Matthijs Voortman

Fan en journalist: tranen in m'n ogen

31 juli 2021 16:21

Even terug naar 1896. Het jaar van de eerste Olympische Spelen in Athene. Maurits Wagenvoort van het Algemeen Handelsblad was de enige Nederlandse journalist die daarbij aanwezig was. De enige Nederlander die aanwezig was zelfs. Want er waren geen sporters uit ons land bij, schrijft de site sportgeschiedenis.nl.

Maar dus wel een journalist. Hij schreef: 'Hoe u het onbeschrijfelijke te beschrijven? Deze honderdduizend menschen, als de overwinnaar een Griek blijkt te zijn, bewogen door een bezielende geestdrift, woelende, zich uitzettende en samenpersende, juichende, schreiende, delireerende, dat is een heerlijk schouwspel om aan te zien en door meegesleept te worden tot geestdriftig juichen ook!'

'Ik twijfelde of ik wel bij het goeie stadion was'

Ik moest aan deze passage denken toen ik gisteren naar het Nissanstadion in Yokohama liep voor de wedstrijd van de Oranje Leeuwinnen tegen de VS.

Ik zag helemaal niemand rond het stadion en twijfelde of ik wel bij het goede stadion was. Geen publiek. Hoe anders was het toen ik als toeschouwer met mijn dochter naar de finale van het EK ging in Enschede en later naar de WK-finale in Lyon. In een oranje stoet naar het volgepakte stadion.

Het grote Nissanstadion was eng leeg. Ik zat op de tweede ring en de stemmen van de speelsters galmden richting onze tribune. 'Naar links Lieke, kijk uit, dekken….'. Ik heb de neiging om te gaan juichen als Miedema (weer) scoort, net als in Enschede, toen m'n dochter en ik elkaar in de armen sprongen.

Maar ja, op de perstribune zitten zo’n 25 andere journalisten, die alleen maar iets opschrijven en serieus voor zich uit staren.

"Niek hielp de moeilijk lopende Jelle een heuveltje op."

Dus ik blijf zitten en stuur m'n dochter een appje: 'Yes, 1-0 voor Nederland.' Het is moeilijk om je in te houden als je behalve journalist toch ook een beetje fan bent. Ik denk aan eerder deze week toen ik naar boogschieten stond te kijken. Nou, de Mexicaanse journalisten hebben een stuk minder moeite met die dubbelrol. 'Venga venga venga… si si si….SIIIIIII', gevolgd door opgetogen omhelzingen met de sporter als er een bronzen medaille is.

Wij van de Nederlandse pers zijn ingetogener, we juichen misschien wel van binnen, maar laten vooral niet zien dat we ook emoties hebben. Maar toen was daar Niek Kimmann….die vriendelijke jongen die ik vorig jaar met een collega interviewde. Samen met zijn maat Jelle van Gorkum. Je kent het verhaal waarschijnlijk: Jelle knalde in 2018 op volle snelheid in een hek met alle ellende van dien, Niek was daarbij.

'Ik stuur m'n dochter een appje: yes 1-0 door Miedema'

We waren voor het interview even terug op de plek des onheils, de BMX-baan in Papendal. Niek hielp de moeilijk lopende Jelle een heuveltje op. De vriendschap tussen deze mannen ontroerde me. De kwetsbaarheid van Niek, die vertelde dat hij zich lang schuldig heeft gevoeld over het ongeluk. En Jelle, die door het ongeluk nooit meer de man zou worden die hij was.

In Japan won Niek goud en ik was erbij. Ik stelde hem na zijn race de vragen die ik moest stellen en had met Jelle een dealtje gemaakt dat ik Niek de telefoon zou geven waarop dan Jelle te zien zou zijn. Als verrassing. Het leverde een mooi filmpje op:

Na deze verrassing vroeg ik Niek wat Jelle voor hem betekent. Hij schoot vol. "Het ongeluk met Jelle heeft me doen inzien dat je de kansen die je krijgt moet pakken. Het kan zomaar ineens afgelopen zijn." Ik kreeg kippenvel, bij Niek kwamen de tranen. Ik kon even niks meer zeggen, ook mij ogen waren niet droog meer. Is dat erg? Ach, journalisten zijn ook maar mensen. 

Die Maurits Wagenvoort had het in 1896 maar makkelijk, een Olympische Spelen zonder Nederlanders. Geen tranen, geen gejuich, gewoon verslag doen van juichende Grieken.