Jeroen Akkermans

Vakantiegevoel

26 juli 2021 06:06

Ik was een braaf jongetje van een jaar of tien toen mijn vader besloot dat het tijd was om in Roemenië vakantie te vieren. Het land ging gebukt onder het bewind van een geflipte dictator die het land uitputte ter ere van zijn socialistische heilstaat. Voor de bevolking was er oud brood op het bord en voor de toerist zwart water in het zwembad. Ik heb later mijn vader eens gevraagd waarom hij uitgerekend in Roemenië vakantie wilde vieren. Hij reageerde alsof ik hem betrapte. "Ik wist dat me dit ooit nog eens voor de voeten geworpen zou worden." 

Kun je het maken om op vakantie te gaan in landen waar het slecht gesteld is met de mensenrechten, de persvrijheid, waar de armoede overheerst? Als je bij corrupte machthebbers in de paleistuin wilt kamperen zou ik het afraden. Maar ik kan geen bezwaren bedenken om nader kennis te maken met de gewone Hongaar of Roemeen. Je kunt hen niet verwijten dat de regering er met de pet naar gooit.

Hongarije en Roemenië zijn geen landen waarvan de Nederlander denkt dat hij er als God kan leven. Ik geloof niet in een hemel op aarde, maar ik durf iedereen aan te raden om het gordijn naar Oost-Europa te openen. Ik ben net terug van roadtrip met mijn gezin door het vakantiegebied van mijn vader.

'Oost-Europa werkt bevrijdend voor iemand die gewend is op zijn horloge te kijken.'

Niet dat ik verstand heb van vakanties of campers. Ik vind het bezopen om via het aanrecht in een gekunsteld bed te klimmen en te slapen terwijl je tenen tegen het dak aan schuren. Maar het rijdende huurhuisje biedt een ongekende vrijheid in een onvrije tijd. Je kunt er met het hele gevaccineerde gezin zelfstandig op uit trekken en duizenden kilometers op aangename snelheid mee afleggen.

Ik ben met Oost-Europa redelijk bekend. Als correspondent maak ik vluchtige bezoekjes, waarbij ik telkens in ondiep, troebel water duik. Ik heb zelden iets leuks te vertellen. Binnen twee minuten moet mijn verhaal op het droge liggen. Elk moment en ieder gesprek is gericht op onze veeleisende camera en een strakke deadline, voor mij zegen en vloek tegelijk. Oost-Europa werkt bevrijdend voor iemand die gewend is op zijn horloge te kijken.

De vreemdelingen, die geen woord Hongaars of Roemeens spreken, worden overal vriendelijk onthaald. Het is een lieve ervaring om veel te laat op een afgelegen camping te arriveren en het hongerige gezin als vanzelfsprekend een rijke maaltijd krijgt voorgeschoteld. Uitgebreid tafelen onder een afdak naast de chaos van een vrolijke keuken terwijl het onweer de bergen een ongenadig pak slaag geeft, is een magische belevenis. Roemenië is een land om voor te gaan zitten.

Op de camping is Adrian tijdelijk onze buurman. Eén blik en het contact is gelegd. De Roemeen heeft 23 jaar in Rome als chauffeur in een sjiek hotel gewerkt, terwijl vrouw en kinderen thuis achterbleven. Zo vergaat het veel Roemeense gezinnen. Toen de gastarbeider weer naar huis terugkeerde, waren zijn pubers alweer vertrokken. Hij heeft nog een mooie caravan, een trouwe vrouw en een slechte gezondheid over en wie ben ik om dat karig te vinden? We drinken telkens op het goede leven.

"Roemenië is een immens land met een machtige, ontzagwekkende natuur en een roemrucht verleden. Nog altijd waart het Sovjet-spook door het landsbestuur."

Adrian nodigt mij uit om bij zonsopgang te vissen, maar we verslapen ons. De volgende ochtend keurt de lieve eigenaresse van de camping het plan af. De politie zou in de buurt visvergunningen controleren. "Begrijp je nu waarom ik zo‘n hekel heb aan de EU? Ik mag verdomme niet eens vissen!" Bij het afscheid geeft Adrian rode wijn uit eigen schuur en zijn beste fles cognac uit Moldavië mee. Ik kan daar niets tegenover stellen. Woorden van dankbaarheid doen armoedig aan in de rijkdom van onbegrensde gastvrijheid. 

Roemenië is een immens land met een machtige, ontzagwekkende natuur en een roemrucht verleden. Nog altijd waart het Sovjet-spook door het landsbestuur. Dit geldt in meerdere mate voor een andere, voormalige satellietstaat van Moskou: Hongarije, onze volgende bestemming.

In de hoofdstad is er geen ontkomen aan de politiek van premier Orbán. Zijn regering is een campagne gestart voor een referendum met sturende vragen om de duimschroeven tegen de rechtsstaat en de homobeweging aan te draaien. De binnenstad van Boedapest is vers behangen met een keur aan boze emoji's en insinuerende teksten. "Bent u bang dat uw kind wordt blootgesteld aan seksuele propaganda?" Voor staatsvijand nummer 1 Soros en de EU zijn er zelfs briesende emoji's uitgedacht. "Maakt Brussel u kwaad? Vul het referendum in." Zo wordt alvast stemming gemaakt waarmee Orbán de parlementsverkiezingen van volgend jaar denkt te winnen.

"Ik lees en hoor over de repressie maar hier kan ik het zelf ervaren."

In Boedapest bundelt de oppositie tegen Orbán voor het eerst de krachten en gaan tienduizenden bewoners de straat op tijdens de jaarlijkse LGBTQI-parade, tegen de verdrukking in. Een dag lang wordt de regenboogvlag op straat getolereerd. De politie houdt woedende tegenstanders streng op afstand. Het maakt indruk.

Ik vraag aan mijn zoon of wij vrolijk vakantie kunnen vieren in het land waar de onafhankelijke pers al bijna de nek is omgedraaid. Dan ben ik hem vast voor. Even blijft het stil. "Ik lees en hoor over de repressie maar hier kan ik het zelf ervaren." Zijn Hongaarse schoolvriend in Berlijn is in het Hongarije van Orbán opgegroeid en heeft onlangs een Duits paspoort aangevraagd. Hij is het bewind spuugzat en vertelt ons op het cool terras dat hij niet meer gelooft in een toekomst in zijn geboorteland. Hij voelt zich na vijf jaar Duitsland evenmin een Duitser. "Ik ben misschien een Europeaan geworden."

Wat een vakantie. Mijn vader had het goed gezien.