Jos Heymans

Het CDA-dilemma: meedoen of niet?

20 maart 2021 06:12

Met het slachtofferen van partijvoorzitter Rutger Ploum (want iemand moet toch de verantwoordelijkheid nemen of opgedrongen krijgen) heeft het CDA de eerste stap gezet op weg naar... ja, waarheen eigenlijk? Herstel? Zover zijn de christendemocraten nog lang niet. Aan een analyse van de pijnlijke verkiezingsnederlaag is het CDA nog niet toe.

De campagne moet nog worden geëvalueerd. Maar dat die hopeloos mislukt is, moge duidelijk zijn. Lag het aan de lijsttrekker? Wopke Hoekstra was weliswaar de ideale kandidaat, dacht de CDA-top, maar wel eentje die niet uit de verf kwam. Je zag het aan zijn verkrampte manier van optreden; hij geloofde zijn eigen woorden niet. Niet toen hij zei dat het CDA met het aantal zetels aan de goede kant van de dertig zou eindigen. Niet toen hij de actie van tweede man Pieter Omtzigt vergoelijkte, die zelf met Mark Rutte in debat wilde gaan. Een domme, ondoordachte actie van de Twentse CDA'er, die daarmee zijn partijleider te kakken zette.

"De normen en waarden die symbool staan voor het CDA, kwamen in de teksten van Hoekstra niet voor."

Lag het aan de campagne? Die ging over economisch herstel na corona, over bezuinigingen en de arbeidsmarkt, over wonen en zorg: thema's die je bij elke partij tegenkwam en waarmee het CDA zich dus niet kon onderscheiden. Maar de normen en waarden waarmee Jan Peter Balkenende in zijn tijd scoorde en die symbool staan voor het CDA, kwamen in de teksten van Hoekstra niet voor. Een blunder van jewelste, vond D66-coryfee Jan Terlouw, een man die zich doorgaans heel wat vriendelijker uitlaat over andere partijen, zeker over het CDA.

Over die campagne heerst grote onvrede onder de leden. En dat mag campagneleider Raymond Knops, bekend van de conflicten met Khadija Arib over de verhuizing van de Tweede Kamer, zich best aantrekken. Maar tot dusver komt hij niet verder dan de vaststelling dat hij betere dagen heeft gehad. Bij het CDA kijkt iedereen naar de ander en daar blijft het bij. Oud-Kamerlid Jan Schinkelshoek vreest dat zijn partij opnieuw in een existentiële crisis dreigt te raken.

"In 2010 verloor het CDA de helft van de kiezers, nu een kwart."

Opnieuw, omdat dat ook in 2010 gebeurde toen de partij met Balkenende zo ongeveer halveerde, van 41 naar 21 zetels. Toen de partijtop na lang wikken en wegen een gedoogakkoord wilde sluiten met de PVV om het eerste kabinet-Rutte mogelijk te maken, brak de hel los. Vooraanstaande CDA'ers zoals Schinkelshoek en oud-minister Ab Klink haakten af. Op het door meer dan 5000 leden bezochte congres – een ongekende opkomst – drukten partijleider Maxime Verhagen en partijvoorzitter Henk Bleker hun zin door. De verdeeldheid bleef het CDA nog jaren parten spelen.

De partij staat nu voor een gelijksoortig dilemma: wel of niet meedoen aan de formatie van wat naar verwachting het vierde kabinet-Rutte wordt. In 2010 verloor het CDA de helft van de kiezers, nu een kwart. Voor Verhagen was dat destijds genoeg reden om aanvankelijk niet mee te doen aan de formatie; uiteindelijk ging hij toch overstag.

"De voorkeur van Rutte is al elf jaar lang dezelfde: regeren met in ieder geval het CDA."

Het zou heel logisch zijn als het CDA na dit nog onverwerkte verlies de beker aan zich voorbij laat gaan. Verliezers past terughoudendheid, Verhagen zei het elf jaar geleden ook al. Laten VVD en D66 maar hun best doen om een regering samen te stellen. Het probleem is dat dat eigenlijk niet kan zonder het CDA, tenzij Rutte in zee gaat met 'een wolk van linkse partijen', wat hij zegt niet te willen. Zijn voorkeur is al elf jaar lang dezelfde: regeren met in ieder geval het CDA.

Maar Hoekstra en de zijnen zijn nog bezig de wonden te likken en moeten eerst maar eens nagaan aan wie of wat de verkiezingsnederlaag heeft gelegen. Het CDA heeft nog geen begin van een idee welke kant het op moet en dat is misschien nog wel het meest verontrustend voor de achterban. De partij moet bij zichzelf te rade gaan en praten met de leden, voordat het CDA zich opnieuw in een avontuur stort.

Het vooruitzicht op een herhaling van 2010 is immers geen aantrekkelijk scenario.