Jaap van Deurzen

Herinneringen aan de sigaar

19 januari 2020 06:18

Het gebeurt op het terras van een visrestaurant in de Portugese Algarve. We kijken naar de woeste golven die de kuststrook beurs beuken. Ineens drukt vrouwlief Blond driftig haar sigaret uit en blaft proestend hoestend: "Nu stop ik ermee, jij ook?"

Met een vingervlugge beweging piekt ze het sigarenpeukje tussen mijn lippen weg. Het stuitert in een vonkenregen tegen de tegels. Een tandeloze, Portugese zeebonk, met de gecraqueleerde huid van een oude bokshandschoen, begint te lachen. Zijn weke lippen trekken zich samen tot een roze anus. Het gelach werkt aanstekelijk en voor we het weten zitten we alle drie te gieren.

Ik rook uit solidariteit weleens een sigaartje mee tijdens vakanties. Gewoon voor de lol, op zijn Bill Clintons – ik inhaleer niet. Het heeft wel iets rustgevends en ik krijg de smaak te pakken. Maar in oktober 2012 is het afgelopen. Na poging 80 stopt Blond met ademhalen door een sigaret. Ze gaat cold turkey en heeft sindsdien geen tabak meer aangeraakt.

"Wat sigaren roken betreft, word ik deze maand overspoeld door golven nostalgie."

Ik moet aan het voorval denken als ik mensen in mijn omgeving van ellende paars zie wegtrekken. In het kader van 'het goede voornemen' proberen ze te stoppen met roken. 

De opgevers kun je uittekenen. Quasi-nonchalant rennen ze het café uit om nog even een laatste 'trekkie' te bietsen van de koukleumende rokers. "Ik ga echt stoppen!" zeuren ze en ze zuigen een tabakswolk zo groot als morgen de hele dag naar binnen. Ze kijken erbij alsof ze op dat moment het beste orgasme ooit beleven. Het is een kwestie van tijd voor ze terug zijn bij AF ("U krijgt geen nieuwe longen").

Wat sigaren roken betreft, word ik deze maand overspoeld door golven nostalgie. De grootste Nederlandse sigarenfabrikant Royal Agio Cigars is overgenomen door de Deense tabaksgigant Scandinavian Tabacco Group.

"Ik denk aan de verzameling sigarenbandjes die mijn broer en ik spaarden."

Denen houden wel van een paffertje. Ik schrik me elke keer weer te pletter als ik kuddes 'Ma Flodders' zie zitten op verwarmde terrasjes in Kopenhagen. De Deense dames hebben dikke bolknakken tussen hun kiezen. Het is de normaalste zaak van de wereld in Denemarken. Nu hebben ze ook 'onze' Panters en Balmorals ingepikt. Het zijn de sigaren waar ome Joop dikke blauwe rookringen mee blies op verjaardagsfeestjes. 

Ik denk aan de verzameling sigarenbandjes die mijn broer en ik spaarden, naast de speldjes, lucifersdoosjes, suikerzakjes, medailles en Flippo's. We kieperden ze maanden later nonchalant weer weg. Wat een gedoe.

Ik denk aan de reis die cameraman John K. en ik maakten naar Cuba. Eén van de onderwerpen: Cubanen belazeren toeristen met nepsigaren. In Havana werden we al op dag twee aangesproken door Enrique, die een doos dure Romeo Y Julieta-sigaren tegen een vriendenprijs verkocht.

"Ik stak er één op en had het gevoel alsof ik een opgerolde drol stond te roken. "

De kwaliteitsknakken waren door zijn zwangere vrouw onder haar schort de fabriek uitgesmokkeld. We speelden onnozele toeristen en gingen met hem mee naar huis. Filmen mocht. We rekenden af in dollars. "Dit zijn echte Romeo y Julieta's", beweerde hij en sloeg een vroom kruisje. 

Ik stak er later één op en had het gevoel alsof ik een opgerolde drol stond te roken. Midden in het centrum stapten we de sjieke winkel van Romeo y Julieta binnen en lieten onze sigaren testen door een man die Hannibal heette. Hij snoof en kneep in de sigaren, rolde ze over het tafelblad en barstte uit in lachen. De bedriegers waren bedrogen. Het dekblad was origineel, maar het binnenwerk bestond uit gemalen bananenbladeren. Lachen!

We rookten twee echte exemplaren en nipten een teil rum naar binnen. Starend naar de talloze muurschilderingen in Havana van een sigarenrokende Fidel Castro lalden we luid smakkend: "Dit zijn nog eens slechte tijden, goede tijden!"