Jos Heymans

Om het vertrek van Kaag kon niemand heen, ook Kaag niet

18 september 2021 06:24

Moedig is niet het juiste woord voor het aftreden van Sigrid Kaag. Ze kon domweg niet anders, na haar verwijt aan Mark Rutte dat hij niet van wijken wilde weten toen op 1 april een motie van afkeuring tegen hem was aangenomen. Kaag zou in zijn geval zijn afgetreden, zei ze. Dat verwijt, uit de mond van iemand die een andere bestuursstijl voor staat, viel te begrijpen, maar je kan ook anders in de wedstrijd staan.

In tegenstelling tot bij een motie van wantrouwen is er bij een motie van afkeuring niemand die je dwingt om op te stappen. Het gaat immers niet om de persoon, maar om het op één punt gevoerde beleid (in dit geval de evacuatie uit Afghanistan) dat door een meerderheid van de Tweede Kamer is afgekeurd. Het wil niet zeggen dat je op andere dossiers ook faalt.

Er was geen blijdschap over het opstappen van Kaag, donderdagavond in de Tweede Kamer. Hoewel zij door lang niet iedereen wordt gewaardeerd, vooral door de hooghartige wijze waarop zij Kamerleden de les leest, is de val van een minister nooit leuk. Het schaadt de persoon in kwestie, het schaadt de Kamer, het schaadt het kabinet. Rutte, niet de beste vriend van Kaag, betreurde het vertrek 'van een grote vrouw die overal in de wereld wordt gerespecteerd om haar kennis van zaken en haar diplomatieke kwaliteiten.'

'Een voordeel is dat zij nu de handen vrij heeft om zich volledig te concentreren op de formatie van een nieuw kabinet. Die tijd heeft ze ook hard nodig,'

Het vertrek is voor Kaag ook persoonlijk een nare gebeurtenis. Zij was met hart en ziel verknocht aan haar baan als minister van Buitenlandse Zaken. Haar ondergang, en dat doet misschien wel de meeste pijn, was een gevolg van onhandig en knullig optreden op een terrein waarop zij juist zo bedreven is: het oplossen van humanitaire crises in de wereld.

Een voordeel is dat zij nu de handen vrij heeft om zich volledig te concentreren op de formatie van een nieuw kabinet. Die tijd heeft ze ook hard nodig, want de bordjes zijn verhangen. Haar oude vrienden met wie ze zo graag had willen regeren, Lilianne Ploumen en Jesse Klaver, hebben de politieke dolk in haar rug gestoken. En Kaag moet, áls er een minderheidskabinet met D66 komt, deals kunnen sluiten met oppositiepartijen als PvdA en GroenLinks. Daarvoor moet je elkaar kunnen vertrouwen.

Dat is nu een probleem. Bij de ChristenUnie hoeft ze ook niet meer aan te kloppen, nadat ze die partij heeft weggezet als een roestige auto, als een politieke beweging die niet vooruit te branden is. Met het CDA wilde Kaag eigenlijk ook al niet. Er blijft zo wel erg weinig over voor D66.

'De motie van afkeuring lapt ze aan haar laars, zoals ze al vaker moties van de Kamer heeft genegeerd, 'vergeten' en niet uitgevoerd.'

Ondertussen….

…. zegt Ank Bijleveld doodleuk dat ze aanblijft als minister van Defensie. De motie van afkeuring lapt ze aan haar laars, zoals ze al vaker moties van de Kamer heeft genegeerd, 'vergeten' en niet uitgevoerd. Alsof we niet in een democratie leven, waarin de Kamer het kabinet controleert en corrigeert. Kaag stapt op en Bijleveld zegt dat ze zich nog meer gaat inspannen voor de achtergebleven Afghaanse tolken.

Hoe ze dat zou willen doen, blijft in nevelen gehuld; de opmerking leek meer bedoeld om haar eigen hachje te redden. Het mag allemaal, staatsrechtelijk. Maar het ontneemt je wel het zicht op de politieke werkelijkheid.

'Bijleveld verdwijnt in de vergetelheid, van Kaag zullen we blijven horen.'

Gelukkig is daar het gezonde verstand van het CDA, de partij die Bijleveld destijds heeft voorgedragen voor het kabinet. Dat CDA, de laatste maanden zo instabiel als maar mogelijk is, heeft na het laatste congres het zelfvertrouwen kennelijk herwonnen en Bijleveld teruggefloten. Hoewel volstrekt tegen haar zin, stapt ze nu toch op 'omdat mijn aanblijven onderwerp van discussie is geworden'.  Het kwartje is eindelijk gevallen; het heeft even geduurd. Bijleveld verdwijnt in de vergetelheid, van Kaag zullen we blijven horen.

Van de zestien ministers die in oktober 2017 aantraden, zitten er nog maar tien op hun oorspronkelijke post. En van de acht staatssecretarissen zijn dat er drie. In nog geen vier jaar zijn elf bewindslieden opgestapt. Uit een duiventil vertrekken er minder.