Jos Heymans

Asscher, het dominosteentje

16 januari 2021 06:22

En daar vielen ze één voor één, de dominosteentjes van het kabinet. Ze hadden geen keus, nadat PvdA-leider Lodewijk Asscher een dag eerder was afgetreden als politiek voorman van de sociaaldemocratie. Dominosteentjes vallen pas om als ze een zetje krijgen. Het begint bij het eerste steentje, Asscher, en de andere volgen automatisch: Rutte, Wiebes, Koolmees en de rest.

Ook het eerste dominosteentje moet een duwtje krijgen. Die kreeg Asscher van zijn eigen partij, ook al zal hij de rest van zijn leven blijven beweren dat hij geheel zelfstandig heeft besloten om op te stappen. Hij zou als een van de verantwoordelijken voor de toeslagenaffaire niet meer geloofwaardig zijn. Twee weken eerder, in zijn nieuwjaarsboodschap, dacht hij daar heel anders over. Hij had geleerd van de fouten waarvoor hij mede verantwoordelijk was. En met die kennis kon hij juist door als leider van de PvdA, meende hij. Maar van de ene op de andere dag maakte Asscher een draai van 180 graden.

'Zo gaat dat altijd bij de PvdA, waar partijcongressen bekend staan om hun drang tot zelfvernietiging.'

Vooropgesteld, het vertrek van Asscher is een volstrekt logisch uitvloeisel van het ongekend hardvochtig optreden van de overheid in de toeslagenaffaire. Maar de manier waarop hij door een klein deel zijn eigen achterban werd gedwongen op te stappen, verdient geen schoonheidsprijs. Zo gaat dat altijd bij de PvdA, waar partijcongressen bekend staan om hun drang tot zelfvernietiging. De eigen leiders worden bejegend alsof zij van een andere, onwelgevallige partij zijn. Eén individueel lid is voldoende om de partijleider het leven zuur maken, omdat voor een stemming slechts een handjevol medestanders nodig is.

De motie van wantrouwen tegen Asscher was ingediend door ene Francisca Drijver, raadslid in Krimpen aan den IJssel, met de steun van honderd andere partijleden. Ze kan niet tegen onrecht, schrijft ze op de website van de PvdA in haar woonplaats, en dat heeft haar kennelijk gemotiveerd om Asscher de wacht aan te zeggen. Verder weten we weinig van haar; ze vervult geen vooraanstaande rol in de partij. Zelfs Wikipedia kent haar niet. Daar is sinds woensdagavond verandering in gekomen. Bij de PvdA weten ze nu in ieder geval wél wie mevrouw Drijver is.

De soepele partijregels gaven Drijver de gelegenheid om het congres te laten stemmen over de toekomst van de partijleider. Honderd steunbetuigingen heb je zo, ook in Krimpen aan den IJssel. Woensdagavond sloot de digitale stemming: zo’n tweeduizend mensen wilden af van Asscher. Dat is niet veel voor een partij met 41.000 leden. Asscher kon bovendien in een andere motie die opriep tot steun aan de partijleider rekenen op prominente leden, als oud-ministers, burgemeesters, de voltallige Tweede-Kamerfractie, de Senaatsfractie en de Brusselse parlementariërs.

'Het was niet de toeslagenellende die Asscher deed besluiten om het stokje terug te geven. Dat waren zijn partijgenoten.'

Maar voor Asscher was de mini-opstand genoeg om de stekker eruit te trekken. Hij voelde zich in de steek gelaten, een deel van zijn partij had zijn geloofwaardigheid in twijfel getrokken. En dat gecombineerd met een niet erg riante positie in de peilingen - in drie jaar tijd is de PvdA de verkiezingsnederlaag nog altijd niet te boven gekomen - maakte Asschers positie onhoudbaar. Ondanks goedbedoelde en ongetwijfeld gemeende excuses voor de affaire, de schaamte, het was niet de toeslagenellende die Asscher deed besluiten om het stokje terug te geven. Dat waren zijn partijgenoten.

Khadija Arib noemde het vertrek van Asscher in een opwelling onnodig en onterecht. Laten we het erop houden dat emoties hier de boventoon voerden, want als ervaren Kamervoorzitter – gepokt en gemazeld in het staatsrecht – kent zij de mores van de politieke verantwoordelijkheid als geen ander. Het aftreden van Asscher was, net als dat van het kabinet, juist heel erg nodig en heel erg terecht.

De manier waarop is een ander verhaal.