Jos Heymans

Waarom we niet doen wat het kabinet wil

27 november 2021 06:09

Het kabinet kan van alles bedenken - van mondkapjes, afstand bewaren tot thuis blijven - we doen het gewoon niet. Mark Rutte en Hugo de Jonge proberen ons tot ander gedrag te bewegen. Vriendelijk vragend, bijna smekend (als je het niet voor jezelf doet, doe het dan voor je opa en oma) of streng met forse maatregelen als beperkte openingstijden voor de horeca, vroege avondsluiting van theaters en bioscopen; geen middel blijft onbeproefd. Maar we willen niet luisteren.

Zijn we zo eigenwijs? Of ligt het aan het kabinet dat we de afgekondigde maatregelen niet of niet voldoende serieus nemen? Mark Rutte stak de hand ook in eigen boezem. Misschien zijn we in september te positief geweest, zei hij, hebben we de indruk gewekt dat corona voorbij was en te weinig benadrukt dat het virus zomaar weer de kop zou kunnen opsteken. Misschien hadden we de mondkapjes en de verplichte afstand niet moeten afschaffen.

'We zijn in slaap gesust met de gedachte dat corona voorbij zou zijn, als we eenmaal gevaccineerd zouden zijn.'

Zonder ons eigen (wan)gedrag te bagatelliseren - Louis van Gaal zei het al: in Portugal volgen we trouw de aanwijzingen van de regering – we worden ook wel in verwarring gebracht. We zijn in slaap gesust met de gedachte dat corona voorbij zou zijn, als we eenmaal gevaccineerd zouden zijn. Het bleek niet waar. De fracties in de Tweede Kamer laten tegengestelde geluiden horen. De PvdA wil een harde lockdown, voordat er onderscheid mag worden gemaakt tussen gevaccineerden en ongevaccineerden, VVD en D66 willen zo snel mogelijk 2G invoeren als wondermiddel tegen besmettingen en de ChristenUnie wil überhaupt geen onderscheid maken. En Forum voor Democratie vindt maatregelen sowieso niet nodig omdat corona toch wel afneemt als het virusseizoen voorbij is. Wie moet je geloven?

Het staat buiten kijf dat we niet meer zo gehoorzaam zijn. En dat het vertrouwen in de overheid tot een dieptepunt is gedaald, blijkt uit bijna elk onderzoek. Maar dat reikt verder dan dit kabinet of deze pandemie. Veertig jaar geleden waren de eerste scheurtjes zichtbaar, schreef oud-informateur Herman Tjeenk Willink twee jaar geleden in zijn boek ‘Kan de overheid crises aan?’. Als iemand met gezag over de overheid kan spreken, dan is het Tjeenk Willink met zijn ambtelijke en politieke staat van dienst als PvdA-senator, onderkoning van Nederland in zijn rol van vicevoorzitter van de Raad van State en bemiddelaar bij de totstandkoming van tal van kabinetten.

'Op het platteland zijn de bibliotheek en de dorpsagent wegbezuinigd, is het openbaar vervoer verdwenen en houdt de dichtstbijzijnde huisarts kilometers verderop praktijk.'

In een interview met het AD stelt Tjeenk Willink dat de overheid zich op veel terreinen heeft teruggetrokken, gedwongen door financiële tekorten of uit politieke overtuiging. Door forse bezuinigingen is de overheid volgens hem onzichtbaar en ontoegankelijk geworden. Op het platteland zijn de bibliotheek en de dorpsagent wegbezuinigd, is het openbaar vervoer verdwenen en houdt de dichtstbijzijnde huisarts kilometers verderop praktijk. Mensen kloppen tevergeefs bij de overheid aan. Die afstand tussen overheid en bevolking manifesteert zich niet alleen bij de kabinetten-Rutte; het begon al onder Den Uyl en groeide uit onder Van Agt, Lubbers, Kok en Balkenende.

In tijden van crises, en daar zitten we met corona nu middenin, zien we dat gebrek aan vertrouwen in volle omvang. Het wordt gevoed door falend overheidsoptreden zoals in de toeslagenaffaire. En het verklaart waarom wij niet meer klakkeloos aannemen wat de overheid zegt of voorschrijft. Maar er is hoop, meent Tjeenk Willink. Met kundige bewindspersonen op wie mensen kunnen vertrouwen en die weten wat de bevolking van de overheid mag verwachten, komt het goed.

Die mensen moeten toch te vinden zijn?