Jaap van Deurzen

Gehannes om een gebakje

16 februari 2020 06:02

De Grauwe Vechters en Weesper Waaghalzen-twisten

Hoe taalkundig gehannes om een gebakje uitmondt in een bloedige burgeroorlog

Het woord moorkop bestaat niet meer. Net als de 'negerzoen' is het een vergeetwoord geworden. Thuis moesten we even slikken. Foetsie 'moortje', met een pennenstreek.

Liefhebbers putten misschien nog hoop uit de woorden van hoofdredacteur Ton den Boon van woordenboek Van Dale. Volgens hem zal het woord 'moorkop' nog tientallen jaren blijven bestaan. Bakkers (of de HEMA) kunnen dan wel woorden willen wissen, maar er zijn ook ingebakken gewoontes waar burgers aan vasthouden. "Het is en blijft een moorkop. Krijg de rambam HEMA!" klonk de strijdkreet van de geblondeerde Mozart in de Tweede Kamer. 

Ik krijg er de zenuwen van en voorzie nieuwe Hoekse en Kabeljauwse twisten, denkend aan de machtsstrijd in de veertiende eeuw binnen de bestuurlijke elite. In mijn dromen is dit conflict al ontaard in een gewapende taalstrijd. Het vestingstadje Weesp verandert in mijn nachtmerrie tot een levensgevaarlijk oorlogsgebied. Ik ben als de dood.

"De traditionele moorkoppen lagen onder de toonbank opgeslagen, net als pornoboekjes vroeger."

Het lichaam van bakker Bas bungelt al dagen aan een paal op de brug bij de Breedstraat in Weesp. Het is een afschrikwekkend gezicht. "Witkop", staat er met dikke letters geschreven op het stuk karton dat op zijn bakkersbuik is geprikt. Het is een cynische verwijzing naar zijn halsstarrige houding om moorkoppen te blijven verkopen, ondanks het nationale verbod.

'Chocobol' kreeg Bas na veertig jaar bakken niet uit zijn strot. Zijn traditionele moorkoppen, die (net als pornoboekjes vroeger) onder de toonbank lagen opgeslagen, werden door loyale liefhebbers clandestien zijn winkel uit gesmokkeld. De bakkerij ligt er nu uitgebrand en zwartgeblakerd bij.

Het hielp natuurlijk ook niet echt dat Bas lid was van het lokale Sinterklaas Comité. Tegen beter weten in stond hij demonstratief elk jaar verkleed als Zwarte Piet bij de intocht van de goedheiligman. Dat heeft hij geweten.

De Oudegracht vormt de scheidslijn tussen de revolutionaire groep de 'Grauwe Vechters' en de behoudende 'Weesper Waaghalzen'. Die laatsten hebben uit louter balorigheid hun kant van de gracht omgedoopt tot Admiraal Michiel de Ruyterkade. 

"In het holst van de nacht is een groepje commando's van de Grauwe Vechters de gracht overgezwommen."

De beruchte zeeheld zou zich in de middeleeuwen actief hebben beziggehouden met de slavenhandel. De heldenverering moet per direct stoppen, vinden de Grauwe Vechters. 

"Maar hoe schrijf je in vredesnaam de geschiedenis om? Zo'n naamsverandering is zinloze symboolpolitiek!" brullen de Weesper Waaghalzen.  

In het holst van de nacht is een groepje commando's van de Grauwe Vechters de gracht overgezwommen om het Grote Plein om te dopen tot Jerry Afriyieplein, naar de zwarte Ghanese activist. Dat zal ze leren!

In de Kerksteeg, die nu Smalle Jan Pieterszoon Coenstraat heet, staat inmiddels zwaar geschut opgesteld. Dat flikken ze geen tweede keer, bluffen de Weesper Waaghalzen vanuit hun hoofdkwartier in het historische Fort Ossenmarkt in de Vecht.

"De vlam is in de pan geslagen nadat het kabinet-Rutte XXI met het 'moorkop-arrest' was gezwicht voor de roep van de rebellen."

Vrouwlief Blond schiet bij schemerlicht als een schicht door de stad op zoek naar voedsel. Ze is gekleed in een donkere cape. Groenteboer Appelkoontje ligt aan de verkeerde kant van de gracht en is onbereikbaar geworden. Ze is wanhopig en bijna bereid haar lichaam aan te bieden voor een pond peentjes. 

De rij felgekleurde houten huisjes van de 'vuurlinie' aan de zuidkant van het stadje is door de Grauwe Vechters in lichterlaaie gezet. Bij deze verdedigingslinie werden vroeger de troepen van de bisschop van Utrecht tegengehouden. De val van Weesp lijkt bijna nabij.

De vlam is in de pan geslagen nadat het kabinet-Rutte XXI met het 'moorkop-arrest' was gezwicht voor de roep van de rebellen. De moorkop heet nu officieel 'chocobol'. "We slaan op hol", bezweert mijn boze buurman.

Ik word gillend wakker en hoor Blond roepen: "Wat wil jij straks bij de koffie?"  Voor de lieve vrede mompel ik met benard gemoed: "Doe maar een slagroomtompouce."