Olaf Koens

Het is Balk, Lemmer, en dan de rest van de wereld

10 mei 2021 05:55

In een flits zie ik hem staan. Een nette jongen langs de kant van de weg. Hij heeft een wit en gestreken overhemd aan, draagt een korte broek en een mondkapje. Hij steekt zijn hand uit. Hij staat in de schaduw van de overkapping van een bushalte. Maar bussen rijden niet tijdens de lockdown, realiseer ik me.

Het is een lifter. Ik sla rechtsaf en stop. De jongen stapt in en ineens realiseer ik me dat de rollen – eindelijk – zijn omgedraaid.

Toen ik slaagde voor het eindexamen van de middelbare school vroeg ik voorzichtig of ik niet, net als mijn klasgenoten, op vakantie mocht. Iedereen ging naar Ibiza, een mythisch Vlieland voor de kust van Spanje. "Ibiza!", bulderde mijn vader. Niet tegen mij, maar tegen mijn moeder. "Hoor je wat hij zegt? Hij gaat maar liften."

Een paar dagen later reed mijn vader mij naar de afslag buiten ons dorp, de bushalte aan de N359 richting Balk. Ik kreeg een rugtas, een gasbrander, een pannetje, een opklapbare lepel, een paar stukken karton en een viltstift van hem mee. "Het is Balk, Lemmer en dan de rest van de wereld", zei mijn vader.

"Onder de rivieren, of voorbij de eerste Duitse Raststätte, begint het avontuur."

De eerste honderd kilometer, van de liftplek in Groningen of langs de kant van de weg bij Balk, zijn het zwaarst. De gereformeerde dagjesrijders in doorzonauto’s rijden zonder blikken of blozen aan je voorbij.

Maar onder de rivieren of voorbij de eerste Duitse Raststätte begint het avontuur. Ik ben op een dozijn tochten dwars door Europa meegenomen door vrachtwagenchauffeurs, door oude weduwes in snelle auto’s, door politici, verkeersagenten, door miljonairs, door vakkenvullers, wijnboeren, voetballers en smokkelaars.

In Duitsland ben ik een keer aangereden, in Frankrijk moest ik een gigantische vrachtwagen zelf besturen nadat de chauffeur, die pilsjes bleef drinken uit een koelkast onder zijn stoel, in slaap sukkelde.

"Mensen die stiekem geld in je rugtas stoppen. De Turk die mij zijn auto geeft. ‘Breng maar terug als je klaar bent met je reis.’"

In Italië kon ik de verkeerspolitie er maar met moeite van overtuigen dat de heroïne in de kofferbak van de smokkelaar echt niet van mij was. Toch valt het risico in het niet bij de ervaringen die niemand een jongen van amper achttien meer af kan pakken.

Onderweg flitst het door mijn gedachten. De Fransman die uit zijn auto belt naar zijn vrouw en zegt: 'Maak maar een flinke portie en trek een mooie fles open, we hebben een gast!’

De Turk die mij zijn auto geeft. "Breng maar terug als je klaar bent met je reis." Mensen die stiekem geld in je rugtas stoppen. Studentes in universiteiten waar ik nog nooit van gehoord, maar waar ik bij mocht blijven slapen. De gezinnen waar de kippen en de kinderen in één auto zitten. Geluk, liefde, vriendschap, gastvrijheid en echte, ongeremde vrijheid.

De lifter die ik meeneem zegt de hele weg niets, behalve 'grote vogel' wanneer we een torenvalk zien. Ik zet hem voor de deur van zijn ouderlijk huis af. De moeder gebaart: blijf toch eten! Ik sla het af, ik moet doorrijden. Ik heb sinds kort een auto en daarmee zijn de rollen voorgoed omgedraaid. Nooit meer hoef ik te liften, iedere lifter zal ik meenemen. 

Olaf Koens (1985) is correspondent voor RTL Nieuws in het Midden-Oosten, met als standplaats Istanbul. Na zijn studie filosofie ging hij in 2007 als correspondent aan de slag in Moskou. In 2015 werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar. Hij schreef de boeken 'Koorddansen in de Kaukasus', 'Oorlog en kermis' en 'Paarden vliegen businessclass'.