Olaf Koens

De oorlog die komt

28 september 2020 07:32

Er is niets beangstigender dan een volk dat snakt naar oorlog. Gelukkig zie je meestal het tegenovergestelde. Wanneer je door de geschiedenis van de afgelopen zeventig jaar bladert doet het soms denken aan een aaneenschakeling van manifestaties, betogingen en protestliederen tegen een oorlog. Weg met die troepen, weg uit dat land. Terug met onze jongens. Er is echter één uitzondering. Een olierijke voormalige Sovjetstaat in de Kaukasus: Azerbeidzjan.

Afgelopen juli nog gingen er tienduizenden mensen in de hoofdstad Bakoe de straat op voor de oorlog. ‘Mobiliseren!’, klonk het. ‘Karabach is Azerbeidzjaans!’. De oproerpolitie moest waterkanonnen inzetten om de menigte in toom te houden. Een surrealistisch en verontrustend beeld. In juli waren er schermutselingen tussen Armenië en Azerbeidzjan aan de grens, en ook nu laait het geweld op over de enclave Nagorno-Karabach. Iedere keer zit ik op het puntje van mijn stoel. Gaat die oorlog er nu dan echt komen? Het gaat een bloedbad worden, en aan mij de taak er verslag van te doen.

"De voertaal was Russisch. Ik liep rood aan, maar zag de twee Europarlementariërs instemmend knikken."

Tien jaar geleden, in een klein zaaltje in een duur hotel in Bakoe, ben ik ervan overtuigd geraakt dat het slechts een kwestie van tijd zal zijn. Azerbeidzjan is een ontzagwekkend mooi land met een fenomenale geschiedenis. En het is een kleptocratie met een enorm repressief politieapparaat. Iedere vorm van oppositie wordt vakkundig het land uitgewerkt. Schrijvers worden verbannen, onderzoeksjournalisten verdwijnen de cel in en wie het in zijn hoofd haalt om tijdens het Eurovisie Songfestival een stem uit te brengen voor aartsvijand Armenië kan een bezoekje van de veiligheidsdienst verwachten.

In dat kleine zaaltje was ik te gast bij een conferentie georganiseerd door twee Duitse Europarlementariërs. Er was een oppositieleider uitgenodigd, een man die vaker opgesloten had gezeten dan vrij was geweest. Hij was zijn leven niet zeker, en toch zat hij hier. Er werd gesproken over democratisering, over vrij verkiezingen. De oppositieleider hield een vlammend pleidooi. Er moest eindelijk een einde komen aan de Alijev-dynastie die het land met ijzeren vuist regeert, er moest werk gemaakt worden van de bestrijding van corruptie. Alleen dan zou het land kunnen hervormen, en alleen dan zou er genoeg geld naar het leger kunnen gaan om eens en voor altijd af te rekenen met die verschrikkelijke Armenen.

"Die oorlog, bedenk ik me, die komt er niet - die is er al."

De voertaal was Russisch. Ik liep rood aan, maar zag de twee Europarlementariërs instemmend knikken. Er waren brede glimlachen te zien. Ik schakelde de vertaling op een koptelefoon aan, die bleek een halve minuut achter te lopen. Op dat moment trokken beide Europese politici lijkwit weg. ‘Ik wil de twee gasten uit Duitsland daarom hartelijk bedanken voor hun steun’, zei de oppositieleider nog. "We zijn het er allemaal over eens dat het de hoogste tijd voor een oorlog is." 

De afgelopen tien jaar is dat steeds op het nippertje voorkomen. Armenië bezet Nagorno-Karabach, Azerbeidzjan wil het terug hebben. Afgelopen weekend kondigden beide landen een mobilisatie aan, er werden doelen geraakt en er vallen opnieuw slachtoffers aan beide kanten. Die oorlog, bedenk ik me, die komt er niet - die is er al.

Olaf Koens (1985) is correspondent voor RTL Nieuws in het Midden-Oosten, met als standplaats Istanbul. Na zijn studie filosofie ging hij in 2007 als correspondent aan de slag in Moskou. In 2015 werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar. Hij schreef de boeken 'Koorddansen in de Kaukasus', 'Oorlog en kermis' en 'Paarden vliegen businessclass'.