Sandra Korstjens

Gratis parkeren? Dus niet

20 februari 2020 05:58

Driftig gebaart het mannetje naar een open plek tussen twee auto's, even verderop in de straat. Snel parkeer ik mijn auto. Als ik wil uitstappen, zie ik in mijn spiegel dat hij komt aanrennen. "Wil je me straks 10 real geven?" Het lijkt een soort strikvraag. Natuurlijk wil ik hem geen 10 real geven, omgerekend iets meer dan 2 euro. Waarom zou ik? Ik heb mijn auto geparkeerd op een stuk openbare weg waar parkeren gratis is. 

Maar ik weet dat ik geen keuze heb. Ik heb in Brazilië genoeg verhalen gehoord over deze zogeheten 'flanelinhas', een soort illegale parkeerwachters. Als je ze niet betaalt, kun je zomaar een mooie kras in je auto krijgen. In feite is zijn vraag dus een verkapte bedreiging.

Ik heb regelmatig gezien dat 'flanelinhas' automobilisten naar parkeerplekjes verwezen die bij de eerste de beste grote regenbui compleet overstroomden

Je ziet dit soort parkeerwachters vooral opduiken in het weekend. Op de plaatsen die druk bezocht zijn en waar de parkeerplekken op straat schaars zijn. In de buurt van parken, attracties en concerten. Die zijn het meest lucratief en dus het populairst bij de 'flanelinhas'. 

De naam 'flanelinha' betekent letterlijk 'doekje'. Dat schijnt nog uit de tijd te komen, waarin deze parkeerwachters ook nog je voorruit schoonmaakten. Maar tegenwoordig is hulp bij het inparkeren meestal de enige 'service' die ze bieden. Ook als je daar helemaal niet op zit te wachten. Op bescherming van je auto zou ik niet rekenen. Ik heb regelmatig gezien dat 'flanelinhas' automobilisten naar parkeerplekjes verwezen die bij de eerste de beste grote regenbui compleet overstroomden. Uiteraard waren de parkeerwachters op dat moment plotseling op mysterieuze wijze verdwenen.

Ik had waarschijnlijk nog met hem kunnen onderhandelen, maar wilde graag naar huis

Natuurlijk is deze vorm van afpersing officieel niet toegestaan. De parkeerwachters riskeren hoge boetes en zelfs celstraf. Maar dat risico weerhoudt hen er blijkbaar niet van toch de straat op te gaan.

Zoals de flanelinha die tien real van me wilde. Toen ik uren later bij mijn auto terugkwam, was hij nog steeds 'aan het werk' in de straat. Het was intussen al donker geworden. Snel kwam hij weer aanrennen toen ik instapte. Ik had waarschijnlijk nog met hem kunnen onderhandelen, maar wilde graag naar huis. Dus drukte ik hem het briefje van tien real maar in de hand en reed weg. En dat mocht dan iets goedkoper zijn dan de bewaakte parkeergarage verderop in de straat, het gevoel dat ik was opgelicht was dat het me eigenlijk niet waard.