Pieter Klein

'Ik wíl niet meer vernederd worden. Door niemand meer'

14 september 2021 06:19

Sommige verhalen van mensen kruipen onder je huid en laten je nooit meer los. Ze vreten aan je, woekeren lang onzichtbaar verder. Tot op het punt waarop je ontdekt dat het ongezond is, dat het beter is om afstand te nemen – uit lijfsbehoud. Omdat je anders jezelf verliest. Het overkwam me in het toeslagenschandaal, waarover ik samen met Jan Kleinnijenhuis van dagblad Trouw nu zo'n twee en een half jaar heb gepubliceerd.

Verhalen van gedupeerde ouders grepen me bij de keel en bleven me bij. Maar ook de Haagse reflex van ontkennen en bagatelliseren zat me oneindig dwars. En onopgehelderde losse eindjes. En ook het aanhoudend gemompel in politiek-bestuurlijke kringen (en bij de Belastingdienst): ja, maar eigenlijk lag het aan de Kamer. Gekmakende spin. Beste bestuurders en ambtenaren: lees de snoeiharde en akelig precieze analyse Kafka in de rechtsstaat van advocaat Ellen Pasman, over het bestuurlijk en juridisch systeemfalen, en houd daarna je mond. En los dat ongekend onrecht eindelijk op.

"Sommige collega’s – onder wie m’n bazen – waarschuwden me: maak je hoofd leeg. Neem vrij. Ga alsjeblieft weg. Ga iets leuks doen met je leven."

Je voelt al: ik ben nog niet helemaal vrij van het virus. Terwijl het me in de vakantie eindelijk en voor het eerst echt lukte – afstand nemen, loslaten, mezelf er niet in verliezen. Sommige collega’s – onder wie m’n bazen – waarschuwden me: maak je hoofd leeg. Neem vrij. Ga alsjeblieft weg. Ga iets leuks doen met je leven. Andere collega’s maakten grappen, na het zoveelste verhaal over het moeras dat de 'hersteloperatie' is. Voor vele gedupeerden is het nog láng niet voorbij. "Je zult tot aan je pensioen verstrikt blijven in die affaire."

Enfin, ik probeer dus te doseren. Minder verbeten te zijn. Nieuwe wegen in te slaan, nieuwe onderzoeken. Maar op de een of andere manier tikt de nasleep me telkens op de schouders. Omdat het tot op de dag van vandaag doorziekt in Den Haag. En soms kan ik niet anders. Bijvoorbeeld toen Derya – een van de gezichten van de toeslagenaffaire – me laatst vroeg: kom je naar de voorvertoning van de documentaire Alleen tegen de staat? Ik antwoordde: uiteraard. Tegen Derya zeg je geen nee. Niet als je weet hoeveel er in het leven van deze sterke, bijzondere vrouw kapot is gemaakt.

"Ik maakte foute grappen, waarschijnlijk omdat ik wist en voelde wat komen zou. Ik had al vaker stilletjes meegehuild als ouders me hun verhaal vertelden."

Het leek gisterochtend net een reünie, in de Amsterdamse Filmhallen. Vooraf was de stemming een beetje uitgelaten en vrolijk – mensen van wie de levens door een speling van het lot met elkaar verknoopt waren geraakt. Long time no see! Pieter Omtzigt was er. Renske Leijten. Farid Azarkan. Klokkenluider Pierre Niessen. Advocate Eva Gonzales Perez. Advocate Ellen Pasman. Jan en ik. Kristie Rongen ook, de gedupeerde ouder die het Mark Rutte zo lastig maakte. De vijf gedupeerde vrouwen die in de documentaire van filmmaker Stijn Bouma hun indringende verhaal vertellen: Derya, Janet, Nazmiye, Badriah en Naoual. Ik maakte foute grappen, waarschijnlijk omdat ik wist en voelde wat komen zou. Ik had al vaker stilletjes meegehuild als ouders me hun verhaal vertelden.

Het patroon dat de vijf vrouwen beschreven, is bekend. Stopzetting van toeslagen. Tig keer in bezwaar en stukken aanleveren. Terugvorderingen, over een reeks van jaren. Loonbeslag. Auto afgepakt. Baan kwijt. Schulden. Onder bewind staan. Uit huis gezet. Of je kind van je afgepakt. Niet gehoord worden. Niet geloofd worden – het is immers de Belastingdienst. Je zal wel íets fout hebben gedaan.

Wat dat aanrichtte, naast de armoe en de materiële ellende? Het gevoel te falen.

De vrouwen kwamen allemaal in de financiële 'gevangenis' van de Belastingdienst, waaruit geen ontsnappen mogelijk was. Wat dat aanrichtte, naast de armoe en de materiële ellende? Het gevoel te falen. Falen als moeder. Falen als kind ten opzichte van ouders ('Zo hebben we je toch niet opgevoed?'). Falen als partner. Falen als mens. En na dat vermeende falen – de schaamte. Voor de omgeving, voor familie, vrienden. Een ongelooflijk tekort schieten, terwijl je er met je verstand niet bij kan: "Ik moet wel dom zijn, want ik snap het niet."

Het leidt tot ziekte, depressie, angst, baanverlies. De vijf vrouwen vertellen hoe ze afstompten. Zich afsloten, geen contact meer hadden, relaties uit de weg gingen en emoties verdrongen – jarenlang. Er was de periode voor en na de rampspoed. "We waren heel normale burgers”, zegt Nazmiye. Totdat alles kapot gaat, en ze op enig moment geen uitweg meer ziet en zelfs hoopt dat Allah er een einde aan maakt.

"Een ander mens geworden, een andere persoonlijkheid. Derya vertelt dat ze zich, als ze in de spiegel kijkt – die ze liever mijdt – afvraagt: wie is dat?"

Jaren rond proberen rond te komen in een overlevingsstand bracht onuitwisbare krassen op de ziel. Wantrouwen, tegenover alles en iedereen. Een ander mens geworden, een andere persoonlijkheid. Derya vertelt dat ze zich, als ze in de spiegel kijkt – die ze liever mijdt – afvraagt: wie is dat?

En, nog pijnlijker: de schade die is aangericht bij de eigen kinderen. Getekend door armoe, de stress, de spanning. Kids die reageren door het gedrag van ouders te kopiëren: afsluiten, niet toegankelijk zijn. En alle andere psychische schade die je kunt verzinnen. En dan heb ik het nog niet eens over de kinderen die als gevolg van het toeslagenschandaal uit huis zijn geplaatst.

"Een woord keert steeds terug en hakt erin: het gevoel van permanente, stelselmatige 'vernedering'. Verplaats je daar eens in."

Een woord keert steeds terug en hakt erin: het gevoel van permanente, stelselmatige 'vernedering'. Verplaats je daar eens in. Als je je kinderen wéér iets moest ontzeggen. Als je wéér naar de voedselbank moest. Als je kind van je werd afgenomen.  Als je door rechters wéér niet werd geloofd. De ogen van Badriah – die iedere instantie wantrouwt – schieten vuur als ze zegt: "Ik wíl niet meer vernederd worden. Door niemand meer." Ik ken haar verhaal – en het gaat me door merg en been.

Het is akelig stil in het filmtheater. Ik stel me voor hoe iedereen in het donker een traan van de wangen veegt. Er wordt maar één keer gelachen. Dat is als Derya, die eind vorig jaar publiekelijk politici en ambtenaren had 'vergeven', zegt: "Ik haat ze. Ze kunnen allemaal de tering krijgen, allemaal. Ik haat ze." Om er even later zachtjes aan toe te voegen: "Ik ben geen hater." Dat is ze ook niet – in de film zie je hoe Derya instinctief en liefkozend de baby van een medegedupeerde aanraakt, terwijl er wordt geïnterviewd.

"Als mensen dit zien, staat iedereen morgen met een hooivork op het Binnenhof."

Na afloop vertelt filmmaker Stijn Bouma waarom hij de documentaire maakte. "Omdat ik heel erg boos was." Dat herkende ik wel – onze eigen journalistieke speurtocht ging van verwondering naar irritatie en, uiteindelijk: woede. Stijn zei te hopen dat heel veel mensen de documentaire zien, om te voelen wat de impact was en nog steeds is. "Als mensen dit zien, staat iedereen morgen met een hooivork op het Binnenhof."

Het lijkt mij vooral ook belangrijk dat iedere politicus, iedere bestuurder, iedereen die werkt bij een uitvoeringsorganisatie, de documentaire ziet. Iedereen die betrokken is bij de kabinetsformatie. Alle demissionaire bewindslieden. Informateur Johan Remkes. Om te snappen wat jarenlange vernedering aanricht. Om te zorgen voor oplossingen. En om Derya, Janet, Nazmiye, Badriah en Naoul te bedanken voor de moed om hun verhaal te doen.

Alleen tegen de staat van filmmaker Stijn Bouma wordt volgende week maandag 20 september uitgezonden in 2Doc op NPO2 om 20.25 uur.