Jaap van Deurzen

'Helemaal goed. Doei doei!'

05 januari 2020 05:58

Dit wordt een pissig stukje. Het azijnzuur sijpelt straks uit de kantlijnen. Ik ga het hebben over taalergernissen. We staan aan het begin van een nieuw decennium en we kunnen gelijk met een schone lei beginnen. Laten we een lijst opstellen met uitdrukkingen die we als de wiedeweerga in het vat 'vergeetwoorden' dumpen.

Dit gaat dus niet over taalfouten of accenten. Taalfouten maak ik genoeg en een accent heb ik ook. Vrouwlief Blond en ik komen uit Rotterdam en we gooien om de haverklap een 't' achter een werkwoord waar het niet 'hoor' en laten hem weg waar hij moet staan.

Ik 'vin' dat wel grappig, want ik houd van accenten, hoewel sommige Rotterdamse uitdrukkingen buiten de stadsgrenzen niet zijn te begrijpen. Voorbeeldje?

"Ken het dat ik u kan?" Iets minder charmant: "De reuzel 'loop' uit m’n reet!" (Wat is het verschrikkelijk warm.) "Gers, hè? Grote muil, dikke lip!" (Eigen schuld, dikke bult) Wijlen dichter Jules Deelder kon zo uren doorgaan. Doen wij niet; dit gaat, 'zeg maar', over gekmakend, 'zeg maar', tenenkrommend, modernistisch taalgebruik, dat, 'zeg maar' verwerpelijke 'sociogebabbel'.

"Helemaal goed!", lispelt een lief wichtje twaalf keer tijdens de bestelling van de voor- en hoofdgerechten van alle tafelgenoten

Bovenaan mijn persoonlijke lijst staat: 'Helemaal goed!'

Een uitdrukking die te pas en te onpas wordt gebruikt door jonge serveersters en vrouwen van middelbare leeftijd met kort haar en brillen achter receptie-balies. "Ik heb een afspraak met meneer X." "Helemaal goed!" Waarom is dat in vredesnaam helemaal goed? Heb ik zijn naam goed uitgesproken en ga ik daarom door naar de volgende ronde? Lariekoek!

"Helemaal goed!", lispelt een lief wichtje twaalf keer tijdens de bestelling van de voor- en hoofdgerechten van alle tafelgenoten. Het is alsof we zijn geslaagd voor het examen wat-kunnen-wij-toch-lekker-correct-bestellen.

Als ik haar vraag waarom ze dat iedere keer zegt, kijkt ze me aan alsof ik de vraag in het Servo-Kroatisch heb gesteld. "Doe ik dat? Dat weet ik niet. Het floept er gewoon uit."

"Het klinkt een beetje dom", voeg ik er vals aan toe

"Geeft niks", antwoord ik vaderlijk. "Maar het klinkt een beetje dom", voeg ik er vals aan toe en ik heb gelijk spijt. Wie ben ik dan? Ik heb haar vorstelijk getipt.

Ik wacht op de dag dat zo'n kek kantklossertje me met haar notitieblokje een gigantische lel op mijn muil geeft en gilt: "Helemaal fout, gannef! Dat gerecht hebben we niet! Opzouten!"

"Toppie", mompel ik dan en maak me als een bange wezel uit de voeten. Toppie, de onnozele taalergernis nummer 2. Die kom je in vele varianten tegen. 

"Helemaal topperdepop!", kirt een feminiene ober in een eetcafé. Zo'n man komt direct in aanmerking voor chemische castratie. Is-ie helemaal van de pot gepleurd? Krotenkoker! Tieft de tempel uit!

"Doei doei." Foei! De nummer 3 op de lijst, gevolgd door het oliedomme: "Dag, dag."

Waar maak ik me druk over, hoor ik denken. "Geef het toch een plekje...."

Natuurlijk zegt half Nederland 'doei doei', dat is niet meer weg te denken. Prima, maar ik krijg er vlekken van. Ik heb het dan met name over sprekers die de lippen tot zo'n toetertje tuiten en de tweede 'doei' met zo’n lang aangehouden, hoog falsetstemmetje uitspreken: "Doei, doeiiiiiiii!"

Maar die race ga ik niet winnen. Blijf maar gewoon lekker 'doei doei' zeggen. Waar maak ik me druk over, hoor ik u denken. "Geef het toch een plekje...." (nr. 4)

Ik heb natuurlijk wel gelijk, 'het is een dingetje...' (nr. 5) 

("Ik denk altijd gelijk aan de penis van mijn man als ik die uitdrukking hoor", lacht mijn buurvrouw ondeugend.)

De lijst met taalergernissen is uiteraard nog veel langer en gevarieerder, dus ik wacht op uw inzendingen. Ik heb in ieder geval mijn hart hier even gelucht. En bedenk, er zijn ergere dingen in de wereld. Ook dit stukje 'gaat weer helemaal nergens over'... (Bonus: nr. 6)