Susanne Uilenbroek

Mijn kennis van racisme schiet tekort

17 juni 2020 06:00

Toen ik een jaar of elf was, las ik De hut van oom Tom. Ik moest huilen toen Tom zo erg werd afgeranseld in opdracht van de plantagehouder dat hij een paar dagen later dood ging. Het was het meest gewelddadige boek dat ik ooit had gelezen. Lange tijd wist ik niet veel meer van slavernij dan het verhaal van oom Tom.

Op de middelbare school leerden we over de West-Indische Compagnie en over de schepen waarin mensen die tot slaaf waren gemaakt naar een andere continent werden vervoerd. We zagen plaatjes van scheepsruimen waarin kleine zwarte poppetjes liggend naast elkaar waren getekend om aan te geven hoe overvol de schepen waren geweest.

We leerden dat racisme en discriminatie in strijd met de grondwet zijn en namen ons voor ons daar nooit schuldig aan te maken. Opgewekt zongen we mee met The Scene: "Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen."

"Ik groeide op in een witte wijk, deed een opleiding waar diversiteit ver te zoeken was en ging werken op redacties waar de meeste mensen er hetzelfde uitzien."

In mijn klas zat één meisje met een donkere huidskleur. Haar vader reisde regelmatig naar Amerika en nam dan Levi's spijkerbroeken en andere merkkleding mee. In mijn ogen was ze één van de populaire meisjes, maar ik weet niet hoe het voor haar was en hoe zij haar schooltijd heeft ervaren.

Ik groeide op in een witte wijk, deed een opleiding waar diversiteit ver te zoeken was en ging werken op redacties waar de meeste mensen er hetzelfde uitzien. Mijn kennis over kolonialisme en racisme gaat inmiddels verder dan De hut van oom Tom, maar schiet nog steeds tekort.

"Ik kan verhalen lezen van mensen die gediscrimineerd zijn vanwege hun uiterlijk, maar ik weet niet hoe het voelt."

"Ik denk niet dat mensen weten wat racisme is", zei een kunstenaar die ik vorige week sprak en ik denk dat hij gelijk heeft. Natuurlijk kennen we allemaal de definitie, maar daarmee doen we geen recht aan het veelkoppige en vaak onzichtbare monster dat ook in Nederland bestaat.

En als je dat monster nooit bent tegengekomen, is het makkelijk om het te ontkennen of te bagatelliseren. Ik kan verhalen lezen van mensen die gediscrimineerd zijn om hun uiterlijk, maar ik weet niet hoe het voelt. Ik weet niet hoe het is om je keer op keer te moeten bewijzen, om harder je best te moeten doen en om alle vooroordelen te weerleggen. Ik kan mij inleven en het erg vinden, maar ik weet nooit hoe het echt is.

"Elk racisme-verhaal lijkt te moeten beginnen met een uitleg waarom het pijn doet."

"Het is alsof zwarte mensen steeds maar weer hun menselijkheid, pijn en racisme-ervaringen moeten opbiechten", zei een onderzoeker van de Universiteit van Amsterdam in NRC afgelopen zaterdag. "Door onze ervaringen te verzamelen lijkt het alsof mensen het gevoel hebben alle problemen te hebben opgelost, terwijl dat slechts een deel van de oplossing is. Ook dat is racisme."

Het was een uitspraak die mij raakte, omdat hij zo waar is. Elk racisme-verhaal lijkt te moeten beginnen met een uitleg waarom het pijn doet. Iets wat we bijvoorbeeld nooit vragen aan slachtoffers van geweldsmisdrijven. Elke keer willen we bewijs zien dat het monster echt bestaat alvorens we de jacht erop willen openen.

Dus wil ik meer leren over racisme, wil ik leren om het te benoemen en leren om niet weg te kijken. Tips en suggesties zijn welkom.