Jaap van Deurzen

De magie van de lange latten

09 februari 2020 06:09

De snerpende gil gaat dwars door merg en been. Iedereen op de piste draait het hoofd in de richting van het onheilspellende geluid. We zien een jongen als een raket de berg afdenderen. De knul maait machteloos met zijn skistokken. Hij beheerst de techniek niet om af te remmen met zijn ski's.

Plotseling laat hij zich vallen en rolt in een kluwen van stokken, ski's en opspattende sneeuw naar beneden. Wonder boven wonder staat het manneke weer op, kijkt meesmuilend om zich heen, bindt zijn ski's onder en glijdt verder naar beneden, zij het een stuk voorzichtiger. Duidelijk gevalletje zelfoverschatting.

Zo'n kreng katapulteerde mij vorig jaar in Bulgarije van een steile helling. Mijn gebroken sleutelbeen zat zo'n beetje in mijn strot. De krokusvakantie begint bijna weer. Tienduizenden polderlingen reizen richting Alpen. Je vraagt je af of ze niet beter naar de Efteling kunnen rijden. Velen geloven namelijk in het sprookje dat ze goed kunnen skiën. 

"De berglucht? Het uitzicht? De après-ski? Wat is toch de magie van dat geploeter op de lange latten?"

Feit is dat duizenden wintersporters gekneusd en gebroken terugkeren. Volgens alarmcentrale Eurocross blijken de grootste brekebenen niet eens beginnende skiërs te zijn – u kent ze wel, de plattelanders die in zo'n verkrampte pleehouding met wijd opengesperde ogen de berg afkomen, de kont naar achteren gebogen. Met hun armen, waar de skistokken aan bungelen, lijken ze een virtuele rol zeil te omarmen. Elk moment kunnen ze een geelbruin spoor in de sneeuw achterlaten. Don't eat yellow snow, waarschuwen de Britten.

Wat is toch de magie van dat geploeter op die lange latten, waar ook ons groepje verwarde Weespers elk jaar voor valt? Is het de frisse berglucht? Is het dat betoverende uitzicht? Is het de après-ski?

"Heel even veranderen we in 55 plus-pubers en zingen luidkeels mee met Duitse schlagers."

Wat dat laatste betreft zijn we in het Tiroler dorp Lermoos aan het verkeerde adres. Je kunt hier een kanon afschieten. Elke avond zoeken we daarom een uurtje ons heil in de Lamme Eend, zo'n typische Tiroler houten hut aan de voet van de berg waar half Holland heen gaat. Heel even veranderen we daar in 55 plus-pubers en zingen luidkeels mee met Duitse schlagers als: "Oh Bierkapitän, lass mir dein Bierwürstl sehen."

R. verandert gelijk in het feestbeest dat hij van nature is en tankt tijdens het meedeinen liters bierdiesel. Nog eentje dan, is zijn mantra. Hij heeft de klep van zijn pet naar achteren gedraaid en zijn hoofd ziet er na verloop van tijd uit als een helrode, behaarde ballon.

A. heeft een gewatergolfde weduwe uit België aan zijn borst gedrukt en doet er tijdens een wilde pirouette alles aan om haar uit haar lijden te verlossen. A2 en G. dansen solo en zijn in hoger sferen. B. bekijkt glimlachend de chaos en laat baco nummer zes door zijn keelgat glijden. 

"Schouderklappen en opluchting alom. De zonovergoten alp wacht."

Opeens staat een Brabantse reus voor me en blèrt beschuldigend: "Jij bent Jaap van Deurzen!" Ontkennen is geen optie. "Ja", antwoord ik timide en wacht op een kaakslag. "Hij is het, ik zei het toch!" brult de gigant naar een groepje opgeschoten jongens met opgeschoren haar. Het is de opmaat voor een serie selfies en de yell "Japie! Japie! Japie!"

Opeens is er dat belletje uit de polder. De hoogbejaarde, zieke pa van A. heeft de familie bijeengeroepen en wil van iedereen afscheid nemen als een nieuwe behandeling niet aanslaat. Het bericht werkt ontnuchterend. Alle aandacht gaat naar A., die natuurlijk naar huis wil. A2 zal hem naar het vliegveld brengen.

In spanning wachten we de volgende dag af. Het is loos alarm. De nieuwe maagsonde werkt, voortijdig terugkeren wordt afgeraden. Schouderklappen en opluchting alom. De zonovergoten alp wacht. We gaan. Wat kan vriendschap toch grenzeloos mooi zijn.