Olaf Koens

Aapjes kijken

01 februari 2021 06:01

Het duurt niet lang meer of de dierentuin is verleden tijd. De wereld van gisteren, met stoomboten, zeppelins, circussen en nachttreinen, is aan ons voorbijgeraasd. Je ziet geen dansende beren meer op straat, er worden geen paarden en ossen meer verkocht op de pleinen van de stad.

"Volgens mijn moeder vond ik de wippen, schommels en trapfietsjes leuker dan de apen of giraffen."

Artis in Amsterdam moet noodgedwongen de leeuwen verkopen. Het is het begin van het einde. Wie daaraan twijfelt moet eens in Caïro de dierentuin bezoeken. Het voelt niet alleen als een overblijfsel uit de late negentiende eeuw, het ontwerp, de hangbrug, de leeuwenkooien en zelfs de sfeer stamt nog uit het Victoriaans tijdperk.

Maar in de eenentwintigste eeuw is het er druk. Het stinkt, het is vervallen. Wie goed kijkt ziet een monument voor een verloren tijd. De tijd waarin de mens de uitgestrekte savannes en woestijnen van Afrika ontgon, een tijd van koninkrijken en koloniën. De wilde dieren langs de kanalen, spoorlijnen en wegen van de moderne tijd werden geschoten of gevangen, met potlood geclassificeerd en in hokken geplaatst. Ter lering en vermaak.

Op een warme zomermorgen in 1987 namen mijn ouders mij mee naar Diergaarde Blijdorp in Rotterdam. De foto is bij ons thuis ingelijst. Ik sta bij een speeltuin naast een betonnen olifant, volgens mijn moeder vond ik de wippen, schommels en trapfietsjes leuker dan de apen of giraffen.

"Het voelt als iets dat je als ouder moet doen. Je neemt je kinderen aan de hand langs het dierenrijk."

Mijn eigen kinderen heb ik meegenomen naar de dierentuin. In Tel-Aviv, waar we in de auto langs de zebra’s, leeuwen en nijlpaarden reden, in Amsterdam, waar mijn dochter lang oefende om net als een flamingo op één been te kunnen staan. Het voelt goed. Het is niet alleen de verbazing in de ogen van de kinderen, het voelt als iets dat je als ouder moet doen. Je neemt je kinderen aan de hand langs het dierenrijk. En je legt steeds weer uit: deze dieren kun je opeten, deze dieren eten jou op. Het is misschien wel de essentie van ouder zijn.

Zullen mijn kinderen hun eigen kinderen ooit nog meenemen naar een dierentuin? Stoffel ik als oude man met kleinkinderen langs kooien met gnoes of gorilla’s, zal ik wijzen naar de pelikanen en vertellen dat opa in de Gazastrook nog wel eens zo'n woest klapwiekende vogel in een kist heeft moeten stoppen? Dat hij in Caïro op de foto ging met een aapje? Ik denk het niet.

De manier waarop wij mensen met dieren omgaan is aan het veranderen. Dat gaat langzaam, in kleine stapjes. Maar misschien wel sneller dan we denken. Het ophokken en pronken van wilde dieren op een klein stuk land in een stad is nu al een achterhaald idee. Het duurt niet lang meer en we kijken ernaar met een gevoel van schaamte. Zo ging dat. Vroeger. In een dierentuin kijk je naar het verleden. Het is geen attractiepark, geen speeltuin, maar een museum. Gelukkig hebben we de foto's nog.

Olaf Koens (1985) is correspondent voor RTL Nieuws in het Midden-Oosten, met als standplaats Istanbul. Na zijn studie filosofie ging hij in 2007 als correspondent aan de slag in Moskou. In 2015 werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar. Hij schreef de boeken 'Koorddansen in de Kaukasus', 'Oorlog en kermis' en 'Paarden vliegen businessclass'.