Olaf Koens

Het slachthuis en de flitsgrens

21 juni 2021 06:00

Twee weken geleden reed ik van Frankrijk via België en Nederland naar Duitsland. Gewoon, in een auto. De boordcomputer gaf aan dat we een grens overgingen, maar snelheid hoefde ik niet te minderen. Controle op quarantaine was er ook niet, de Nederlandse douane jaagt alleen op drugsrunners.

"Laat dit even op je inwerken", zei ik tegen mijzelf. Bij het eerste tankstation in Duitsland, een teleurstellende Raststätte zonder braadworsten, ben ik even uitgestapt. Ik keek op de kaart, het was de derde grens in een halve dag. De huurauto, een veel te dure Audi, had nog niet eens duizend kilometer op de teller staan. Misschien zou ik nog eens een rondje moeten doen, gewoon omdat het kan? Ik reed door, ik had nog een vlucht te halen en weinig zin om bij een volgende controle toch nog ergens in quarantaine te moeten.

"Ik keek op de kaart, het was de derde grens in een halve dag. De huurauto had nog niet eens duizend kilometer op de teller staan."

Vanuit Frankfurt vloog ik de volgende dag naar Tel Aviv. Om daar de grens over te gaan heb ik een speciale vergunning aan moeten vragen, moest ik twee PCR-testen doen en in een ziekenhuis een bloedprik laten afnemen. Tot de resultaten binnen waren en de Israëlische autoriteiten overtuigd waren van het aantal antistoffen van mijn vaccinatie, moest ik in een gehuurd appartement binnen blijven. Na vier dagen kwam het testresultaat: tien keer de minimumwaarde, ik hoefde niet langer binnen te blijven. Met een taxi ben ik naar de grens met Gaza gereden.

Israëlische staatsburgers kunnen en mogen niet naar Gaza, de Palestijnen in de Gazastrook mogen niet naar Israël. Pas als je een bijzonder goede reden hebt kunnen er uitzonderingen worden gemaakt. Diplomaten, hulpverleners en journalisten mogen naar Gaza, maar Palestijnen die beurzen winnen voor buitenlandse universiteiten of ernstig ziek zijn hebben meestal pech.

"Gaza is een gevangenis, de inwoners veroordeeld tot een bestaan tussen hoge hekken en wachttorens."

Ook de kleine grensovergang met Egypte is dicht. Een keer per maand laten de Egyptenaren een handjevol Palestijnen toe. Je moet je al jaren geleden hebben ingetekend op een lijst en een fortuin hebben betaald. Gaza is een gevangenis, de inwoners veroordeeld tot een bestaan tussen hoge hekken en wachttorens.

Van alle grenzen die ik ken, van alle grenzen die ik voor mijn werk ben overgestoken is er geen zo verschrikkelijk als die tussen Israël en de Gazastrook. Vanaf het moment dat je in de buurt komt sta je onder schot. Het is een bunker, een onneembare vesting met de inrichting van een slachthuis.

Iedere stap die je naar voren zet is er een die je niet meer naar achteren kunt doen. Je moet door schotten en hokken heen en bij een betonnen deur op een bel drukken. Na een tijd, soms wel een half uur, opent de deur zich en wanneer je er doorheen loopt ben je in Gaza. Voor je het weet klapt het betonnen gevaarte weer dicht.

"Iedere stap die je naar voren zet is er een die je niet meer naar achteren kunt doen. "

Dan is het nog een kwartier lopen door een afgesloten doorgang. De laatste controle is van Hamas. "Heb je alcohol meegenomen?", vraagt een man met een flinke baard die maar met moeite achter een mondkapje is gevlochten. "Alcohol of drugs? Nee?" Op dat moment trilt mijn telefoon. Ik kijk naar de inkomende berichten en heb moeite een glimlach te onderdrukken. Van de autoverhuurder in Frankfurt krijg ik een bericht dat ik te hard gereden heb aan de Duits-Franse grens. De boete is automatisch afgeschreven. "Waarom lach je?", vraagt de man. "Niks", zeg ik. Het is niet uit te leggen.

Olaf Koens (1985) is correspondent voor RTL Nieuws in het Midden-Oosten, met als standplaats Istanbul. Na zijn studie filosofie ging hij in 2007 als correspondent aan de slag in Moskou. In 2015 werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar. Hij schreef de boeken 'Koorddansen in de Kaukasus', 'Oorlog en kermis' en 'Paarden vliegen businessclass'.