Jaap van Deurzen

Helse tijden voor hypochonders

15 maart 2020 07:08

Het zijn helse tijden voor hypochonders. Ik weet er alles van. Vriendin A. staat doodsangsten uit en is virtueel al zestien keer besmet geraakt met het coronavirus. Bij elk kuchje hoor ik haar verzuchten: "Ik dacht het wel, daar gaan we." Vervolgens blafhoest ze demonstratief in de holte van haar elleboog en gaat op zoek naar de uitvaartpolis. "Jij weet welke muziek ik wil, hè?" blèrt ze bloedserieus tegen haar vriend, die mijn radio-collega is.

Hun woning is omgetoverd tot een fort. De glazenwasser krijgt tijdens mijn bezoek zijn geld door de brievenbus gepropt. De vriendelijke Afrikaan lacht een neonbuis bloot. Met zijn vingers maakt hij een kroontje op zijn krullen en knikt begrijpend.

Koortsachtig volgt A. het nieuws. De viroloog in spe foetert de hele dag door: "We hadden al weken geleden de grenzen dicht moeten gooien. Wij laten Jan en alleman maar binnen. Moet je zien hoe die Israëliërs en Amerikanen dat aanpakken, niemand erin!" 

"Rampenverslaggevers zijn behept met de het-zal-mij-niet-gebeuren-bacterie."

Het liefst zou ze mijn vriend en mij ook de toegang tot de woning ontzeggen, want hoe banger zij wordt, hoe driester verslaggevers zich kunnen gedragen. "Ja, natuurlijk was ik naar Italië gegaan als de redactie me dat had gevraagd", zegt mijn vriend stoer. "Ik laat me niet leiden door hysterie."

Ik herken die branie wel. Rampenverslaggevers zijn behept met de het-zal-mij-niet-gebeuren-bacterie. Zo herinner ik me nog levendig de gigantische chaos onder treinreizigers na de aanslagen in Madrid in 2004. Op een gegeven moment komt er een waarschuwing voor een nieuwe aanslag en zien we honderden panische Madrilenen schreeuwend het treinstation uitrennen.

"Eropaf!" schreeuw ik naar oud-cameraman Maikel, maar die staat al bijna op het perron, waar het loos alarm is. Achteraf bezien was het natuurlijk een volstrekt onverantwoordelijke actie, maar verslaggeversploegen tikken nu eenmaal anders. We doen rare dingen voor een goed verhaal. 

"Laat die Brabo's het lekker zelf uitzoeken. Die gaan lopen carnavallen als er een virus rondwaart, dan ben je toch niet goed?" 

Mijn vriend heeft inmiddels heimelijk ook wel zijn bedenkingen. Nu afreizen naar Italië is vragen om een echtscheidingsprocedure. "Dan ben ik dus weg, hè!" bluft A. Ze heeft ter illustratie een volgepakte koffer onderaan de trap gezet.

"Ga je dan met de trein? vraagt hij vals. Want het is haar nachtmerrie om in een volle coupé te worden besmet. "Ik zie het wel," fluistert ze hees en een traan trilt op één van haar wimpers. "Grapje!" zeg hij geschrokken. Hij beseft dat ze er ook niets aan kan doen. Voor de zoveelste keer citeert hij de experts van het RIVM, het kennisinstituut waar verslaggevers dagelijks als draaideurcriminelen binnenvallen, en roept: "De meeste mensen genezen weer!"

Maar hij kan de riedel ook tegen de driezitsbank afsteken, want de boodschap komt niet binnen.

Plotseling vaardigt A. een oekaze uit voor mijn vriend: "Jij maakt ook geen reportages meer onder de grote rivieren. Laat die Brabo's het maar lekker zelf uitzoeken, van mij mag er een hek omheen. Die gekken gaan een beetje lopen carnavallen als er een virus rondwaart, dan ben je toch niet goed bij je Bossche bol?" 

" Ze zijgt op haar knieën van dankbaarheid als ik aanbied om voor haar te gaan winkelen."

Haar gevoel voor humor heeft er blijkbaar nog niet onder geleden. Dan doemt het vraagstuk van de ravitaillering op. Huishoudelijke tekorten dreigen. Een bezoek aan de lokale bakker is uit den boze: de man is op skivakantie in de buurt van de Tiroolse besmettingshaard Ischgl geweest. 

Een expeditie naar de supermarkt rond sluitingstijd krijgt uiteindelijk haar zegen. Ze zijgt op haar knieën van dankbaarheid als ik aanbied om voor haar te gaan winkelen. Ik krijg een boodschappenlijst mee voor het komende halfjaar. Een uur later strompel ik zwaarbeladen haar luxe grot weer in. Mijn vrienden hebben het tot nog toe onbesmet gered. Morgen weer een dag. Het zijn chaotische tijden.