Susanne Uilenbroek

Ik mis school

08 april 2020 06:00

In een straatje vlak bij de supermarkt hangen achter het raam van een woonhuis drie A4'tjes met daarop in grote letters "Ik mis school". Mijn dochter en ik zijn het er hartgrondig mee eens.

En dan hebben wij nog het geluk dat mijn vriend en ik een vitaal beroep hebben en dat mijn dochter dus een paar dagen per week naar school mag. Maar de coronaschool, zoals mijn dochter het noemt, is niet te vergelijken met de gewone school.

"Mensen zijn sociale wezens en ik denk dat dat voor kinderen in een overtreffende trap geldt."

Met zo'n tien andere kinderen zitten ze bij elkaar en ieder kind werkt zelfstandig aan het opgegeven huiswerk. Natuurlijk zijn de juffen aardig en behulpzaam, maar elk dag zijn er andere juffen en kinderen. Even een knuffel halen bij de juf kan niet, want ook op school wordt de anderhalve meter afstand nageleefd.

Mijn dochter mist haar vriendinnen en daar kunnen Facetime, Microsoft Teams, WhatsApp-videobellen en Jitsi geen verandering in brengen. "Mensen zijn sociale wezens", zei gedragsbioloog Patrick van Veen bij RTL Nieuws en ik denk dat dat voor kinderen in een overtreffende trap geldt.

"Er zijn kinderen die hun juf sinds de sluiting van de school niet of nauwelijks gesproken hebben."

Het onderwijs op afstand krijgt gestaag vorm. Scholen die al voor het coronatijdperk vergevorderd waren met digitalisering hebben een enorme voorsprong op scholen die het wiel aan het uitvinden zijn. En er zijn ook grote verschillen tussen scholen die kinderen zo veel mogelijk les willen blijven geven en lerarenteams die van plan zijn achterstanden in te halen zodra de scholen weer open gaan.

Dat zorgt voor scheve gezichten en bezorgdheid bij ouders. Want er zijn kinderen die dagelijks contact hebben met hun leerkracht en medeleerlingen, maar er zijn ook kinderen die hun juf sinds de sluiting van de school niet of nauwelijks gesproken hebben.

"Niemand heeft ooit onderwijs op afstand tijdens een pandemie gehad, dus heeft niemand een idee wat nu de norm is."

Er zijn leraren die een hele brij aan huiswerk over de schutting hebben gekieperd en ouders daarmee min of meer vragen om hun werk te doen, en er zijn docenten die elke dag instructies geven en zo goed mogelijk in de gaten houden hoe het met hun leerlingen gaat.

Omdat we allemaal zelf op school hebben gezeten, weten we wat we in normale tijden van school mogen en kunnen verwachten. Maar niemand heeft ooit onderwijs op afstand tijdens een pandemie gehad, dus heeft niemand een idee wat nu de norm is.

Ook het ministerie van Onderwijs heeft geen pasklare antwoorden. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Slob dat het contact tussen school en leerlingen het belangrijkste is en dat kwaliteit boven kwantiteit gaat. De onderwijstijd die nu wordt gemist, hoeft later niet te worden ingehaald, maar scholen moeten prioriteren welke lesstof belangrijk is voor de doorstroom naar het volgende jaar.

"Leert mijn kind wel voldoende? Komt ze straks wel mee in de volgende klas?"

Natuurlijk leidt dat tot zorgen bij ouders. Ook ik maak mij zorgen: leert mijn kind wel voldoende? Komt ze straks wel mee in de volgende klas? Hoe doet ze het ten opzichte van de rest van de groep?

Ik klop op het raam waar de A4'tjes hangen. Een jongetje en meisje doen open. "Ik mis mijn vrienden en met 1 april was het helemaal niet leuk. En ik zou mijn spreekbeurt over gitaren houden en eigenlijk moesten we de tafels opzeggen voor de hele klas, maar nu voor het aquarium." Het jongetje somt een lange lijst met dingen op die niet leuk zijn nu hij niet naar school kan.

Deze week gaat de actie om de vlag uit te hangen voor het onderwijs op afstand niet door, maar wat mij betreft is er reden voor een klein feestje zodra de scholen weer opengaan.