Susanne Uilenbroek

Op Stille Zaterdag werd ze niet meer wakker

22 april 2020 10:05

In het weekend van Pasen overleed mijn schoonmoeder. Ze was 83, fit en gezond. Op Goede Vrijdag ging ze slapen en op Stille Zaterdag werd ze niet meer wakker. Waaraan ze precies is overleden zullen we nooit weten.

De angst van "nu komt het wel heel dichtbij" is vaak van het gezicht van mensen af te lezen als ik vertel dat mijn schoonmoeder is overleden, evenals de opluchting vlak daarna als ik er aan toe voeg dat het niet door corona kwam. Mensen lijken het geruststellend te vinden om te horen dat ze niet door het virus is gestorven. Voor de familie maakt het niet veel uit. Het verdriet is er niet minder om.

"De begrafenisondernemer en de dominee kwamen niet aan huis om de begrafenis door te spreken en er was geen condoleance."

Toch bepaalde het coronavirus de toon en het tempo de afgelopen week. Pas negen dagen na haar dood kon ze worden begraven. Eerder was er geen plek in het uitvaartcentrum. Niet alleen omdat er meer uitvaarten zijn, maar ook omdat er maar één zaal beschikbaar is waar meer dan tien mensen in passen en tegelijkertijd de anderhalve meter afstand kan worden gewaarborgd.

De begrafenisondernemer en de dominee kwamen niet aan huis om de begrafenis door te spreken en er was geen condoleance. Mijn schoonzusje moest ervoor tekenen dat er niet meer dan 30 mensen zouden komen en dat degenen die kwamen niet verkouden of grieperig mochten zijn. Uit vrees te worden weggestuurd op de begrafenis van zijn eigen moeder slikte mijn vriend voor de zekerheid hooikoortsmedicijnen.

"Je kan niet met zes man een kist dragen en op anderhalve meter afstand van elkaar blijven."

De grenzen van de anderhalve-meter-maatschappij werden ook snel duidelijk. Je kan niet jouw alleenstaande schoonzus die haar moeder heeft verloren troosten zonder een arm om haar heen te slaan. Evenmin kun je met zes man een kist dragen en op anderhalve meter afstand van elkaar blijven. Het waren uitzonderingen op een regel die verder zoveel mogelijk werd nageleefd.

Mijn schoonmoeder hield van reuring en had een uitgebreide kennissenkring. Het was moeilijk om te kiezen welke 30 mensen uitgenodigd zouden worden voor haar begrafenis. De dominee en de begrafenisondernemer telden ook mee en we wisten niet of het de oudere kennissen en familieleden wel zou lukken om de uitvaart via een livestream te bekijken.

Uiteindelijk kwamen er zo’n 20 mensen: het risico om besmet te worden was voor veel mensen te groot. Ongeveer evenveel mensen volgden de bijeenkomst vanuit huis en het was goed om te horen dat mensen het fijn vonden om zo toch bij het afscheid te kunnen zijn.

"Geluidsboxen versterkten het Onze Vader omdat ook hier mensen uit elkaar moesten staan."

Het was raar om de aanwezige familieleden geen hand of zoen te kunnen geven. Anderhalve meter voelde als veel meer. In de aula waar normaal een paar honderd bezoekers in kunnen, stonden de stoelen nu ver uit elkaar. Gezinsleden mochten wel naast elkaar zitten, zodat je als eilandjes in een zee van ruimte zat.

Na de herdenkingsbijeenkomst liepen we naar het graf waar geluidsboxen het Onze Vader van de dominee versterkten omdat ook hier mensen uit elkaar moesten staan. Er was naderhand geen koffie of cake en dus ook geen moment om na te praten of om spontane herinneringen op te halen.

"We doen dit nog een keer over", zei mijn vriend tegen zijn neef en nicht die meehielpen de kist te dragen.

Dat miste ik van alles het meeste: het niet kunnen delen van emoties en verhalen. Niet samen een kring kunnen vormen met de nieuwsgierige tante, de zachtmoedige vriendin of de kritische zwager. "We doen dit nog een keer over", zei mijn vriend tegen zijn neef en nicht die meehielpen de kist te dragen. En natuurlijk bedoelde hij niet de begrafenis, maar het samenkomen en herdenken.

Iedereen vertrok met z’n eigen gedachten. Op de parkeerplaats van de begraafplaats dronken een oom en tante van in de zeventig koffie uit een thermoskan voordat ze weer aan de lange autorit naar huis zouden beginnen.