Pieter Klein

Het is om witheet van te worden

23 juni 2020 06:00

En wéér ontplofte een bommetje. Het was bijna aan het einde van het debat over compensatie voor ouders in de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Oppositie, coalitie en staatssecretaris Alexandra van Huffelen (Toeslagen) hadden op de valreep tamelijk eendrachtig opgetrokken; wetgeving werd verruimd om een grote Kamermeerderheid zeker te stellen. En juist toen kwam aan het licht dat de commissie-Donner, die eerder adviseerde, een cruciale notitie was onthouden.

Je hebt het moment vast gezien. En als je het niet hebt gezien, kijk het vooral nog even terug. Want het beeld zegt hier eigenlijk alles. Renske Leijten van de SP – getergd, stupéfait, sprakeloos. Tig keer had ze erom gevraagd, naar aantallen gedupeerden, tig keer was ze het bos in gestuurd: nee hoor, wacht u maar op het rapport van Donner. (Die er ondanks beloften niet eens echt onderzoek naar deed). Pieter Omtzigt (CDA), eveneens tig keer aan het lijntje gehouden in deze affaire, was al even ontzet. "Voorzitter, dit is heel pijnlijk. (…) Ik ben witheet."

Op voorstel van zijn ambtenaren besloot Menno Snel dwanginvorderingen in (vermeende) fraudezaken dus gewoon te laten doorlopen

Het is ook om witheet van te worden. Ik zal je niet met alle details vermoeien. De discussie ging over het stempel fraudeur, dat ouders ten onrechte kregen. Op basis van wat in jargon 'opzet grove schuld' heet. Documenten daarover werden nu door Van Huffelen vrijgegeven. Inclusief een brisante notitie uit augustus vorig jaar. Daaruit bleek dat de ambtelijke top en de toenmalig staatssecretaris Menno Snel toen al exact wisten hoeveel mensen mogelijk ook onterecht in ernstige financiële problemen waren gekomen: ruim 8.000. Ze wisten het – als er geen aanleiding voor was, was die notitie niet gemaakt. Maar de Kamer wist van niets. En kon niet ingrijpen.

Het is nog erger. Op voorstel van zijn ambtenaren besloot Menno Snel dwanginvorderingen in (vermeende) fraudezaken dus gewoon te laten doorlopen. Vrees voor precedentwerking. Angst voor verlies van een slordige 50 miljoen aan belastinginkomsten. Mind you: toen was al lang duidelijk dat ruim driehonderd ouders verbonden aan een gastouderbureau uit Eindhoven ernstig gedupeerd waren in de CAF-11-zaak. En in een andere CAF-zaak had de fiscus net erkend dat daar ook 'onrechtmatig' was gehandeld. Of het laten doorgaan van dwanginvordering in al die andere zaken neerkomt op 'knevelarij' – en dus strafrecht – moet het Openbaar Ministerie (OM) maar bepalen. Maar het lijkt me op z'n zachtst gezegd laakbaar overheidsoptreden.

Maar wat hebben die hoge heren van de Raad van State nou helemaal onderzocht?

Omdat de Kamer niet over deze en andere informatie beschikte, kon niet eerder aan de noodrem worden getrokken en stonden ouders langer in de kou. De sleutel ligt dus – ook – in een fatsoenlijke informatievoorziening aan het parlement. De Raad van State stelde vorige week dat er bij de overheid geen sprake is van stelselmatig achterhouden van informatie en verdraaiingen – misschien hooguit incidenteel.  "Voor een structureel patroon bestaat geen bewijs." Omtzigt, geërgerd: "De Raad van State stelt dus dat wij goed worden geïnformeerd. Quod non." ('Wat niet waar is.')

Ik heb me hogelijk verbaasd over het 'ongevraagd advies' van de Raad van State. Er staan best nuttige observaties in over de Haagse 'afrekencultuur', de 'incidentgedreven verantwoordingscultuur' en over hoe het haperen van ons bestuur moet worden aangepakt. Maar wat hebben die hoge heren nou helemaal onderzocht? Niets. Ze hebben gekletst met ambtenaren. Met (oud-)ministers. Met Kamerleden. Wat wetenschappers. En toen schreven ze hun ongevraagde meninkjes op. Uit alle formuleringen, uit de gedateerde voetnoten, uit alles proef je: de bestuurlijk-gedreven juristen van de Kneuterdijk schuren tegen de macht aan, leunen naar de regering toe, en lopen over van begrip voor een ambtelijke cultuur waaruit ze zelf voortkomen.

Bewijs voor betonrot in het hart van onze bestuurscultuur is er in overvloed.

Waar stoelt nou die stelling van de Raad van State op dat er geen sprake is van een structureel patroon? Dat daar geen bewijs voor is? Bewijs voor betonrot in het hart van onze bestuurscultuur is er in overvloed. De Leidse hoogleraar Wim Voermans maakte er gisteren terecht in een helder blog gehakt van: "Als je de Kamer 22 keer in 7 jaar niet of onvoldoende informeert, is dat dan een patroon?" De vraag stellen is hem beantwoorden. Ik denk dat Voermans z'n best heeft gedaan, maar de lijst voorbeelden is nog veel en veel langer – ik heb ze in deze columns vaak beschreven.

Wat mij ook nogal dwars zit – of beter: ik heb de neiging er witheet van te worden – is dat de Raad van State weliswaar fraai uiteenzet hoe de ministeriële verantwoordelijkheid werkt (het afleggen van verantwoordelijkheid tegenover het parlement), maar bij de uitwerking daarvan haast ongemerkt weer op schoot bij de bestuurlijke macht klimt. Het gaat hierbij om artikel 68 van onze Grondwet – de inlichtingenplicht van regering tegenover parlement. De Raad van State draait omzichtig om de hete brij heen, als het gaat om het inlichtingenrecht van de Kamer.

De Tweede Kamer heeft die documenten nodig om haar kerntaak te vervullen: controle op de macht.

In bijvoorbeeld de toeslagenaffaire, maar ook inzake de burgerdoden in Irak, gaat het om toegang tot informatie, én om toegang tot documenten. De Tweede Kamer heeft die documenten nodig om haar kerntaak te vervullen: controle op de macht. Om incidenten én patronen te kunnen reconstrueren, als medewetgever beleid te wijzigen, of gewoon, omdat dat hoort in een democratie: verantwoording afleggen. Over dit kernpunt woedt een loopgravenoorlog tussen Kamer en kabinet die steeds verder escaleert. En terecht. Je weet wel, die motie die met algemene stemmen werd aangenomen, en waarover ik al meermalen schreef. Lees het hier terug. Of hier. Of hier: Een belediging van ons parlement – van ons allemaal.

Wat doet de Raad van State? Die erkent weliswaar dat de informatie eerlijker en ruimhartiger gegeven moet worden, maar sorteert er toch weer op voor dat documenten in beginsel juist niet vrijgegeven hoeven worden, alsof de Wet openbaarheid bestuur (Wob) een ondergrens voor de Kamer zou moeten zijn. Omdat er persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren of ministers in staan. Dat het kabinet zulke stukken met het beroep op het belang van de staat wellicht kan weigeren. Het is me een raadsel waarom de 'onafhankelijk adviseur' van regering én parlement denkt dat deze regenteske advisering bijdraagt aan de eigen doelstellingen van 'behoud en versterking van de democratische rechtsstaat' en de 'legitimiteit en kwaliteit van het openbaar bestuur'. Hoe dan? Koekenbakkers.

De auteurs waren zélf experts in holle frasen en om de waarheid heen kletsen: wegredeneren, het bos insturen.

Er is nog een reden waarom ik dit advies vanuit de grond van mijn hart wantrouw. Het is gemaakt door een aantal topambtenaren die jarenlang in het hart van de macht meedraaiden. Topambtenaren die meester zijn in het wegtoveren van informatie. Bewindslieden uit de wind houden. Zaken klein maken. Risicomijdend gedrag – fenomenen die de raad zelf beschrijft. En die ertoe leiden dat het algemeen belang bij waarheidsvinding moet wijken voor politiek-bestuurlijke overwegingen. Noem dat maar geen patroon.

De auteurs waren zélf experts in holle frasen en om de waarheid heen kletsen: wegredeneren, het bos insturen. Op de ministeries van Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken, en Justitie en Veiligheid. Documenten vernietigen, uit angst voor de Wob. Parallelle informatiecircuits. Documenten niet kunnen vinden – de Teevendeal. Het zijn mensen die zelf een bijdrage hebben geleverd aan de instandhouding van een politieke en ambtelijke cultuur waarvan we regelmatig de uitkomsten zien: de betonrot. En het maar blijven opnemen voor die zielige oud-collega's die soms in de vuurlinie komen.

Als als deze topambtenaren rechter zouden zijn in een juridische procedure, dan zou je ze onmiddellijk wraken.

Het blijkt ook uit een voetnoot over de 'vage' aangifte tegen de Belastingdienst, wegens ambtsmisdrijven in de toeslagenaffaire. De heren citeren daar met instemming weer een andere oud-topambtenaar die kritisch was over die aangifte. (Voetnoot 94). Dan vraag je je toch af: snappen die lui niet dat er zoiets als een aangifteplicht is bij vermoedens van ambtsmisdrijven?

Als deze auteurs, als deze topambtenaren rechter zouden zijn in een juridische procedure, dan zou je ze onmiddellijk wraken wegens vooringenomenheid, partijdigheid en andere ongemakken. Heeft niemand daar van tevoren over nagedacht? Gelukkig is de Raad van State geen constitutioneel hof; ze hebben er formeel allemaal niets over te zeggen. Vergeet dit niet, als het kabinet na de zomer gewichtig gaat zeggen dat het een heul belangwekkend advies is, en dat niet-openbaarheid een heel goed recept is tegen een foute cultuur. Quod non. Dat is het niet.

Hup, parlement!