Olaf Koens

Een wonder bij de migratiedienst

17 februari 2020 06:01

Bij het hoofdkwartier van de Turkse migratiedienst aan een brede boulevard in Istanbul staat elke ochtend een lange rij wachtenden. Het kan uren duren, en je moet gewoon achter aansluiten.

Er kan van alles gebeuren. Je aanvraag voor de jaarlijkse verblijfsvergunning kan worden afgekeurd, je kan het land uit worden gezet, je wordt op pad gestuurd om nog meer vertalingen, verklaringen of apostilles te gaan halen. Ik hoop elke keer op een wonder.

Hij knikt, het is in orde. Ik hoef alleen nog maar een online formulier in te vullen.

In de rij zie je mensen uit de hele wereld. Er zijn Syriërs, natuurlijk. Veel Afghanen, Iraniërs. Er zijn Oezbeken, Tadzjieken en Russen. Je ziet Oeigoeren in de rij staan met Chinese paspoorten. Ik probeer naar de kakofonie aan talen te luisteren en iets te ontcijferen. De migranten uit Senegal, Guinee of Burkina Faso spreken een haast onverstaanbaar maar vrolijk Frans. De Kirgiezen en Turkmenen spreken hun eigen Turks, maar larderen het met de Russische krachttermen. Aan een Palestijnse jongen vraag ik of hij in Turkije wil blijven. Ook hij hoopt op een wonder, zegt hij tegen me.

Achter de balie staat een Turkse man met lang haar. Hij spreekt een zacht, aarzelend Engels. Hij draagt een bodywarmer en handschoenen zonder vingertoppen, achter hem een brandende gaskachel. Hij bladert behendig door mijn documenten, de aanvraag, de verzekeringspapieren, de gelegaliseerde verklaringen. Hij knikt, het is in orde. Ik hoef alleen nog maar een online formulier in te vullen.

"Dat is het probleem", zeg ik voorzichtig. "De website werkt niet." Eerder werden er mensen met hetzelfde probleem weggestuurd, weken heb ik met een callcenter aan de lijn gehangen om het formulier aan de praat te krijgen. De man zucht. Hij vraagt of ik een laptop bij me heb. Ik open de laptop en hij glimlacht. "Vandaag heb je geluk", zegt hij.

Het kan weken, soms maanden duren. Nu is het anders.

Terwijl hij de honderden vragen van het formulier behendig voor mij invult, voeren we een gesprek. Het gaat over onze zonen, over onze vaders. Hij vraagt of iedereen rijk is in Nederland. Ik leg uit dat de rijken overal hetzelfde zijn, maar de armen overal anders arm zijn. Hij glimlacht weer. We kijken naar de stroom mensen die voorbijtrekken aan de balie.

"Blijf hier maar even staan", zegt de man. Deze balie is de eerste horde. Wanneer alle documenten zijn ingediend moet het worden goedgekeurd, en moet je vaak nog een paar keer terugkomen om in de rij te staan. Het kan weken, soms maanden duren. Nu is het anders. Tien minuten later is de man in de bodywarmer terug met een papiertje met een nummer. "Je hebt echt geluk vandaag", zegt hij nog een keer. Hij wuift me door en roept de Palestijnse jongen.

De directeur lacht, hij vraagt naar mijn zoon, naar mijn vader.

Ik mag met het papiertje bij de directeur van de migratiedienst op audiëntie, krijg een glas thee. De directeur lacht, hij vraagt naar mijn zoon, naar mijn vader. In één keer is mijn aanvraag voor de jaarlijkse verblijfsvergunning goedgekeurd. De verblijfsvergunning is direct klaar.

Buiten zie ik de Palestijnse jongeman, ook zijn aanvraag is in één klap goedgekeurd. "Waar hadden jullie het over", vraag ik. "Ach, gewoon", zegt hij. "Over mijn pasgeboren zoon, over mijn vader die ernstig ziek is. En daarna was het in één keer goed", zegt hij. Hij knippert met zijn ogen van verbazing. "Eigenlijk een wonder", zegt hij. Zo is het. 

Olaf Koens (1985) is correspondent voor RTL Nieuws in het Midden-Oosten, met als standplaats Istanbul. Na zijn studie filosofie ging hij in 2007 als correspondent aan de slag in Moskou. In 2015 werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar. Hij schreef de boeken 'Koorddansen in de Kaukasus', 'Oorlog en kermis' en 'Paarden vliegen businessclass'.