Jos Heymans

D66 en het gebrek aan lef

16 mei 2020 06:00

Het begon donderdag niet best voor minister Ank Bijleveld van Defensie. Coalitiegenoot D66 deed de aftrap in het vierde debat over het fatale bombardement in Irak en ging meteen fel van start; een oppositiepartij had het niet beter kunnen doen. Voor de zoveelste keer, stelde D66-Kamerlid Salima Belhaj, had de minister de Kamer fout, te laat of in het geheel niet ingelicht. Een politieke doodzonde, waarop gewoonlijk ontslag staat. Zeker als het verweer van de minister stuntelig is en geen nieuwe argumenten bevat. Bijleveld kwam eigenlijk niet verder dan de opsomming van excuses, die ze al drie debatten lang aan de Kamer had gemaakt.

Een minister als grijsgedraaide grammofoonplaat in een pijnlijk debat over verzwegen burgerdoden in een Nederlands bombardement. Een minister die opnieuw niet de waarheid kan of wil vertellen, die voortdurend achter de feiten aanholt. Feiten die wel door journalisten boven tafel worden gehaald. Een minister die behalve zichzelf iedereen de schuld geeft – van haar voorgangster Hennis tot de Amerikaanse regering die maar geen informatie wil verschaffen. Een minister die twee keer een motie van wantrouwen aan haar broek krijgt, politiek overleeft en meent vrolijk verder te kunnen gaan, aangeschoten of niet.

'De partij zit dus niet te wachten op vervroegde verkiezingen waarbij halsoverkop een lijsttrekker moet worden aangewezen.'

Er zijn bewindslieden om minder vertrokken, zoals staatssecretaris Mark Harbers, die moord en verkrachting door asielzoekers plaatste onder het kopje 'overige delicten'. Maar op het grootste kwaad, het onjuist informeren van de Kamer, staat maar één straf: vertrekken. Het overkwam Ard van der Steur (gelogen over de Teevendeal), Wilma Mansveld (gelogen over het Fyra-drama), Ivo Opstelten (ook gelogen over de Teevendeal). Maar het overkomt niet Ank Bijleveld.

Het zijn uiteindelijk de partijen in de coalitie die Bijleveld in het zadel houden. De VVD heeft geen behoefte aan gedoe over een kwestie die begon onder partijgenoot minister Hennis, het CDA beschermt de eigen bewindspersoon te vuur en te zwaard en dreigt intern met een kabinetscrisis als Bijleveld wordt weggestuurd. D66 en ChristenUnie blaffen wel maar bijten niet. Vooral D66 werpt zich op als dé criticus van het beleid van de minister, maar zwicht voor de dreiging van een voortijdig kabinetseinde.

Want dat kan de partij helemaal niet hebben. In de peilingen ziet het er niet best uit, D66 zakt van negentien naar acht zetels. De partij ontbeert een politiek leider, heeft nog altijd niet besloten wie de nieuwe Alexander Pechtold wordt en zit dus niet te wachten op vervroegde verkiezingen waarbij halsoverkop een lijsttrekker moet worden aangewezen. Terwijl de strijd tussen Rob Jetten, Sigrid Kaag en de net herstelde Kajsa Ollongren nog moet beginnen.

'Een kritische houding jegens het kabinet, een beetje stoer doen in het debat, zou het goed doen bij de achterban. De smoel van D66 kan wel een beetje kleur gebruiken.'

Dat wist D66 allemaal ook al vóór het debat met Bijleveld. Maar een kritische houding jegens het kabinet, een beetje stoer doen in het debat, zou het goed doen bij de achterban. De smoel van D66 kan wel een beetje kleur gebruiken. Maar dan moet je als partij wel bereid zijn de consequenties te aanvaarden, ook als dat een crisis in de coalitie betekent. Zover durfde D66 niet te gaan; een gebrek aan lef.

Bijleveld had daar geen weet van. Ze putte zich uit in excuses die ze al eerder had gemaakt en mocht verder hopen dat het bewaren van de eenheid in de coalitie belangrijker zou zijn dan een politieke afrekening vanwege haar gestuntel. Haar verweer tegen alle kritiek zou de gezamenlijke oppositie, die haar in november al naar huis wilde sturen, alleen maar sterken om opnieuw een motie van wantrouwen te steunen. Alleen Forum haakte deze keer om onduidelijke redenen af.

D66 moest een ruime draai maken om het kabinet niet in moeilijkheden te brengen. Eerder in het debat had Belhaj geïrriteerd opgemerkt dat Bijleveld heel hard haar best moest doen om volstrekte openheid te geven. Maar die openheid kwam er niet. Bijleveld kwam wel D66 tegemoet met een onderzoek door de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Een loze belofte; de OVV mag geen onderzoek doen naar voorvallen in missiegebieden als gevolg van het gebruik van geweld.

Hoe loos ook, het gaf D66 een argument om af te zien van steun aan de motie van wantrouwen. Bijleveld mag blijven tot de verkiezingen. Daar zal ze blij om zijn. Maar niet om de manier waarop.