Jaap van Deurzen

Niet naar de kapper

05 april 2020 06:16

Eerst een paar weetjes! 

  1. Een mens heeft gemiddeld 120.000 haren op het hoofd. (Alleen bij mij zijn dat er een half miljoen.)
  2. Blondines zouden meer haren hebben dan brunettes. Laat ik nou vroeger een blondje zijn geweest. Ik ben nu een zilverblondje.
  3. Een haar groeit gemiddeld 1 centimeter per maand. Alleen bij mij niet, ik schat de snelheid op 5 centimeter per week, ik heb een soort Pokon-pruik. Menselijk haar zou sneller groeien in de zomer dan in de winter, maar daar merk ik niets van. Het springt in alle jaargetijden schaamteloos uit mijn schedel.

We kunnen dan wel zo'n zestig tot honderd haren per dag verliezen, maar dat weegt bij mij niet op tegen de onstuimige groei. Ik begin zo zoetjesaan op een Neanderthaler te lijken. Ik ben een nieuwe vorm van horizonvervuiling (niets nieuws onder de zon, hoor ik u zeggen).

"Vanwege de vermaledijde coronacrisis ben ik nu zeven weken niet naar de kapper geweest."

Nog even en ik word aangezien voor een gevluchte tbs'er of een gestoorde voorman uit de protestantse gemeente. Vrouwlief Blond heeft haar bijnaam voor mij inmiddels veranderd. Ik ben niet meer 'de grijze dakduif' maar 'pater Pielekes'.

Vanwege de vermaledijde coronacrisis ben ik nu zeven weken niet naar de kapper geweest. Dat heeft twee oorzaken:

  1. Een haat-liefdeverhouding tot kappers. Veel barbiers lijden aan babbeldiarree en lullen een half uur lang de oren van je kop. Daar heb ik geen zin in. Dus ik stel uit.
  2. Een in mijn jeugd opgelopen trauma rondom kappersbezoek. Bij voorkeur kies ik zwijgzame, ietwat melancholieke types. Verdwaalde zeelui die tegen een grietje op de wal aanliepen en in arren moede zijn gaan knippen. Een bloempot hoorde bij hun eerste instrumentarium.
"Daar stond ik dan, met mijn kapsel als een ontplofte kokosnoot."

Ik ben dus niet bepaald een draaideurklant. Mijn kapper H. heeft een kop zo kaal als een biljartbal en kijkt met enige jaloezie naar mijn brisante bos. Ik heb altijd het gevoel dat er iets donkers in zijn ogen komt als ik zijn salon betreed. Als hij de schaar ter hand neemt, fantaseer ik dat hij het liefst een lange landingsbaan in mijn coupe wil knippen, maar ik zal het me wel inbeelden.

Voorlopig wordt er helemaal niets geknipt, want op een gegeven moment was ik gewoon te laat: van hogerhand kwam de oekaze dat kapperszaken dicht moesten. Daar stond ik dan, met mijn kapsel als een ontplofte kokosnoot.

Ik kom even terug op mijn jeugd. Mijn moeder had, vooral uit economische overwegingen, een voorkeur voor kort opgeschoren haar. Een afhangende lok rond het voorhoofd was, vanwege het regerende modebeeld, de enige concessie.  

"Blond biedt aan de wildgroei zelf te lijf te gaan met de laatste kappersschaar die ze heeft kunnen bemachtigen."

Mijn broer en ik werden geknipt door de boomlange kapper Klaas, die een beetje leek op Lurch uit de serie The Addams Family. Klaas had een langgerekt gelaat en heel veel mond. Daarin stonden minstens vierennegentig bruin uitgeslagen tanden. Hij was een meester in het voeren van monotone monologen, maar een kindervriend was hij niet.

Hij zette ons op een dikke stapel kranten en bond onze handen vast aan de leuningen van de kappersstoel. Wij konden als ongeleide projectielen nogal eens beweeglijk zijn en voor je het wist zat er zo'n scherpe schaarpunt in je hersenkwab. Klaas had ook een hekel aan bloed. Twee minuten lang flitste hij een tondeuse over de zijkanten van onze schedels en knipte de lok bovenop tot acceptabele proporties. Klaar was Klaas.

Kapper H. gaat gelukkig iets subtieler te werk. Maar nu dus even niet. In een vlaag van verstandsverbijstering biedt Blond aan de wildgroei zelf te lijf te gaan met de laatste kappersschaar die ze heeft kunnen bemachtigen. Dat loopt bijna uit op huiselijk geweld. Neanderthaler of niet, het is een kwestie van binnenblijven en afwachten.

Als je haar maar goed zit

Niet naar de kapper: dat geldt natuurlijk ook voor de leden van het kabinet. Premier Rutte en minister De Jonge onthullen hun aanpak.