Jeroen Akkermans

In het spoor van Rutte, Kohl, Blair en Merkel

20 september 2021 05:35

Plotseling stond hij voor ons, premier Mark Rutte. We hadden afgesproken in een park in Berlijn, waar hij toevallig voor een privébezoek was, voor een interview over de actualiteit. Het zal een jaar of tien geleden zijn geweest.

Rutte steekt zijn hand uit naar mij en naar mijn Duitse cameraman en dan gebeurt het: "Hallo, ik ben Mark." Mijn collega kan het nog altijd niet geloven; een politiek leider die uit de bosjes springt en zich joviaal even aan hem voorstelt. Het was de omgekeerde wereld.   

Wij zijn het anders gewend in het buitenland. Buitenlandse politieke leiders zitten niet op vragen van een Nederlandse correspondentenpost te wachten. Maar zodra de verkiezingskoorst stijgt, dan aas ik op quootjes uit de wandelgangen van de wereldmacht, met wisselend succes.

Gut, ik was onervaren. Ik had natuurlijk meteen mijn hamvraag moeten stellen en hem niet de ja/nee optie moeten geven.

Ik vind het leuk om te doen, je even op het pad begeven van een politiek leider die je niet ziet staan. Er zit altijd een verhaal in, ongeacht de afloop. Helmut Kohl bijvoorbeeld.

Ik heb ooit urenlang staan wachten op de toenmalige bondskanselier Kohl die een concert bijwoonde. Ik was de enige televisiejournalist, dus ik dacht dat ik een kansje maakte op een interview. Toen hij eindelijk naar buiten kwam, ging het mis. Ik stond op de goede plek, cameralamp floepte aan, het sein om mijn microfoon op de immense gestalte te richten. Mijn eerste vraag was meteen mijn laatste. "Mag ik u wat vragen voor de Nederlandse televisie, Herr Kohl?"

Gut, ik was onervaren. Ik had natuurlijk meteen mijn hamvraag moeten stellen en hem niet de ja/nee optie moeten geven. Kohl keek mij geërgerd aan en liep door zonder een woord te zeggen. Eén van zijn lakeien nam me als een kleine jongen apart. Wilde ik ooit kans op een antwoord van de bondskanselier maken dan zou ik hem om te beginnen als "Herr Dr. Bundeskanzler Kohl" moeten aanspreken. Mijn aanhef was beledigend en een schande voor de journalistiek. Hoofdschuddend holde hij achter Kohl aan. Zijn toon was onnodig arrogant maar hij had wel een punt. De eerste indruk is bepalend en dan moet je goed voorbereid voor de dag komen. Het stellen van een vraag is net als het plaatsen van een grap. Het wordt pas interessant als de inhoud en de timing kloppen.

Ik kreeg van kanselier Merkel in de aanloop naar verkiezingen altijd hetzelfde bescheiden, afkeurende knikje dat ze ook gebruikt om werkgesprekken om af te ronden.

In Groot-Brittannië ben ik als correspondent mee op campagne geweest met Tony Blair. De Labour-leider reisde per trein naar het noorden. Ik heb me toen drie uur naast het toilet geposteerd in afwachting van zijn komst. Eerst kwam zijn woordvoerder langs. Omdat van de journalist uit Nederland geen potentiële dreiging uitging voor de campagne was het hem om het even of Tony wel of niet antwoord zou geven. Niet serieus genomen worden kan voordelig uitpakken. Nadat Blair even later zijn plas heeft gedaan, krijg ik van hem zakelijke antwoorden met de houdbaarheid van een vissschotel opgediend. Hartig is het allemaal niet maar voor even was Blair, de gedoodverfde premier, van ons. Och, noem het de magie van de macht. Het mag dus nooit te lang duren.

In Duitsland heb ik nooit succes gehad met mijn lampendanserij. In 2002 wees kanselier Gerhard Schröder mijn vraag af met de lust van een uitsmijter. Hij hield van het mediacircus. Bij kanselier Merkel ben ik er tijdens drie verkiezingscampagnes evenmin aan te pas gekomen. Ik kreeg van haar in de aanloop naar verkiezingen altijd hetzelfde bescheiden, afkeurende knikje dat ze ook gebruikt om werkgesprekken om af te ronden. Op mij maakte ze de indruk van een ouderwetse juf. Ze kan mensen gedecideerd de les lezen op een toon alsof het voor hun eigen bestwil is.

Er volgen twee dodelijke seconden van stilte. Ik voel meteen dat mijn timing niet goed is, ik had even moeten wachten.

Afgelopen week ben ik vol goede moed naar Kleinmachnow afgereisd, het kiesdistrict van SPD-leider Olaf Scholz. De minister van Financiën is de mogelijke opvolger van kanselier Merkel. Hij spreekt vlakbij Berlijn zijn thuispubliek toe.

Op het podium staat een onopvallende man. Scholz is gestoken in een slobberig rouwpak met strakke stropdas onder een kaal punthoofd. Hij spreekt beleefd, uitvoerig en met routine. Onderhoudend is het niet.

Na afloop positioneer ik mij als een journalist die vragen wil stellen aan de kanselierskandidaat. Een doorgewinterde woordvoerster ziet het aan mij af en duikt plotseling voor ons op. "Bent u van de Noorse televisie? Een 1-op-1 gesprek doen we niet." Haar assistente schudt heftig met haar hoofd. Ik moest mij niets verbeelden.

Zodra Scholz door de massa naar een rijtje journalisten is geschuifeld, stel ik hem getergd als eerste mijn vraag. We staan op twee meter afstand van elkaar. "Herr Scholz, veel Nederlanders kennen u nog niet. Ligt dat aan ons of misschien ook aan u?" Er volgen twee dodelijke seconden van stilte. Ik voel meteen dat mijn timing niet goed is, ik had even moeten wachten. Hij heeft iets anders in zijn hoofd om mee te beginnen, maar laat zich niet van de wijs laten brengen zonder mij voor het hoofd te willen stoten. "Ik dank u allen dat u hier bent, in dit kleine dorp." Er volgt een algemene lezing over verkiezingswinst, vreugde, bescheidenheid en een groot land in een sterke Europese Unie. Ik besef me waar zijn bijnaam 'de Scholz-machine' vandaan komt: wat je er ook ingooit, altijd rollen dezelfde antwoorden eruit. 

Maar zijn voorspelbaarheid heeft hem blijkbaar terug in de race gebracht. Scholz gaat aan kop in de peilingen. De Duitsers zoeken een kanselier die nooit uit de bosjes springt. Iemand als juf Merkel.