Jeroen Akkermans

Column van een vies mannetje

21 september 2020 06:01

De jongen in de Haagse snackbar heeft een fotogeniek gezicht. Mijn dochter neemt hem spontaan op de foto voor een studieproject. Ze is opgegroeid in Berlijn en studeert nu in Den Haag. Hij is gevleid.

In Berlijn is elke opname bij voorbaat beladen. Het is zo langzamerhand ingeburgerd om degene achter de lens verdacht te vinden. Het wantrouwen is in het wetboek vastgelegd. Je mag in de Europese Unie in principe niet zonder toestemming vooraf iemand filmen of fotograferen. Maar in Duitsland is het recht op privacy uitgegroeid tot een eis.

"Het is de groeiende afkeer tegen televisiejournalisten en fotografen die mij stoort"

"Mag ik u iets vragen voor de Nederlandse televisie?" Daarvan schrikken voorbijgangers op bijvoorbeeld de Alexandeplatz in Berlijn. Eenmaal aangesproken lopen ze dikwijls door zonder een woord te zeggen. Soms verstoppen ze hun gezicht, ook al draait de camera nog niet. In mijn ervaring reageert meer dan de helft van de voorbijgangers afwijzend op mijn eerste vraag. Prima hoor, gelukkig is niemand verplicht mij te antwoorden. Punt is dat het niet meer bij een afwijzing blijft. Het is de groeiende afkeer tegen televisiejournalisten en fotografen die mij stoort. Er wordt gedaan alsof ik een vies mannetje ben.

Zelfs op demonstraties is het oppassen geblazen. Demonstranten mogen wèl gefilmd worden zonder toestemming vooraf. Logisch, zou je denken, want je mag ervan uitgaan dat demonstranten aandacht willen voor hun opvattingen. Maar steeds vaker wordt er protest aangetekend tegen aanwezige camera's.

"Lügenpresse is het stopwoordje om niet in gesprek te hoeven gaan"

Het wantrouwen lijkt afgekeken van de radicalen die traditioneel de absolute anonimiteit opeisen. Extreemrechts moet per definitie niets van journalisten hebben, dus ook niet tijdens demonstraties. 'Lügenpresse' is het stopwoordje om niet in gesprek te hoeven gaan. Rechts-radicalen houden elke camera voor een instrument van kwade wil. "Hau ab", oprotten!

Hetzelfde liedje bij extreemlinks, zij het met een andere motivatie. Links-radicalen zien met name televisiejournalisten als schoothondjes van de 'Bullen' (stieren), het geijkte scheldwoord voor de politie. Links-radicalen maken van elke camera een opsporingsinstrument. Alsof ik voor de stasi werk.

Maar ook zonder radicalen is het voor een televisiejournalist oppassen geblazen. Ik film twee jongeren die met een elektrische step de straat oversteken. Ze zijn op weg naar een bonte demonstratie van hippe jongeren voor meer steprechten. Maar de jongen en het meisje zijn niet gediend van mijn inbreuk op hun privacy. Waar ik het lef vandaan haal om hen te filmen.

Ondanks hun latente agressie hebben ze het recht aan hun kant. Een demonstrant mag zonder toestemming gefilmd worden op de demonstratie, maar niet op de weg ernaartoe. 100 meter verderop en ze hadden zich tandenknarsend ingehouden. 

"Steeds vaker worden pogingen gedaan het recht op privacy over de rug van de persvrijheid uit te melken"

Het terrein waarop in Duitsland een lange neus naar de televisiejournalist wordt gemaakt, breidt zich uit. Er wordt zelfs een sport van gemaakt. Op school een verhaal draaien over eindexamens in coronatijd vereist terecht toestemming vooraf van de directeur, de leraar en alle eindexamenkandidaten. Maar een dag na de uitzending meldt een vader van één van de eindexamenkandidaten zich bij de schooldirecteur. Of het interview met zijn zoon meteen van de RTL Nieuws-site gehaald kan worden. De zoon heeft toestemming gegeven, maar zijn vader niet. De leraar is vergeten dat de snelle leerling pas 17 jaar is, dus had ook de ouders om toestemming moeten worden gevraagd.

Dat de zoon door het mondkapje al bijna onherkenbaar is geworden, is hem om het even, net als de inhoud van het uitgezonden quootje: "Ik ben goed voorbereid." Onschuldig, maar voor pa is het een principezaak. Zijn recht moet zegevieren.

Waar winnaars zijn, heb je verliezers. Steeds vaker worden pogingen gedaan om over de rug van de persvrijheid het recht op privacy uit te melken. Zelfs een gezellig caféonderwerp over de hervatting van de Duitse voetbalcompetitie in coronatijd kan al uitmonden in geruzie over het eigen beeldrecht.

"De voetbalfan heeft juridisch gezien geen poot om op te staan. Probeer dat maar eens uit te leggen"

Tijdens een interview met een voetbalfan beent een onbekende man op de achtergrond ineens op ons af. Hij onderbreekt het interview en geeft ons te verstaan om ter plekke de beelden te wissen. Wacht even, de wet verplicht de journalist niet om ook alle bezoekers van tevoren om toestemming te vragen. Ze hebben de vrijheid om niet in beeld te staan. De figurant in het decor heeft juridisch gezien geen poot om op te staan. Nou, probeer dat maar eens uit te leggen aan een nuchtere, boomlange Hertha-fan in een druk voetbalcafé. 

Je begrijpt mijn ongerustheid over de afloop van mijn dochters fotoactie in Den Haag. Als geboren Berlijnse drukt ze de snackbarmedewerker alvast op het hart dat de foto vernietigd zal worden zodra het studieproject is afgerond. Hij kan ervan op aan dat de foto niet in verkeerde handen valt. Maar er zit kramp in haar poging om hem niet voor het hoofd te stoten. Hij begrijpt er niets van. "Wordt het niet mooi dan?" Ik hoop maar dat mijn dochter er spontaan van moest blozen.