Jaap van Deurzen

Toen was geluk nog heel gewoon

24 november 2019 06:24

Ik ben zes jaar. Er is een dik pak sneeuw gevallen. Voor de deur liggen de skeletten van onze dakloze achterbuurt-iglo's. Het bouwen van een overkapping op zo'n geïmproviseerde sneeuwhut is een crime. Mijn moeder vertikt het om ons een deken als dak te geven. Ze zegt dat ze al blij is dat ze het leven heeft, wat ik niet goed begrijp, want ze heeft haar ogen gewoon open.

Als spekgladde anaconda's liggen zelfgemaakte glijbanen van aangestampte sneeuw op straat. Met gevaar voor lijf en leden nemen we een aanloop en glijden de baan op. Om de haverklap ga ik op mijn snufferd.

Ik ben nog gelovig en als het donker wordt, speur ik de daken af op zoek naar Klaas en zijn schimmel. Ik vind die schoorsteen-bezorgdienst een dapper kunststukje. Hoe flikt die ouwe baas dat toch, denk ik, als ik weer eens op mijn rug lig op zo'n glijbaan. Zwarte Piet is wisselend een ploert of een clown. Ik ben als de dood voor zijn zak, waarmee hij me kan kidnappen. Spanje ligt in donker Afrika, heeft mijn tante me verteld. Die is, met vier jaar lagere school, niet echt een geografisch wonder, maar toch. 

"Happend naar zuurstof zingen alle kinderen sinterklaasliedjes en openen daarna de pakjes. Het leven is zo overzichtelijk."

De doffe klappen op de voordeur vergeet ik nooit meer. De volle zak op de stoep ook niet. In huis hangt de lucht van chocolademelk. Oom Frits drinkt iets waterigs uit een glaasje met een steeltje en knijpt tante Roos in de loop van de avond balorig in haar borsten. Na zes glazen gistende boerenjongens begint die wellustig te glimmen. 

Dikke walmen tabaksrook drijven door de kamer. Happend naar zuurstof zingen alle kinderen sinterklaasliedjes en openen daarna de pakjes. Het leven is zo overzichtelijk. Het is dan nog een kwart eeuw voor de geboorte van Jeffrey Afriyie, die op zijn derde  onze delta betreedt. Eigenhandig maakt hij in vijf jaar tijd Ghanees gehakt van het feestje-oude stijl.

Wij moesten het in onze tijd nog doen met Toon Hermans, systeemcriticus avant la lettre. Bijna elk jaar kijk ik, tijdens het zoveelste zaaddodende debat over Piet, naar zijn sinterklaasconference. Bij wijze van troost. Als we hem voor het eerst live zien in het theater, vernietigt mijn partner voor eeuwig een stallesstoeltje door er uitbundig op te plassen van het lachen. 

"Vorig weekend versloeg ik de sinterklaasintocht in het met betonblokken afgezette centrum van belegerd Apeldoorn."

Met die droogkomische kop hangt Toon onderuitgezakt op een keukenstoel en bespeelt zijn publiek: 

"Die hele Snieklaas, daar hou ik helemaal nie van.
Een vervelend personage.
Met zijn schimmel.
Schijnheilige.
Een onsympathiek individu.
En die knecht vind ik ook een zak.
Weet je wat ik van die knecht vind, een irritante jongen, weet je dat?
Een hoogst irriterend persoon, met zijn gelach.
Hij stond toch altijd te lachen? 
Eh, idioot.
5 december, hartstikke koud, gaat hij op het dak zitten lachen.
Ja, een dom koppel vind ik het.
Ik heb nooit wat van ze gehad.
Ik zette mijn schoen 's avonds, ik was blij dat hij er 's morgens nog stond.
Maar ja. ik hou ook niet van mensen die stomme liedjes zingen.
Hoor wie klopt daar kinderen? Geen hond!
Heeft u dat ook allemaal gezongen? "En gooi dan wat lekkers in één of andere hoek?"
Wat is dat voor waanzin? Waarom zegt ie nie gelijk in welke hoek hij die rommel gooit?
Ken je nog een beetje gaan lopen zoeken waar het spul ligt..."

Vorig weekend versloeg ik de sinterklaasintocht in het met betonblokken afgezette centrum van belegerd Apeldoorn. "Kom maar binnen, Sinterklaasje."

De goedheiligman-magie was er nog steeds. Maar misschien klopt die kreet over 'vroeger' toch ook wel. Toen was geluk namelijk nog heel gewoon.