geleden zijn, midden in de winter. Met fotograaf Joeri Kozyrev was ik op reis door het barre oosten van Rusland. We reden van Magadan naar Jakoetsk en stopten onderweg in een kleine nederzetting waar een gasbedrijf een overslag heeft.

Veel meer dan een school, een busstation en een kiosk was er niet te vinden. Het was veertig graden onder nul, de enige beweging kwam van de zware wieken van helikopters die de dichte sneeuw over de nederzetting verder opzweepten.

Het is er alsof de geschiedenis plots een andere kant op is gegaan en niemand durft terug te kijken.

In Magadan, duizend kilometer verderop, hadden we een chauffeur bereid gevonden de tocht met ons te maken. Hij kwam voorrijden in een Toyota Prius, toen nog een hele bezienswaardigheid. "Ik begrijp het ook niet, maar die batterij doet het prima in de kou", zei de chauffeur. We reden langs goudmijnen, langs de overblijfselen van de Goelag. Hele strafkampen liggen er in de sneeuw, zo achtergelaten in de jaren 50.

Er zijn geen musea, geen herdenkingsmonumenten, niets. Het is er alsof de geschiedenis plots een andere kant op is gegaan en niemand durft terug te kijken. De dwangarbeiders moesten zonder gereedschap in de mijnen werken, bij een van de strafkampen trof ik in de sneeuw een schop gemaakt van voedselblikken. "Beter laten liggen", zei de chauffeur. "Het verleden moet je hier niet aanraken."

Met een beetje geluk konden we in een van de helikopters van het gasbedrijf meevliegen naar een plaats waar de Prius niet kon komen. In de wachtruimte keek ik naar de kunst die aan de muur hing bij het gasbedrijf, ik warmde mijn vingertoppen aan de thee. "Er komt zo iemand aan, het duurt echt niet lang meer", zei de beveiliger.

Wij waren plots geen journalisten meer, maar buitenlandse spionnen die hier de boel kwamen saboteren.

Na een uur stapte een norse man in een met bont gevulde leren jas binnen. Bont aan de binnenkant, leer aan de buitenkant. Hij stelde zich voor. Het was geen helikopterpiloot, maar iemand van de Russische inlichtingendienst FSB. Wij waren plots geen journalisten meer, maar buitenlandse spionnen die hier de boel kwamen saboteren. Door het kordate ingrijpen van de beveiliger en de FSB-agent was erger voorkomen. Perskaarten of toelichtingen hielpen niets. "Jullie hebben de Sovjet-Unie kapotgemaakt", zei de FSB-agent wijzend naar ons. "En wij bouwen het hier weer op."

Vorige maand verbood een Russische rechter de mensenrechtenorganisatie Memorial, een club van honderden historici die proberen het gitzwarte verleden in kaart te brengen door minutieus te speuren door de Sovjetarchieven die steeds vaker achter slot en grendel gingen. "Waarom zouden wij, de nazaten van de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog, gedwongen moeten toekijken hoe volksverraders worden gerehabiliteerd?", las de rechter in het vonnis. Hij zei nog net niet dat hij bezig was de Sovjet-Unie weer op te bouwen, maar het scheelde niet veel.

We kregen vierentwintig uur om de regio te verlaten. De chauffeur van de Prius (ik zei toch dat je het verleden hier met rust moest laten!) keerde terug naar Magadan, de fotograaf en ik reden in een klein busje naar Jakoetsk. Niet alleen de toekomst, ook het verleden is onzeker in Rusland. De geschiedenis wordt herschreven door machthebbers die bang zijn voor het verleden, al was het maar omdat het steeds meer op het heden lijkt.

Olaf Koens (1985) is correspondent voor RTL Nieuws in het Midden-Oosten, met als standplaats Istanbul. Na zijn studie filosofie ging hij in 2007 als correspondent aan de slag in Moskou. In 2015 werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar. Hij schreef de boeken 'Koorddansen in de Kaukasus', 'Oorlog en kermis' en 'Paarden vliegen businessclass'.

Meer over